Postmoderne burger wil alleen prettige deel van de monarchie

Eens leek de monarchie op haar retour. Toch haalden zeven Europese koninkrijken de 21ste eeuw. Vanwaar al die opgetogen onderdanen?

OLAF TEMPELMAN

Zij was 'een monumentale combinatie van staatsie en lotsverbondenheid'. 'Onberispelijk was haar wijsheid.' Als je haar handen aanraakte, voelde je een 'staat van zekerheid en waarachtigheid'.

Zijn het regels van een poëtische puber die fantaseert over een onbereikbare liefde? Stammen ze uit een verplichte lofzang van een Roemeense dichter op wijlen dictatorsvrouw Elena Ceausescu? Nee, ze stonden deze week in Elsevier. Het object van adoratie was de scheidend koningin der Nederlanden. De adorerend auteur was Hugo Camps, een Belg nota bene. Zo openlijk beleed hij de liefde voor Beatrix I, dat je hem ervan verdenkt te betreuren dat Willem I die veldtocht tegen de Belgen van augustus 1831 zo jammerlijk verloor.

In vergelijking met andere publicisten was Camps niet eens erg over the top. In het AD schreef Eefje Oomen over 'een krachtige, energieke vorstin' en een 'monarchie die bloeit en onomstreden is'. Zo veel mooie woorden waren er voor de scheidend vorstin dat het stekelvarken van deze krant zich afvroeg of Nederland überhaupt nog republieken herbergt. Ja, zo bleek. Emeritus hoogleraar Ulli d'Oliveira verzocht Willem-Alexander in deze krant discreet om Nederland als republiek alsnog de moderniteit te laten betreden. Immers: 'Voormoderne relieken wijken voor de principes van de democratie (...) die onverenigbaar zijn met erfelijke ambten.'

Het paradoxale van d'Oliveira's pleidooi voor moderniteit was dat het sprekend leek op een pamflet uit 1790. Het is ruim tweehonderd jaar geleden dat het verdwijnen van de monarchie als staatsvorm overal in Europa een kwestie van tijd leek. Net als Max Pam noemden de republikeinen van toen de monarchie 'een bespottelijk instituut'. In deze krant schreef Pam: 'Als het koningschap niet bestond, zou het in deze tijd ook niet worden uitgevonden.'

Daarover geen twijfel, maar de monarchie bestaat nu eenmaal en heeft in zeven Europese landen de 21ste eeuw gehaald. In al die landen mogen de koningshuizen zich ondanks reeksen schandalen verheugen op de steun van tweederde tot viervijfde deel van de bevolking. Wie aan de republikeinen van 1813 had verkondigd dat de monarchie in 2013 populair zou zijn, was voor gek verklaard.

Wat in twee eeuwen fundamenteel is veranderd, is de aard van het monarchistische sentiment. Hugo Camps schreef: 'Wat had ik graag in de gang van het Landeskrankhaus in Innsbruck de armen om haar heen geslagen.' In het AD constateerde Jerry Goosens: 'Kim Jong-un moet met een zekere professionele jaloezie naar de dwepende onderdanen aan het vorstendommetje aan de Noordzee hebben gekeken.'

Dat klopt niet. Geen Noord-Koreaan fantaseert erover de armen te slaan om Kim-Jong-un, een leider die ver boven de ledematen van het volk verheven is, zoals Willem I dat nog was in 1813. In De Groene Amsterdammer gaf Rob Wijnberg blijk van een sentiment dat geen 19de-eeuwer ooit zou hebben gekoesterd: 'Als ik koningin Beatrix zie, kan ik een gevoel van diep medelijden niet onderdrukken. Gevangene van het publieke oog. Gijzelaar van volk en medialand.'

Medelijden: dat voelden mensen nooit voor machtige voormoderne vorsten, dat voelen ze voor gemuilkorfde postmoderne monarchen. Over 'postmodern koningschap' gaat De royals van Europa van de Brit Peter Conradi. De monarchie heeft against all odds de 21ste eeuw gehaald - omdat alternatieven voor de koning als staatshoofd in de 20ste eeuw niet zaligmakend bleken en omdat een koningshuis kennelijk in meer dingen voorziet waaraan behoefte is dan een republiek. Zoals daar zijn: glamour, troost, amusement, theater en identificatiemogelijkheden.

Typisch voor de burgers van een postmoderne monarchie is dat ze wel de lusten willen van deze staatsvorm (show, franje, schandalen), maar niet de lasten (machtswellust van de vorst). Het proces om de monarch van zijn laatste politieke bevoegdheden te strippen, in de Scandinavische monarchieën voltooid maar in Nederland nog gaande, past in dat wensenpakket. De monarch mag niet in de levens van zijn onderdanen ingrijpen, maar moet wel een bron zijn van liefde, troost, leedvermaak en grappen. 'Perfomancekunst', noemde Arnon Grunberg het.

Jan Mulder verkondigde op tv 'eigenlijk republikein' te zijn, maar Beatrix te bewonderen en te 'geilen op Máxima'. Heimelijk republikanisme in combinatie met respect voor de oude koningin en lust voor de nieuwe - dat is postmodern. In deze krant bekende columnist Bert Wagendorp 'eigenlijk voor de republiek' te zijn. Evenwel: de nieuwe koning kan 'bovengemiddeld hossen, goed juichen en hij lijkt op zijn betreurde vader. Bovendien krijgen we een wereldster als koningin. Dus het komt wel goed.' Het koninkrijk van Willem-Alexander I moet een hoop aangename dingen combineren.

undefined

Meer over