Prachtig, die nieuwe leidraad

RUTGER PONTZEN

Een waarschuwing vooraf: grote kans dat u deze column niet uitleest. Begrijpelijk. Ik had er zelf ook moeite mee de tekst te schrijven.

Dat zit zo. Onlangs verscheen het boekje Meer dan waard. De maatschappelijke betekenis van musea, geschreven door de 'DSP-groep', een onafhankelijk onderzoeksbureau, in opdracht van de Nederlandse Museumvereniging. Aanvankelijk wekte de titel mijn interesse en nieuwsgierigheid. Aha, eindelijk weer eens een studie over het eigentijdse museumbedrijf, in deze tijd van verandering: met een terugtredende overheid, meer aandacht voor de bezoeker en een groter belang van de particuliere, gulle gever.

Ver ben ik er niet in gekomen. Het begon mij te duizelen. Zelden zo'n stroom open-deur-karakteriseringen gelezen, waar het museum anno 2011 aan moet voldoen. Aanbevelingen waarmee het museum rekening moet houden, wil het bij de tijd blijven.

Digitalisering. Bezoekersprofiel. Rentmeesterschap. Burgerparticipatie. Vrijwilligersbeleid. Democratisering. Sociale cohesie. Service. Leiderschap. Ontspanning. Geestelijke gezondheidszorg. Wellness-sector. Evenementenorganisaties. Grensoverschrijdende projecten. Het besef van wereldburgerschap. Talentontwikkeling. Maatschappelijke stages. De hotelbranche. Projectontwikkelaars. Citymarketing. Digitale vrienden. Informele leerervaring. Vergroting van het verantwoordelijkheidsbesef. Interactieve activiteiten en presentatievormen.

Maar ook: de vaststelling dat vriendenverenigingen een klankbord zijn voor het museum. Het museum een baken is van rust. Een ontmoetingsplaats en platform tussen verleden, heden en toekomst. Dat dient voor reflectie, intellectuele uitdaging en zingeving. Een context biedt bij ontwikkelingen in de samenleving. Een mentale ruimte voor nieuwe indrukken en ontdekkingen. Dat museale verzamelgebieden kunnen variëren van huishoudelijke apparaten tot beeldende kunst en van lokale geschiedenis tot natuur & techniek.

De analyse is zeer punctueel. Aan alles lijkt gedacht. Niets ontbreekt. Geen kruimel is vergeten.

Dat het museum, tussen verschillende groepen in de samenleving, fungeert als netwerker en mediator. Een trekpleister is voor bezoekers en toeristen. Dat je een museum kan bezoeken, alleen, maar ook met vrienden, familie of een schoolklas. Dat museumcollecties een rijke mix vertegenwoordigen van generaties, culturen, religies, wetenschappen en meningen. En dat de nieuwsgierige houding niet mag ontbreken. Net zo min als een gezamenlijke identiteit, wederzijds begrip van elkaars verleden en daardoor begrip van elkaars (gedeelde) toekomst.

Of dit: dat tentoonstellingen en het gebruik van nieuwe media de discussie verrijken. En: dat het Van Abbemuseum in Eindhoven discussies organiseert op het snijvlak van kunst en samenleving, die bezoekers, instellingen en het bedrijfsleven prikkelt om na te denken over fundamentele zaken die iedereen aangaan.

Dat u het maar weet. Je zou het allemaal bijna vergeten. Gelukkig dat het boekje ons er nog eens op wijst. Ik dacht altijd dat werken in de gezondheidszorg of het onderwijs een lastige klus was, door alle veranderingen die daar plaatsvinden. Nu weet ik: je zal maar in een museum werkzaam zijn en dit boekje onder ogen krijgen, geschreven in opdracht van je eigen belangenbehartiger. Een prachtige leidraad. Heel praktisch. Een verademing...

Eh, bent u daar nog?

RUTGER PONTZEN

undefined

Meer over