Portugezen krijgen de keus tussen lood en oud ijzer

Het bevalt Fernando en António maar niets dat ze op spotprenten als eeneiige tweeling worden afgebeeld. Ze hebben de afgelopen weken stad en land afgereisd om de Portugese kiezers voor zich te winnen - van de sardienvissers in de Algarve en de olijvenplukkers in de Alentejo tot de fabrieksarbeidsters in...

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Fernando Nogueira is 45. Hij is jarenlang de tweede man geweest van premier Anibal Cavaco Silva, totdat deze in januari tot het besef kwam dat hij Portugal na tien jaar als regeringsleider geen nieuwe dromen meer te bieden had. Waarschijnlijk zullen de kiezers Cavaco in januari, als dank voor het decennium van stabiliteit en economische groei dat hij hen heeft geschonken, belonen met de nog altijd invloedrijke functie van president. De leiding van de centrum-rechtse PSD berust nu dus bij oud-minister van Defensie Fernando Nogueira, die blijkens opiniepeilingen echter wordt gezien als niet meer dan een slap aftreksel van zijn voorganger.

António Guterres is 46. Hoewel hij al sinds 1992 aan het hoofd staat van de Socialistische Partij, zijn dit ook zìjn eerste verkiezingen als lijsttrekker. Guterres is een door de wol geverfde parlementariër. Op verkiezingsmeetings weet hij zijn boodschap met verve te brengen en hij is dol op het politieke debat. Geen wonder dat de verkiezingswijzers na de twee grote televisiedebatten tussen Fernando en António ineens sterk doorsloegen naar de socialist.

Maar het praatje van António Guterres is niet veel anders dan het verhaaltje van Fernando Nogueira, en het gaat over Europa. Dat het de Portugese economie de laatste tien jaar eindelijk eens wat beter is gegaan, is hoofdzakelijk de verdienste van de Europese Unie. Toen Portugal in 1986 lid werd, was het het armste land van Europa - wat tot voordeel had dat de sociale fondsen in Brussel hun sluisdeuren openzetten en de miljoenen naar het laagste punt begonnen te stromen.

Hoewel de Portugezen beschaamd moeten erkennen dat er aardig wat ecu's zijn blijven plakken aan de ambtelijke handpalmen in Lissabon, heeft Portugal daar toch zijn voordeel mee gedaan. Ook in deze verkiezingstijd heeft de scheidende premier nog de nodige nieuwe snelwegen, bruggen, scholen en ziekenhuizen mogen openen.

Voor de meeste Portugezen is dus niet de vraag òf ze in Europa blijven, maar hòe ze ervoor moeten zorgen dat ze in 1999 niet buiten de Europese monetaire unie worden gesloten. Hoe het gat in de begroting te dichten, hoe de schuldenlast te verlichten, hoe de inflatie te bestrijden, dàt zijn de vraagstukken waarvoor beide lijsttrekkers hun kiezers warm willen laten lopen. Geen gemakkelijke opgave, want pijnloze oplossingen zijn er niet.

Daarom proberen beide partijleiders de pil te vergulden met een banenplan. Want al heeft Portugal met 7 procent officieel de laagste werkloosheid van Europa (op Luxemburg na), de zichtbare armoede zowel in de straten van Lissabon als op het platteland getuigt van een grote verborgen werkloosheid - en het ontbreken van goede sociale voorzieningen. De socialist Guterres belooft daarom bovendien een soort bijstand van 175 gulden in de maand. De sociaal-democraat Nogueira schampert dat je met zulke geldsmijterij natuurlijk nooit het gat in de begroting kunt dichten.

Een moeilijke keus tussen die twee, vinden de Portugese kiezers. Volgens de laatste opiniepeilingen krijgen de socialisten net iets meer dan 30 procent van de stemmen, de PDS krijgt net iets minder. Vooral voor de PDS is dat zuur, want die was de afgelopen tien jaar onder Cavaco gewend om met absolute meerderheid te regeren.

Als de PDS er al in slaagt de regeringsmacht vast te houden, zal dat niet lukken zonder steun van het rechtse CDS/PP. Het CDS mag volgens de peilingen hopen op goed 10 procent van de stemmen en staat al te trappelen om weer eens een paar ministers te mogen leveren. De Portugese socialisten zullen waarschijnlijk echter de voorkeur geven aan de gedoogsteun van de communisten, die ook hopen op 10 procent of meer van de stemmen.

De nogal starre communisten geven Europa de schuld van de armoede van de Portugese arbeiders en boeren. En het rechtse CDS toont in zijn verkiezingsspotjes Portugal als een taart die, in stukken gesneden, aan het buitenland wordt verkocht. Maar de kleinere partijen zullen hun boze woorden over Europa moeten inslikken als ze zich enige regeringsinvloed willen verwerven. Ook de beide kleinere partijen hebben overigens sinds de laatste verkiezingen nieuwe leiders gekregen. Bij de communisten heeft de vergrijsde stalinist Alvaro Cunhal het vaandel overgedragen aan de nette econoom Carlos Carvalhas. En bij het CDS zit een jonkie: de 33-jarige Manuel Monteiro.

Vier nette, bekwame, maar helaas ook fantasieloze politici tronen bovenaan het Portugese stembiljet. Zondag mag de kiezer het zeggen. Twintig procent van de stemgerechtigden had bij de laatste opiniepeiling zijn keus nog niet gemaakt. En de ervaring leert dat bovendien nog heel wat Portugese kiezers vlak voordat ze hun stembiljet invullen van gedachten veranderen. Ditmaal hebben de weifelaars en de wankelmoedigen het extra moeilijk. Omdat er, zelfs met vier nieuwe leiders, zo bitter weinig te kiezen valt.

Meer over