POSITIEVE ACTIE: 'Met Swahili kom je het getto niet uit'

Er moet een eind komen aan positieve discriminatie en de zwarten moeten wat aan hun cultuur doen. De Amerikaanse politicoloog Dinesh d'Souza wekte vorig jaar grote opschudding met zijn boek The End of Racisme....

Het enfant terrible van conservatief Amerika lacht verlegen als hij een dikke bundel scheldbrieven uit zijn bureaulade haalt. In menig woedend schrijven sinds de publicatie van zijn boek The End Of Racism wordt Dinesh d'Souza gemaand met het eerste vliegtuig terug te keren naar zijn geboorteland, India.

'Koelie, knecht van racistische blanken, wat doe je hier en wie denk je wel dat je bent. Ga terug en dat je moge wegrotten als een onaanraakbare', brieste een vrouw uit het Newyorkse Harlem. Een man uit Chicago noemt D'Souza (Bombay, 1961) een 'Indiase oom Tom', een verrader dus.

Vrijwel alle brieven zijn afkomstig van Afrikaans- Amerikanen en blanke liberals, die zich verschrikkelijk boos hebben gemaakt over D'Souza's opmerkelijke pleidooi voor het afschaffen van het stelsel van positieve discriminatie, zoals het begrip affirmative action vertaald kan worden. Dat op zich respectabele, zij het conservatieve, standpunt vulde hij aan met een ophefmakende kritiek op zwart-Amerika. Niet blank racisme, waarvan hij het bestaan niet ontkent, maar black pathologies - zwarte ziekteverschijnselen - zoals die zich manifesteren in de onderklasse, en de zwarte cultuur vormen het grootste probleem.

Zijn centrale stellingen zijn dat het anti-racismebeleid van de liberals en de 'excuus-argumenten' (slavernij, onderdrukking, racisme) van zwarten de grootste struikelblokken vormen voor de ontplooiing van Afrikaans-Amerikanen.

'Dat zijn inderdaad mijn zonden en dat verwachten zwarten kennelijk niet van een iemand met een even donkere huid', zegt D'Souza op licht ironische toon.

De jonge immigrant, inmiddels een genaturaliseerde Amerikaan, stopt de brieven weg in een kast in zijn kantoortje op de tiende verdieping van het American Enterprise Institute in Washington DC, het hoofdkwartier van de neo-conservatieve intelligentsia.

D'Souza is politicoloog en begon zijn carrière, na het Dartmouth College en Princeton, op het Witte Huis van president Reagan. Hij behoort tot de nieuwe generatie neo-conservatieve denkers, die met ambitieuze, spraakmakende boeken het maatschappelijk debat aanjagen en daarmee voor veel commotie zorgen. Een foto van president Reagan met zijn jeugdige binnenlands-politieke adviseur is de enige versiering aan de muur.

Het Amerikaanse stelsel van positieve discriminatie - een erfenis van de zwarte burgerrechtenbeweging - staat onder grote politieke en juridische druk. De wettelijke voorkeursbehandeling van minderheden bij het geven van overheidsopdrachten aan bedrijven, de verplichting quota te hanteren bij het werven van personeel en het manipuleren van toelatingsnormen op universiteiten ten faveure van minderheden, wordt op alle fronten aangevallen - door het Hooggerechtshof, in de staten en in de publieke opinie. In de campagne voor de presidentsverkiezingen wordt hevig gediscussieerd over de vraag of het stelsel geheel of gedeeltelijk moet worden afgeschaft.

- President Johnson was met president Nixon de grondlegger van het stelsel. Johnson zei in 1965 dat het niet eerlijk is om een persoon die eeuwenlang geketend was, onder dezelfde voorwaarden als anderen aan de startlijn te zetten van de maatschappelijke race.

D'Souza: 'Johnson en met hem alle liberals veronderstelden en veronderstellen dat achterstand erfelijk is. Zij zeggen in feite dat als je overgrootvader een slaaf was en je vader onderdrukt werd door de apartheidswetgeving, jij ook een slachtoffer bent. In een statische maatschappij is dat waar. In India is de zoon van een schoenmaker gedoemd schoenmaker te worden. Maar in een mobiele, vrije maatschappij zoals de Amerikaanse is dat niet het geval. De overgrootvader van dominee Jesse Jackson was een slaaf, de kinderen van dominee Jackson gaan naar de beste particuliere scholen en universiteiten van het land.'

- De belangrijkste kritiek op uw boek is dat u de slachtoffers van racisme - in Amerika de onderklasse van ongeveer een miljoen zwarten - zelf de schuld geeft voor de ellendige omstandigheden waarin zij leven.

'Nee, dat doe ik beslist niet. Ik maak een onderscheid tussen blaam en verantwoordelijkheid. Ik zeg alleen dat iedereen moet leven met de kaarten die we hebben gekregen, ook zwarten. Wij allen moeten verantwoordelijkheid nemen voor dingen en situaties die wij niet zelf gecreëerd hebben. Dat geldt voor individuen, maar ook voor groepen en landen. India moet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen toekomst, zelfs al is het waar dat het land gevormd is door Brits imperialisme, so what. Dat geldt ook voor zwarten in Amerika. Slavernij, apartheid, racisme, onderdrukking: het laat onverlet dat zwarten in de eerste plaats zelf hun problemen moeten oplossen.'

- Toch kan niet ontkend worden dat positieve actie als uitvloeisel van de burgerrechtenwetgeving van de jaren zestig een zeer belangrijke rol heeft gespeeld.

'Dat doe ik ook niet. De burgerrechtenwetgeving en het stelsel van positieve discriminatie waren noodzakelijk om de ruggegraat van het oude segregatie-denken in het zuiden te breken. Positieve discriminatie heeft de groei van de zwarte middenklasse versneld, hoewel het stelsel op zich niet verantwoordelijk is voor de creatie van die middenklasse. Die ontwikkeling kwam al op gang tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik beweer dat positieve discriminatie nu zijn nut heeft bewezen en moet worden afgeschaft.

'Speciale maatregelen om een bijzondere situatie het hoofd te bieden, moeten niet structureel worden. Als een zoon van een succesvolle zwarte familie wel wordt toegelaten tot een topuniversiteit en de zoon van een blanke automonteur niet, terwijl hij betere cijfers heeft, dan is er iets mis. Als een onderneming van blanken wordt gepasseerd bij het gunnen van een order, terwijl het bod aanzienlijker lager is dan het bod van een bedrijf van Latino's, dan levert dat grote fricties op.

'Het hele systeem van openbare aanbestedingen was bedoeld om vriendjespolitiek te bestrijden en dan voeren we dat op een andere manier weer in. Zwarte miljonairs als Michael Jordan, Bill Cosby en Quincy Jones, multimiljonairs, kunnen tegen een zachte prijs radiostations kopen op grond van een bepaling ter bevordering van zwarte bezitsvorming in de media. Heel raar en boven contraproduktief.'

- U ontkent niet dat racisme in Amerika een probleem is en zwarten dagelijks moeten vechten tegen kleine en grote vooroordelen.

'Racisme bestaat nog steeds, maar is sinds de burgerrechtenwetgeving sterk verminderd en van karakter veranderd. Natuurlijk, een zwarte man die een taxi zoekt in New York moet soms lang wachten. En het is waar dat vooral zwarte jongens, als zij ergens als een groep binnenkomen, zeer argwanend worden bekeken. Maar het kan toch moeilijk ontkend worden dat daar een reden voor is. Kijk naar de feiten inzake criminaliteit en het is duidelijk waarom vooral zwarten mannen in de leeftijdscategorie van 12 tot 35 jaar op vooroordelen stuiten. Zij vormen een relatief groot risico.

'Ik noem dat rationele discriminatie en dat is iets wezenlijks anders dan het institutionele, wettelijk geregelde racisme van vroeger. Er is veel ten goede veranderd in de VS. Hoe kan het anders dat ex-legerstafchef Colin Powell door de overgrote meerderheid beschouwd wordt als een goede presidentskandidaat, de zuidelijke staat Virginia een zwarte gouverneur heeft gehad en dat Wall Street twee minuten stilte in acht nam voor minister van Handel Ron Brown, een zwarte jongen uit Harlem.'

- De problemen van de zwarte onderklasse - armoede, bendevorming, drugs, buitenechtelijke kinderen, zwakke familiestructuren - zijn te groot om zonder hulp van buitenaf opgelost te worden. De Ieren en Italianen ontwikkelden zich toch ook met royale steun van de overheid.

'Dat is juist, maar zwarten en immigranten kunnen niet met elkaar vergeleken worden. Immigranten hebben het altijd beter gedaan dan zwarten, omdat zij anders en doorgaans beter gemotiveerd zijn. Hun komst naar de VS is een bewuste, zorgvuldig voorbereide keuze. Dat geldt niet voor zwarten.

'Positieve discriminatie is anno 1996 niet meer de methode om de zwarte onderklasse te helpen. Dat kan alleen met toegespitste maatregelen, zoals het verbeteren van het onderwijs, het stimuleren van bedrijfsactiviteiten en het versterken van familiestructuren. In wezen gaat het om het veranderen van de zwarte binnenstadcultuur en de daaruit voortvloeiende gedragingen.

'Ik denk dat de rol van de overheid beperkt zal zijn en dat die veranderingen moeten komen van de mensen zelf. Het accent moet liggen op het verhogen van de capaciteiten om te wedijveren in een moderne maatschappij. Het is aan de zwarte onderklasse om de mouwen op te rollen en aan de slag te gaan. Als arme zwarten hun lot in eigen handen nemen dan springen de overheid en bedrijfsleven snel bij, dat weet ik zeker.'

- U verwijt zwarte organisaties dat zij weinig tot niets hebben gedaan aan de echte problemen van de zwarte onderklasse en zich opstellen als zelfverrijkende race merchants, handelaren in ras.

'Sinds de jaren zestig hebben deze organisaties - ik maak een uitzondering voor de kerken - weinig gepresteerd. Zij zijn afwezig in de binnensteden en houden zich bezig met minder belangrijke zaken, zoals de doodstraf. Doet de National Association for the Advancement of Colored People, behalve intern ruzie maken, iets aan het versterken van familiestructueren, het beveiligen van buurten of het tegengaan van ongewenste zwangerschappen? Ik beweer dat zo'n organisatie voornamelijk belang hecht aan de continuïteit van haar eigen bestaan. Zij hebben er bovendien financieel belang bij dat zij de mythe van discriminatie en racisme in stand houden. Daar ontlenen zij hun bestaansrecht en financiële middelen aan.'

- In uw boek gaat U uitvoerig in op het antropologische begrip cultureel relativisme. Dat is een doctrine die is ontwikkeld door professor Boas en zijn leerlingen, onder wie Margaret Mead, en die inhoudt dat alle culturen gelijk zijn.

'De doctrine van het cultureel relativisme wordt misbruikt om maatschappelijk wangedrag te vergoelijken en tamelijk idiote projecten aan te moedigen, zoals het Afro-centrisch onderwijs en multiculturalisme. Maar laten we nu eens nuchter zijn: geen Afrikaans-Amerikaan is ermee geholpen dat hij heeft leren optellen en aftrekken in het Swahili of dat hij alle details kent van het Egypte van de farao's. Geen Afrikaans-Amerikaan is er mee gediend als hij zich alleen maar goed kan uitdrukken in zwart-Engels.

'De doctrine van het cultureel relativisme rechtvaardigt de afwijzing van de overkoepelende Amerikaanse cultuur. Die wordt als Euro-centrisch of Anglo-Amerikaans bestempeld en is dus racistisch. Wie op die manier denkt de zwarte onderklasse te kunnen helpen is schandalig bezig. Met Swahili komt je het getto niet uit.

'Ik vind dat een zeer schadelijke boodschap omdat steeds excuses worden gezocht voor mislukking en hopeloosheid. Een jonge zwarte moet niet steeds te horen krijgen dat leren een vorm van blank gedrag is, dat naar school gaan geen zin heeft, omdat er geen banen zouden zijn. Dat is aperte onzin. Hij krijgt ook te horen dat de regels, de politie en de rechters tegen hem zijn en het schoolprogramma Euro-centrisch is.

'Racisme bestaat, dat ontken ik niet, maar het is niet meer het hoofdprobleem. In feite gaat het tegenwoordig om blanke vooroordelen die versterkt worden door wangedrag van de zwarte onderklasse. De beste anti-racismecampagne zou het bestrijden en opheffen van dat wangedrag zijn. Dan verdwijnen die vooroordelen en dat rationale racisme vanzelf. Wie anders beweert, continueert hopeloosheid. Ik weet, het is een harde boodschap, maar de kleur van iemands huid speelt in de VS anno 1996 veel minder een rol dan iemands gedrag.'

- U gaat uitvoerig in op het debat over de relatie tussen rassen en intelligentie, waarover uw collega Charles Murray het boek The Bell Curve heeft geschreven. Maar U trekt geen duidelijke conclusies.

D'Souza lacht besmuikt. 'Dat is inderdaad juist, ik zeil daar bewust om heen, omdat ik daar niet uit ben. Als Murray betoogt dat er tussen blanken en zwarten een IQ-kloof van tien tot twintig procent bestaat, dan is dat op zich onweerlegbaar. Uit alle testen blijkt dat er IQ-verschillen zijn tussen rassen. De vraag is in hoeverre dat een kwestie van genen is of van culturele, sociaal-economische en geografische omstandigheden.

'Ik denk, in tegenstelling tot Murray, dat cultuur en gedragingen een grote rol spelen en genen in mindere mate van belang zijn. In die zin ben ik dus veel optimischer over de ontwikkeling van rassenrelaties in de VS. Cultuur en gedragingen kunnen je namelijk veranderen en beïnvloeden en menselijke genen niet, althans niet op grote schaal.'

- Daar is dus een rol weggelegd voor de overheid.

'Een bescheiden rol, want het beïnvloeden van gedrag is in een vrije, open maatschappij zeer lastig. Kijk maar naar de campagnes tegen drugsgebruik en roken en voor veilig vrijen. Ik bestrijd het nut niet, maar ik waarschuw voor te grote verwachtingen. Wat kan een overheid nu werkelijk doen om bijvoorbeeld familiestructuren te versterken. Ja, je kunt families een belastingverlaging van een paar honderd dollar geven, maar erg effectief is dat niet.'

- President Clinton denkt daar anders over en verdedigt het stelsel van positieve discriminatie.

'Zijn verdediging wordt steeds zwakker naarmate de verkiezingen dichterbij komen, maar hij doet zijn best. Het maakt niet zoveel uit, want in feite volgt de politiek - regering en Congres, Democraten en Republikeinen - de trends in de samenleving. Al geruime tijd ondermijnt de toename van het aantal interraciale huwelijken tussen blanken, Aziaten en Latino's het systeem van positieve actie, dat immers gebaseerd is op raciale classificatie.

'Jongeren - blank, bruin, geel, rood, zwart - voelen bovendien de emotionele kracht van discriminatie en racisme niet meer. Op een gezonde wijze zijn zij de zonden van het verleden te boven gekomen door dat verleden te vergeten. Zij kijken naar de toekomst.'

- Een oplossing zou zijn het hele systeem met een overgangsperiode van tien tot vijftien jaar af te schaffen, opdat de zwarte gemeenschappen zich kunnen aanpassen.

'Als president Clinton zou besluiten zwarten nog beperkte tijd positief te discrimineren dan is hij werkelijk een moedig man, en zal ik hem prijzen. Het zou een schitterende oplossing zijn, omdat ik vrees dat de crisis in de rassenrelaties in de VS alleen maar groter wordt als er al te drastische stappen worden gezet. Maar ik denk niet dat hij het aandurft. De overgrote meerderheid van de Amerikaanse bevolking heeft namelijk schoon genoeg van de problemen met de zwarte onderklasse. De roep om een kleurenblinde maatschappij is nog nooit zo luid geweest.'

Meer over