Postume intimiteiten van Rudolf Noerejev

Rudolf Noerejev liet bij zijn overlijden een chaotische erfenis na, die vele tientallen miljoenen guldens waard is. Een deel ervan bestond uit onroerend goed - hij bezat eilanden, ranches, villa's en luxe appartementen....

ARIEJAN KORTEWEG

DE MAN VAN Polykleitos is onderweg naar Park Avenue z'n hoofd en beide armen kwijtgeraakt. Ook het rechterbeen is er niet meer, het linkerbeen is vanaf de knie verdwenen en z'n rug vertoont diepe scheuren. Hij heeft er dan ook tweeduizend jaar over gedaan om vanuit het Romeinse keizerrijk de toonzaal van Christie's in New York te bereiken. In zijn begintijd werd hij geprezen door de schrijvers Lucianus, Plinius en Seneca. In een recenter verleden had hij een ereplaats in het slot van prins Sayn-Wittgenstein in Koblenz en in een privé-collectie in het Duitse Seeheim.

De laatste jaren domineerde deze torso de salon van een donker en deftig appartement met uitzicht op de westkant van Central Park in New York. Daar werd hij omringd door naakte mannen uit later eeuwen: huilende naakte herder, achterover leunende naakte man, man redt naakte vriend die door leeuw wordt aangevallen, naakte Johannes de Doper (bis), naakte Poseidon, naakte Hercules, naakte Pool met ongezonde blos op de wangen. In lichamelijkheid deden ze weinig voor hem onder, zij het dat deze mannen aanmerkelijk minder strak in het vlees zaten.

Die salon met alles er op en eraan behoorde toe aan de Russische danser Rudolf Noerejev, die hem naar eigen smaak en inzicht met zelf uitgezochte schilderijen had ingericht. Je kunt moeilijk zeggen dat hij er woonde - Noerejev had zeven huizen - maar als hij in New York was, verbleef hij in dat appartement in het Dakota Building.

Wat zou hem er toe gebracht hebben om honderdduizenden dollars uit te geven voor die marmeren gemutileerde? Was hij gevallen voor diens gewelfde borst? Of toch voor de kleine strakke billen, die met zoveel vanzelfsprekendheid overgaan in de iets achterwaarts gebogen rug?

Eén ding is zeker: hij kocht het beeld niet bij wijze van belegging. Rudolf Noerejev was vooral een decorateur. Hij zwelgde in zijn verdiensten, wilde tastbaar maken wat hij had bereikt. Zuiver met dat doel voor ogen schijnt hij vaak gedanst te hebben: nog even dat gala in Wenen of in Tokyo en dan kan ik die Louis XIV-stoel kopen, of dat damesportret van een schilder uit de school van Barent van Orley.

Als een oosterse roofridder schuimde hij tot kort voor zijn dood veilingen en antiquairs af. Hij kocht impulsief, liet zich verleiden door wat hij mooi vond: een bontgekleurde glazen Murano-kandelaar voor 55 kaarsen, een sobere Jacobijnse kloostertafel, een met zeemeerminnen versierd Victoriaans hemelbed, Afghaanse gewaden met spiegeltjes, een helm met vederbos, een kostbaar klavecimbel, zwaarden uit Perzië en de Kaukasus, een pak van slangeleer met bijbehorende plateaulaarzen, een mantel van zilvervossebont.

De deskundigen van veilinghuis Christie's betitelen zijn verzameling welwillend als 'eclectisch', maar je zou ook van een allegaartje kunnen spreken.

Dank zij al die schatten, afkomstig uit het Dakota-appartement, ogen de toonzalen van veilinghuis Christie's aan Park Avenue in New York als de schatkamer van een boekanier. Alles glittert en blinkt, alles is versierd, verfraaid, beslagen, uitgesneden, geborduurd, bewerkt. Vlezige lijven kronkelen zich in onwaarschijnlijke posities, gespierde koperen armen torsen kandelaars, onder het hemelbed zijn tientallen bonte tapijten geschoven. De danser vulde zijn donkere appartement met kleurige voorwerpen uit alle windstreken. En nu staan ze aan de vooravond van een nieuwe diaspora.

Alsof een steen is opgetild - zo ligt een deel van het leven van Noerejev hier te kijk. Nieuwsgierigen verkennen met een zaklampje de hoeken van zijn hemelbed, want confidenties houden zich wellicht schuil in de kleinste gaatjes. De vijftig laadjes van een eiken rococo Uhrenschrank worden één voor één geïnspecteerd. Eerbied doet er niet meer toe. Een zaalwacht leunt achteloos op de hoek van een kabinet, een oudere heer gaapt terwijl hij de ledematen strekt op een sofa die ooit aan Maria Callas toebehoorde. En bijna niemand kan de verleiding weerstaan om even met de rug van de hand de zilvervos te strelen.

Zelfs de veiling van de collectie van Barbra Streisand trok niet zo veel belangstelling. In een aangrenzende zaal van Christie's hangen oude meesters die een veelvoud waard zijn van deze verzameling, maar dat interesseert deze bezoekers niet. Zij willen de zijde van het jackje met de naam Rudolph Nureyev erop geborduurd aanraken, ze willen in de zakken voelen, even de illusie koesteren tot de intimi van de beroemdste danser van deze eeuw te behoren, ook al is dat dan postuum.

Een geüniformeerde mevrouw ontdekt dat de ring die ze even gepast had nog steeds om haar vinger zit. Met een kleur van schaamte legt ze hem terug in de vitrine. De aaibaarheidsfactor van de tentoongestelde spullen is zo hoog, dat zelfs het personeel van Christie's zich er niet aan kan onttrekken.

'I don't even collect this century', zegt een dame met lippen zo dik al een binnenband tegen haar vriendin. Toch neemt ze zich voor morgen terug te komen, maar dan in gezelschap van haar decorateur. Ook aanwezig: een ondefinieerbare figuur met muts op die alleen de ogen vrijlaat; een man in sjofele regenjas met walkman op zijn schudhoofd; een joviaal type dat elke tien seconden een flitsfoto maakt, van voorwerpen en van andere bezoekers; twee kauwende zonnebrildragers met een matje; een oudere dame in een strak rokje die even moet huilen als ze een baret van Noerejev in haar handen heeft; een vrouw in wollen trui die zich met kennelijke aanrakingsangst door de menigte slingert. Het publiek wedijvert in extravagantie met de tentoongestelde waar.

'Kijk eens naar die taille. Ja, hij was veel jonger toen.' De uit zijn flat in Londen afkomstige balletkostuums - prins Albrecht (Giselle), prins Siegfried (Zwanenmeer), Jean de Brienne (Raymonda), prins Florimund (Sleeping Beauty) - trekken veel aandacht. Topstuk is het rijkelijk met namaakglitters versierde kostuum waarin hij Miss Piggy rondzwiepte in hun Muppet-duet van het Zwijnenmeer. Ook aanwezig zijn enkele tientallen door Noerejev afgetrapte balletschoenen, die volgens Christie's binnen het bereik van de kleinere beurs liggen: richtprijs vanaf veertig dollar.

In een verweesd hoekje van de toonzaal houden zo'n tweehonderd boeken elkaar overeind. De willekeur van de titels en de maagdelijke staat van de boeken wekken de indruk dat Noerejev geen groot lezer was. Er zijn gebonden Russische uitgaven, pockets, boeken over kunstenaars als Zurburán, John Singer Sargent, Rembrandt, De Chirico, catalogi van veilingen, een paar dansboeken, The art of Loving van Erich Fromm, Peter the Great door Robert K. Massie.

Hier en daar kun je nog een persoonlijk detail aantreffen. In How to Choose a Mate van Mavis Klein is een opdracht geschreven: 'To David, with the best of intentions, from Mavis.' Four Plays for Dancers van Yeats is opgedragen to Rudolf at his 53th birthday, may this inspire you to even more heights. Uit het Yoga übungs Buch valt een folder voor een million dollar mansion in Honolulu. In A Dancers Legacy van Bronislava Nijinska ligt een gele vrachtbrief: 'Two crates of antique sculpture, for personal use only.' Volgens de instructies werden ze in 1987 ingevlogen vanuit Londen.

Verscholen in een stapeltje pockets staat Koot graaft zich autobio van Kees van Kooten. Presentje van Rudi van Dantzig, die Noerejev een aantal malen in New York opzocht?

Niet de kwaliteit van de topstukken, maar juist memorabilia als deze boeken, en vooral de balletschoenen en -kostuums maken deze veiling voor Christie's belangrijk. Collecties van beroemdheden als Noerejev zijn een probaat middel om een nieuw publiek voor veilingen aan te boren. Juist daarom zijn de richtprijzen welbewust laag gehouden, zegt David Llewellyn, de coördinator van de veiling. 'We willen niemand op voorhand wegjagen.'

Christie's heeft zich veel moeite getroost om deze veiling binnenboord te halen. Eerst moest de eeuwige concurrent Sotheby's worden afgetroefd. Daarna wilde Christie's vaart achter de zaak zetten. Een groot deel van de nalatenschap zou al in december 1993 in Londen en in januari 1994 in New York worden geveild. Daaraan voorafgaand zouden bij wijze van opwarmer gala-avonden worden gehouden, en op vluchten van een half dozijn vliegmaatschappijen zou gedurende drie maanden een promotievideo over leven en bezit van Noerejev worden getoond. Tessa Kennedy, decoratrice van de onderkomens van Koning Hoessein en George Harrison, was aangezocht om de toonzalen in te richten.

Op dat moment kwamen de familieleden van Noerejev in het geweer en bleek diens erfenis nog ingewikkelder in elkaar te steken dan al werd gevreesd. Noerejev, die in de Sovjet-Unie in betrekkelijke armoede opgroeide, getroostte zich na zijn vlucht naar het westen in 1961 veel moeite om te zorgen dat het hem aan niets ontbrak. Al in de jaren zeventig bracht hij zijn bezittingen onder in twee stichtingen: de Ballet Promotion Foundation in Liechtenstein en de Rudolph Nureyev Dance Foundation in Chicago. Zelf was hij Oostenrijks staatsburger, om belastingtechnische redenen ingezetene in Monaco, terwijl hij overwegend in Frankrijk woonde.

Een tijdlang was hij de meest verdienende podiumkunstenaar ter wereld. Zijn bezit bestond uit kunstvoorwerpen en onroerend goed, verspreid over de hele westerse wereld. Naast dat prestigieuze Dakota-appartement had hij een flat aan het Richmond Park in Londen, de villa La Turbie in Monte Carlo en een ranch met 170 hectare land in Woodburn, Virginia in de Verenigde Staten. Op de noordkust van het eiland Saint Barthelémy in de Cariben, niet ver van Haïti, bezat hij een landhuis met grond en uitzicht over de oceaan. De vraagprijs voor dat huis, de Villa Nureyev, is 567 duizend dollar.

ZIJN LAATSTE aanwinst was de Galli archipel, drie eilandjes voor de kust van Napels, gekocht in 1989. Ooit waren ze eigendom van de Russische choreograaf Léonide Massine, bekend van les Ballets Russes, nadien van diens zoon Lorca. Noerejev liet de helikopterbasis en de Vila Grande restaureren en richtte de oude Saraceense toren in als balletstudio. Maar het bleef behelpen. Elektriciteit en stromend water waren nog niet voorhanden, dus wie in bad wilde had een kaars en driehonderd flessen mineraalwater nodig. De stichting heeft de eilandjes inmiddels voor meer dan drie miljoen dollar van de hand gedaan.

De laatste jaren van zijn leven, toen hij directeur was van het ballet van de Parijse Opera, woonde hij overwegend in zijn grote appartement met uitzicht op het Louvre aan de Quai Voltaire. Daar en in het Dakota-appartement had hij de meeste van zijn schatten ondergebracht.

Vrijwel al zijn bezittingen liet Noerejev na aan de beide stichtingen, die de opdracht kregen om voor de familie in Rusland en Frankrijk te zorgen, de balletkunst in het algemeen te bevorderen, beurzen aan getalenteerde dansers toe te kennen en zieke dansers financieel te steunen. Daarnaast verzocht hij met een deel van zijn erfenis een permanente expositie in te richten.

In die clausule hebben zijn zus Rosa, en vooral haar dochter Gouzel, voor wie Noerejev een appartementje boven het zijne had gekocht, zich vastgebeten. Hun juridische stappen hadden aanvankelijk zoveel succes dat het appartement aan de Quai Voltaire werd verzegeld. Een museum ter nagedachtenis van de danser kon immers niet worden ingericht als diens goederen verkocht werden.

De beide stichtingen op hun beurt argumenteerden dat ze de laatste wil van Noerejev niet konden uitvoeren zonder de opbrengst van de verkoop van diens bezit. Voor wat New York betreft hebben die stichtingen inmiddels hun zin gekregen, al heeft de familie een paar albums met privé-foto's op het laatste nippertje uit de verkoop weten te houden. Ook in Parijs lijken de stichtingen aan het langste eind te trekken. Het appartement is inmiddels van zegels ontdaan, Christie's hoopt binnen afzienbare tijd een aantal kostbare stukken, zoals vier schilderijen van Théodore Géricault, onder de hamer te brengen.

Dat wil niet zeggen dat de plannen voor een Noerejev Centrum van de baan zijn. De Ballet Promotion Foundation zegt een deel van zijn danskunstige erfstukken met dat oogmerk apart te houden. Maar met de inrichting is nog geen begin gemaakt.

'Beyond this point only with permission.' Dat staat op een bordje naast de poort die toegang geeft tot de binnenplaats van het Dakota Building. Het is er donker en stil, op een kerstboom na, en een enkele zwarte hondenuitlater die zich beroepshalve richting Central Park haast.

Een passant die in de buurt van die poort draalt wekt hier al snel de argwaan van de portier, die vanuit een goudkleurig, kogelvormig wachthokje de omgeving in de gaten houdt. Nee, hij werkt hier nog geen twee jaar. Nee, hij kent geen mister Nureyev. En als hij hem kende, zou hij het echt niet laten merken. Het gebouw van binnen bekijken? Bij het horen van een dergelijk impertinent voorstel fronst hij misprijzend de wenkbrauwen.

Het Dakota Gebouw kreeg z'n naam omdat het in 1881 zo ver van het hart van Manhattan verwijderd was, dat het net zo goed in Dakota had kunnen liggen. Toch is Christie's toonzaal nog geen kilometer naar het zuiden. Dakota is beroemd omdat sterren als Judy Holliday, Lauren Bacall en José Ferrer er woonden, omdat Rosemary's Baby er werd opgenomen, maar vooral omdat John Lennon hier in 1980 voor de ingang werd doodgeschoten. Yoko Ono is er blijven wonen, samen met andere mensen die geregeld de krant halen. 'The place is crawling with millionairs', zei Noerejev tegen Rudi van Dantzig, die er soms logeerde.

Appartement 22, gelegen op de eerste verdieping met vrij zicht op het park, heeft inmiddels een nieuwe eigenaar. Maar in de veilingcatalogus staan foto's van hoe het er uitzag toen het aan Noerejev behoorde: geen stukje muur onbedekt, geen voorwerp dat aan de twintigste eeuw herinnerde. Hier werd de illusie van een lustoord opgeroepen, overigens zonder het comfort dat daarbij hoort. Dat Noerejev er prat op ging nog geen ei te kunnen bakken, weerspiegelde zich in zijn sjofele keuken. En zoals het een echte Europeaan betaamt had hij een onoverkomelijke afkeer van airconditioning, zodat het er in de zomer erg heet was.

Waarom zou hij zich ook om dergelijke gemakken bekommeren. Steeds wachtte hem een ander engagement, een ander appartement in een ander werelddeel.

'Wonen doe ik op het podium.' Dat waren zijn eigen woorden.

Meer over