Postume liefde voor een vader die niet bestond

Remco Campert en Jan Mulder schrijven het Boekenweek-essay, werd een tijd geleden aangekondigd. Dat was natuurlijk onzin, want dat kan met dit thema, 'familie-album', eenvoudig niet....

Zo vinden we nu, onder één hoofdtitel, twee volkomen verschillende benaderingen van het thema. Zo moet het ook, want het is hun leven dat ze behandelen, niet hun vriendschap. Ze doen dat reëel en niet fictioneel of in een modieuze vermenging van genres, direct en uit het hart gegrepen - dat is het enige overeenstemmende in deze duo-bundel.

Ze zochten in hun leven en hun ziel naar hun verhouding tot hun naasten - Jan Mulder naar die met zijn zoons Youri en Geret, volwassen mannen inmiddels; Remco Campert naar de betrekking tot zijn vader die hij amper heeft gekend; Jan Campert stierf in 1943 in een Duits concentratiekamp.

Mulder werd ermee geconfronteerd dat hij in sommige opzichten zichzelf niet meer is, maar de-vader-van - van de voetballer Youri, redder des vaderlands in een legendarische wedstrijd tegen Wit-Rusland. En hij legde zich er, zonder al te veel gemor, trots en gelukkig, bij neer. Campert besloot zich te bevrijden van de schim die zijn vader in zijn leven geworden was, om ten slotte te moeten erkennen dat hij juist dichter bij de uit te drijvene was gekomen. En hij gaf zich, even tevreden en gelukkig, gewonnen.

Mulders duo-deel is een uitbundige ontboezeming van vaderlijke trots, liefde, zorg en twijfel. De zoons zijn uitgezwermd. Hij is vervuld van wat ze bereikt hebben, maar hunkert naar een blijk van erkenning een goede vader te zijn. Hij wil zich niet opdringen, hij heeft ze losgelaten, maar wil ze tegelijk vasthouden. 'Ik heb mijn jongetjes als poezen tegen me aangedrukt en nu rijden ze in Mercedessen', roept hij vertwijfeld.

Jan Campert stierf in 1943 in het concentratiekamp Neuengamme. Hij was de verzetsheld die het clandestiene gedicht De achttien Dooden had geschreven, dat aan de basis lag van de oprichting van de Bezige Bij. Remco Campert heeft hem amper gekend. In een nawoord vertelt hij dat hij in een tv-interview werd doorgezaagd over zijn vader en op slag een hekel aan hem kreeg. 'Waar haalde hij het recht vandaan om in mijn leven te blijven rondspoken? Hij had zichzelf uit mijn leven verwijderd, waarom lukte het me niet om hetzelfde met hem te doen. Ik moest me van hem bevrijden.' En hij besloot de contouren van de schim in te vullen om die voorgoed te kunnen uitwissen.

Hij verzamelde jeugdherinneringen en anecdotes. Langzaam ontvouwde zich een ontroerend portret van een vader en een kind - soms haarscherp getekend, soms niet meer dan een ijle schets, een verlangen. Hij was dertien en ondergebracht bij een vriendin van zijn moeder toen hij van zijn vaders dood hoorde. 'Ik voelde niets', dichtte hij later, 'maar ik wist dat ik iets voelen moest.' Zijn ouders waren al vroeg gescheiden. Hij was al eerder verlaten.

Op zijn zoektocht deed hij een verbijsterende ontdekking van niet-bestaan in de archieven van het RIOD. 'Op 18 januari 1943 ontvingen de redacties van de Nederlandse dagbladen de volgende 'noot': 's-gravenhage, 18 januari.- het departement van volksvoorlichting en kunsten deelt mede, dat geen berichten gepubliceerd mogen worden betreffende den dood van den schrijver jan campert.- niet voor publicatie.'

Remco Campert: 'Ik schrok. Het was alsof mijn vader nu pas voor mij definitief dood was.' Hij kreeg een gevoel van totale verlatenheid. 'Alsof ik in een leeg gebouw stond, ver van de wereld verwijderd, waar de koude wind door de gebroken vensters joeg. Het was niet mijn verlatenheid die ik voelde, maar de zijne. Het was een plaatsvervangend gevoel. Ik denk niet dat ik ooit dichter bij hem ben geweest.'

Hij spitte verder in zijn kinderziel en in het werk van zijn vader. Even ontroerend als de jeugdherinneringen zijn de ervaringen later, volwassen geworden, in dat schimmige portret verwantschappen te vinden, overeenkomsten in karakter en in slordig leven.

Achter die schim van een legende doemt een schaduw op van een werkelijk geleefd leven. En het beoogde portret van uitbanning wordt stilletjes een clement beeld van herkenning en begrip. 'Al schrijvend verdween mijn 'hekel' en nu zie ik dit relaas als een poging om hem dichter bij mij te krijgen en wat hij me niet heeft gegeven wel aan hem te geven: een beetje liefde.'

Meer over