Presidentschap Obama ontspoort

Opeens is het mis met de Amerikaanse president. Drie affaires tegelijk hebben hem in de verdediging gedrukt en de vraag is of en hoe hij zich daaruit zal weten te redden.

Het presidentschap van Obama is ontspoord en hij lijkt nog niet te weten hoe hij het terug op de rails kan krijgen. In een week tijd belandde het ene na het andere schandaal op zijn weg.

Het politiek-journalistieke complex in Washington ging meteen in de hoogste versnelling, Obama hield de boel niet in de hand en belandde in de berm. Hij is president, maar is hij ook een leider? Zo vragen zelfs sympathisanten zich af.

Het begon vorige week voorzichtig met het verwijt dat zijn regering heeft geprobeerd de ware toedracht van de tragedie van Benghazi in de doofpot te stoppen. Vervolgens bleek de belastingdienst (IRS) de aanval te hebben geopend op de rechtse Tea Party. En ten slotte werd bekend dat justitie telefoongesprekken van het persbureau AP in beslag heeft genomen.

Obama lag ineens onder een spervuur van schandalen. Er zijn weinig presidenten geweest die binnen zo'n korte tijd zoveel ellende over zich heen kregen gestort. Maar de manier waarop hij reageerde, maakte de boel er niet beter op.

Er was de arrogante Obama, die het gedoe over Benghazi wegwimpelde als een 'side show', een bijzaak. Hij vergat hier even dat het in het Amerikaanse systeem van 'checks and balances' niet aan hem is om iets buiten de politieke orde te verklaren. Er is ook nog het Congres met de Republikeinse oppositie. Bovendien hebben islamitische terroristen in de Libische havenstad vorig jaar september vier Amerikanen gedood. Afgelopen week werd uit hoorzittingen en uitgelekte mails duidelijk dat er serieuze vragen zijn te stellen over de handelwijze van de regering. Heeft zij voldoende bescherming geboden en heeft zij onwelgevallige feiten willen verdoezelen met oog op de herverkiezing van de president?

Voorts was er de afstandelijke Obama, de man die in het centrum van de macht zit in Washington, maar er eigenlijk geen deel van wil uitmaken omdat hij het in zijn hart verafschuwt. Hij ontkende van tevoren op de hoogte te zijn geweest van het optreden van de belastingdienst en de actie tegen AP.

Hij zei het te hebben gehoord in het nieuws, net als iedereen. Maar de president is niet iedereen, was de boodschap dinsdag van Jon Stewart, de komiek/commentator. Hij noemde nog een paar gevallen waarin Obama dat gedaan had. Het is kennelijk een patroon. Stewart: 'Het zou mij niet verbazen dat president Obama er pas achter kwam dat Osama bin Laden was gedood toen hij zag hoe hij dit zelf op televisie bekendmaakte.'

Ten slotte was er de voorzichtige Obama. Bij de IRS waren alle blikken op hem gericht. Iedereen is het erover eens dat een aantal belastingmensen in Cincinnati, Ohio, over de schreef is gegaan door zich exclusief te richten op de Tea Party. Wat gaat de president doen, was de vraag. Niets. Hij noemde het gedrag van de IRS 'onaanvaardbaar en onverdedigbaar', maar ging tot dusver niet verder dan het gelasten van een onderzoek.

Zelfs bij de linkse televisiezender MSNBC werden ze er wanhopig van. Presentator Chris Matthews riep Obama op een voorbeeld te nemen aan nota bene president Reagan, die 11.000 luchtverkeersleiders ontsloeg omdat ze een stakingsverbod hadden genegeerd. Volgens Matthews zit de president 'tot aan zijn ellebogen tussen de krokodillen' en moet hij wat doen om zijn presidentschap te redden.

Dat laatste zijn grote woorden, en is veel te voorbarig. Maar Obama's probleem is wel dat een aantal punten van kritiek op zijn leiderschapsstijl nu samenkomen, elkaar versterken en dreigen zijn gezag te ondermijnen: dat hij professoraal uit de hoogte kan doen, de voorkeur geeft aan het preken vanaf de kansel, zich te goed acht voor het smerige gevecht in de loopgraven en beter is in het woord dan in de daad.

Hij trok een 'rode lijn' in Syrië, constateerde dat Assad die met het gebruik van gifgas had overschreden en heeft het tot dusver laten lopen. Dat kun je niet te vaak doen, wil er niet de perceptie van zwakheid ontstaan. Woorden scheppen verplichtingen.

Obama kan zich als president ook niet schuilhouden, doen alsof het hem niet aangaat. Het Witte Huis benadrukt de onafhankelijkheid van de belastingdienst en probeert het schandaal op afstand te houden. Maar dat kan niet. Dat de IRS alleen bij rechtse groeperingen uitzocht of zij werkelijk recht hadden op belastingvrijstelling voor bepaalde activiteiten is voor rechts het bewijs dat de overheid onbetrouwbaar is. Maar ook ter linkerzijde is er boosheid, omdat de staat neutraal behoort te zijn ('vandaag rechts, morgen links'). Obama moet dus hard ingrijpen om de geloofwaardigheid van de overheid en hemzelf te herstellen.

Die staat toch al zwaar onder druk vanwege het onderzoek bij AP. Het persbureau berichtte vorig jaar hoe een terreurcomplot in Jemen werd verijdeld. Justitie confisqueerde telefoongesprekken van verslaggevers op zoek naar het lek, dat volgens het ministerie Amerikaanse levens in gevaar bracht.

Maar volgens politicologe Cal Jillson 'herinnert de manier waarop de IRS achter vijanden aangaat en de regering beslag legt op de telefoongesprekken van AP aan het slechtste van de regering-Bush en nog verder terug aan het slechtste van de regeringen-Nixon en -Johnson.' De strijd hierover kan alle zuurstof in Washington voor een tijd doen opbranden, meent ze. Ten koste van Obama's andere plannen in zijn tweede termijn.

Chris Matthews Commentator tv-zender MSNBC

undefined

Meer over