Praten kunnen ze ook goed op SXSW

Gijsbert Kamer

Naar SXSW ga je vooral voor de (nieuwe) muziek. Tussen 7 en 2 zoef je 's avonds dan wel 's nachts van de ene bar naar de andere club in Austin in de hoop er nieuwe ontdekkingen te doen, of bevestigd te worden in je vermoedens over een bepaalde band of artiest.

Minstens zo interessant is echer het dagprogramma. Daarmee bedoel ik niet de talloze feestjes en bar-b-q's die door de hele stad plaatsvinden, waar veel van de artiesten optreden die 's avonds ook weer aan de bak moeren. Nee, waar ik zo van geniet ieder jaar dat is het seminar gedeelte van de SXSW programmering, in het Austin Convention Center. Dit jaar was er behalve de keynote speech van Lou Reed, dat meer een interview bleek, Ice Cube die door Dave Marsh ondervraagd werd over zijn nieuwste project: een eigen 'streaming' tv-station op internet. Er was een hilarisch panel met onder meer de legendarische Danny Fields dat praatte over het eerste echte tienerblad 16. En er werd stevig gedebatteerd over de rol van de a&r managers in de sterk veranderende muziekindustrie.

Doordat de vier grote platenmaatschappijen (de majors) sterk moeten bezuinigen door ineengestorte cd-verkopen, is er steeds minder budget voor het a&r (artist and repertoire) gedeelte. Waren er bij die majors in 2000 nog 400 a&r managers in diens, nu zijn het er nog maar 70, en die vrezen, zo bleek zaterdag, allen voor hun baan.

Volgens Steve Lillywhite, producer van onder meer U2, is dat geen slechte ontwikkeling, hij had als producer nooit een a&r man meegemaakt die zich met zijn producties bemoeide. En zo hoort het. Zij moeten gewoon nieuw talent ontdekken en tekenen, de rest neemt Lillywhite zelf voor zijn rekening.

Zo eenvoudig ligt het natuurlijk niet. A&r mensen hebben wel degelijk een bepalende rol in hoe een band op plaat en op het podium naar voren komt, en met het ondermijnen van hun positie, zal de muziek er niet beter op worden. Je kunt veel op de muziekindustrie aanmerken maar niet dat er geen mensen rondlopen met een goede neus voor talent.

Een van hen heet Seymour Stein, en ook hij werd op SXSW geinterviewd. Hij begon ooit te werken onder Syd Nathan van het King label waar onder meer James Brown zijn platen op uitbracht, en richtte in de jaren zeventig het label Sire op. Hij geldt als het grote brein achter de Ramones, Talking Heads en Madonna en maakte ook The Smiths in de VS behoorlijk succesvol.

Heerlijk om die man te horen vertellen over zijn bevindingen gedurende bijna vijftig jaar. En het aardige voor ons Nederlanders is dat hij het was die zorgde voor de internationale doorbraak van Hocus Pocus van Focus. Wat hier op SXSW altijd zo leuk is, is dat er in de zaal ook steevast behoorlijk wat prominenten aanwezig zijn. Zo ook bij Stein. Jongere vakbroeders als Geoff Travis (labelbaas van Rough Trade) en Martin Mills (eigenaar van Beggar's Banquet) alsmede de ooit roemruchte manager van de Rolling Stones , Andrew Loog Oldham, luisterden aandachtig naar Stein. Jammer dat de interviewer de tijd zo slecht in de gaten hield en veel te lang in de jaren vijftig bleef hangen. Uitgerekend toen Stein over The Smiths wilde beginnen, bleek de tijd om. Zo weten we dus ook niet wat Stein van het liedje Seymour Stein vindt, dat Belle And Sebastian tien jaar geleden over hem schreef.

Aardig was ook het interview met manager/labelbaas Danny Goldberg. Hij was manager van Nirvana en gaf ruiterlijk toe regelmatig tegen journalisten over Kurt Cobains gesteldheid gelogen te hebben. 'Het belang van mijn client gaat boven alles.'
Goldberg is thans manager van onder meer Steve Earle en hij vertelde dat Earle in de States geen potten meer kan breken. Americana levert in het land van herkomst nauwelijks meer iets op. Earle verdient zijn geld vooral in Europa met Ierland als belangrijkste bron van inkomsten.

Het was dit jaar inderdaad behoorlijk zoeken naar onvervalste Texas muziek en andere singer/songwriters die we bij ons Americana noemen. Ze waren er wel natuurlijk, en VPRO's Chris Kijne haalde diverse artiesten voor de microfoon om een sessie te doen in zijn hotelkamer. Daarmee was de VPRO de enige Nederlandse afvaardiging hier die de dagelijkse editie van de Austin Chronicle wist te halen. James McMurtry (zoon van auteur Larry) hield een dagboek bij en vertelde dat hij een 'radiosessie' voor 'Dutch VPRO' in het Hyatt hotel had gedaan. Hij was alleen verbaasd dat ze er ook een camera bij nodig hadden. Dat zijn sessie ook gefilmd zou worden was hem niet verteld.

Natuurlijk werd er veel gepraat over hoe het nu verder moet met de muziekindustrie. Artiesten krijgen steeds vaker zogeheten 360-graden deals voorgeschoteld, waardoor een platenmaatschappij niet meer alleen meedeelt in de cd-opbrengsten maar ook in de opbrengsten die een artiest haalt uit kaartverkoop van concerten, merchandise en eventueel zelfs boeken. Dit soort deals staan ter discussie en er viel zelfs het woord slavernij. Aan de andere kant: 90 procent van de in Austin optredende bands, zo werd geopperd, zou een dergelijke deal meteen aangaan. Beter deze deal dan het alternatief: geen deal.

Steve Lillywhite maakt zich inmiddels behoorlijk zorgen, zo bleek zaterdag. Wat is de status van de producer eigenlijk in dergelijke deals? Leuk hoor dat U2 300 dollar kan vragen voor een ticket en 100 dollar voor een t-shirt. Maar dat kunnen ze onder meer doen omdat hun platen zo succesvol zijn. En wie was daarvoor mede verantwoordelijk? Juist, de producer. Lillywhite zag in elk geval op platenhoezen en cd boekjes nog zijn naam vermeld. Maar in het huidige iTunes en iPod tijdsgewricht wordt de producer nergens meer vermeld.
Iets om over na te denken.

undefined

Meer over