Presidentsschap Ramos-Horta beloning voor jarenlange inzet voor Oost-Timor

José Ramos-Horta wordt met zijn verkiezing tot president van het straatarme Oost-Timor beloond voor de jarenlange strijd die hij voerde voor de onafhankelijkheid van zijn land....

Een bekende grap in het rooms-katholieke land luidt: ‘Wat is het verschil tussen God en Ramos-Horta? Ramos Horta is overal, behalve in Oost-Timor.’

Vlinderdasje
De immer correct geklede en met een vlinderdasje gesierde topdiplomaat draait zijn hand overigens niet om voor lastige klusjes. In 2006, middenin de zwaarste crisis die het jonge land sinds de onafhankelijkheid van Indonesië doormaakte, werd hij premier. Het leger muitte en het land stond op de rand van een diepe crisis. Een belangrijke taak zal zijn om het etnisch verdeelde Oost-Timor te verenigen.

Ramos-Horta (56) werd geboren in de tijd dat het land nog een achtergestelde Portugese kolonie was. Hij was een jonge journalist toen het Portugese militaire bewind instortte en in Lissabon een nieuwe wind ging waaien. Voor de Oost-Timorezen het goed en wel beseften - en zeker voordat ze er klaar voor waren - werd het kleine eilanddeel in 1975 onafhankelijk.

De plotselinge machtswisseling stortte Oost-Timor in anarchie en chaos. Ramos-Horta werd als prominent lid van de marxistische Fretilin, een politieke beweging die niets wilde weten van aansluiting bij Indonesië, minister van Buitenlandse Zaken en Informatie in een overgangsregering. Die was geen lang leven beschoren. Angstig voor een communistisch bolwerk in de achtertuin vielen in december van dat jaar Indonesische militairen het gebied binnen. De wereld liet het gebeuren.

Nachtmerrie
De bezetting was het begin van een 25 jaar durende nachtmerrie, die meer dan 100 duizend Oost-Timorezen het leven zou kosten. Onder de slachtoffers waren drie broers en een zus van de banneling.

Sindsdien leidde Ramos-Horta, hoffelijk en gevat een lobby voor zijn bezette land en andere onderdrukte volkeren. Hiervoor reisde ‘De stem van Oost-Timor', onder andere als vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, de gehele wereld af. Hij zag zijn strijd in 1996 beloond met de meest prestigieuze prijs ter wereld: de Nobelprijs voor de Vrede. De diplomaat kreeg de erkenning samen met bisschop Belo, ‘wegens hun inzet voor een rechtvaardige en vreedzame oplossing voor het conflict in Oost-Timor’.

Die vreedzame oplossing leek er te komen toen de Indonesische president Habibie, die als tussenpaus de gevallen dictator Soeharto opvolgde, de Oost-Timorezen in een referendum over de onafhankelijkheid te laten stemmen. Wat een feest had moeten worden, eindigde echter in een bloedbad die zeker duizend mensen het leven kostte.

Rondreizen
Na een overgangsperiode onder gezag van de VN werd Oost-Timor vier jaar geleden helemaal onafhankelijk en was Ramos-Horta de natuurlijke minister van Buitenlandse Zaken. Met verve bleef hij de wereld rondreizen om zijn thuisland op de kaart te krijgen.

Een moeilijke taak, want Dili telt nauwelijks hoogopgeleide politici en behalve wat spaarzame koffie exporteren de een miljoen inwoners van Oost-Timor weinig. Onder de zeebodem liggen weliswaar gas- en olievoorraden maar die zijn nog onaangeroerd.

Meer over