Port Sunlight is gebouwd op zeep

Het moesten huizen worden 'waarin onze arbeiders kunnen leven en zich op hun gemak kunnen voelen, met tuinen achter en voor'....

door Bert Wagendorp

DE MOEDER van alle tuindorpen koestert zich in een prille voorjaarszon. En gelukkig maar, het heet hier per slot van rekening Port Sunlight. Het is in dit dorpje ook allemaal erg proper, en ook dat mag toepasselijk heten. Want Port Sunlight is het enige dorp ter wereld dat is genoemd naar een stuk zeep. In het Heritage Centre van het dorp liggen ze in grote stapels, de in vrolijke kleuren verpakte dubbele stukken Sunlight-zeep ('There is no better household soap'). Er is veel vraag naar onder de meestal oudere huisvrouwen die de tentoonstelling over het verleden van Port Sunlight bezoeken.

Port Sunlight is niet gebouwd op palen, maar op zeep. Op immense hoeveelheden zeep, die in de fabriek schuin tegenover het centrum werden, en nog steeds worden gefabriceerd. In 1889 kwam het eerste stukje de nieuwe zeepziederij uit en tot op de dag van vandaag wordt in de zeepfabriek van Unilever - de modernste ter wereld - een groot deel van de vloeibare zeepmerken die het concern voert, geproduceerd.

Port Sunlight is het geesteskind van William Hesketh Lever, in 1851 in Bolton geboren als zoon van een groothandelaar in kruidenierswaren. In 1884 besloot hij het bedrijf van zijn vader te specialiseren. De welvaart nam toe; ook onder arbeiders vonden de ideeën over persoonlijke en huishoudelijke hygiëne ingang en Lever concludeerde uit die twee gegevens dat er een toenemende vraag naar zeep zou ontstaan. Dat bleek te kloppen.

Nadat hij in 1886 zijn Sunlight-zeep op de markt had gebracht, was die al snel niet meer aan te slepen. Een betere zeep was er niet, Sunlight-zeep bevatte in tegenstelling tot de zeep van de concurrentie geen silicaat of soda, er zat meer plantaardige olie in dan talk, en bovendien was Lever de eerste die op de slimme gedachte kwam er een mooi papiertje omheen te doen.

Levers eerste fabriek, in Warrington, bleek al snel te klein. En dus ging hij op zoek naar een alternatieve locatie. Naar een plaats waar voldoende ruimte was om een nieuwe fabriek te vestigen, maar die ook ruimte bood om zijn verlichte ideeën omtrent de verhouding tussen werkgever en werknemer vorm te geven.

Die stek, veertig hectare groot, vond hij in 1886 op de Wirral, de landengte die door de Mersey wordt gescheiden van Liverpool. Het was er leeg, de grond was moerassig en dus goedkoop, er was ruimte voor een spoorweg en er lag een natuurlijke haven waar schepen de benodigde grondstoffen konden aanvoeren, zonder dat liggeld betaald hoefde te worden aan de Liverpoolse havenautoriteiten.

LEVER WAS een keiharde zakenman, een ijdele dictator en autocraat, een zeepmagnaat zonder scrupules, die voortdurend verklaarde dat al zijn handelingen slechts voortvloeiden uit puur zakelijke overwegingen. 'We moeten beseffen dat er in zaken geen plaats is voor sentimenten, noch voor modegrillen.' Lever was paternalistisch tot op het bot en duldde geen tegenspraak. Maar hij was ook een man vol tegenstellingen.

Hij was genereus, filantropisch en een aanhanger van de ideeën van de Schotse denker Samuel Smiles, die in zijn in 1857 gepubliceerde boek Self Help verkondigde dat elk mens tot grote dingen in staat was, als de omstandigheden hem maar niet beperkten, hij er keihard voor wilde werken en zich onthield van verderfelijke zaken als alcohol. Lever was een liberaal en behoorde in religieus opzicht tot de non-conformisten, de Engelse protestanten die zich hadden afgescheiden van de Anglicaanse Kerk.

Tegen die achtergrond zette zijn vrouw Elizabeth Hulme, wier achternaam hij in 1922 aan de zijne zou voegen toen hij werd benoemd tot burggraaf Leverhulme, op 3 maart 1888 de eerste schop in de grond voor wat zou uitgroeien tot Port Sunlight. Lever hield bij die gelegenheid een gedreven toespraak, waarin hij de achtergronden van de geplande bouwwerkzaamheden toelichtte.

'Ik hoop dat we hier huizen kunnen bouwen waarin onze arbeiders kunnen leven en zich op hun gemak kunnen voelen, met tuinen achter en voor, waarin zij in staat zullen zijn meer kennis over het leven te vergaren dan in de zwarte krottenwijken, en waarin zij zullen ondervinden dat er meer leuke dingen in het leven zijn dan naar het werk gaan en ervandaan komen en vooruitkijken naar zaterdagavond, als zij hun loon krijgen.'

Lever had zich ter oriëntatie verdiept in de sociale woningbouw in de rest van Groot-Brittannië en ook in Europa. In Nederland had hij een bezoek gebracht aan Delft, waar de industrieel J.C. van Marken - stichter van de Gist- en Spiritusfabriek, het latere Gist Brocades - in de jaren zeventig van de vorige eeuw in het Agnetapark huizen had laten bouwen voor zijn arbeiders, in een door de tuinarchitect Zocher ontworpen project. De combinatie van huizenbouw en parklandschap, de ruimte en het licht: dat was wat Lever in Port Sunlight, op veel grotere schaal, ook voor ogen stond.

Wat goed was voor zijn arbeiders, was goed voor hem en zijn bedrijf, luidde Levers credo. Vanuit dat 'verlichte eigenbelang' bouwde hij niet alleen huizen die voor de arbeiders uit de woonkazernes van Liverpool en Birkenhead kleine paradijsjes moeten zijn geweest, maar zette hij ook een particulier stelsel van sociale zekerheid op, dat zijn weerga in de wereld amper kende.

'De meest waardevolle en hoogste vorm van verlicht eigenbelang', zei Lever in 1900, 'vereist dat we grote aandacht besteden aan de belangen en het welbevinden van degenen om ons heen, wier welzijn we moeten koppelen aan dat van onszelf en met wie we onze rijkdom moeten delen.' In het begin van deze eeuw voegde hij de daad bij het woord door in zijn bedrijf winstdeling in te voeren.

Wie een eeuw geleden voor Lever werkte, kreeg niet alleen tegen een schappelijk huurprijsje een huis, maar was ook verzekerd van gezondheidszorg in het eigen Lever-ziekenhuis en van onderwijs voor zijn kinderen op de Lever-scholen. Werknemers bouwden al een pensioen op toen daarvan elders nog geen sprake was en hadden een 48-urige werkweek - veel Engelsen moesten nog honderd jaar wachten voor ook zij van die luxe konden genieten.

Twintig jaar nadat de eerste spade in de grond was gezet, was Port Sunlight zo goed als klaar. Lever had voor eigen rekening een kerk gebouwd - Christ Church, de grootste kerk van Merseyside - en er woonden 3600 mensen. Die woonden in huizenblokken waarvan er geen twee identiek waren, iets wat Port Sunlight uniek maakte.

Er waren in Engeland inmiddels soortgelijke projecten van de grond gekomen, in Birmingham bijvoorbeeld de wijk Bournville van chocoladefabrikant Cadbury, maar die waren veel eenvormiger dan Port Sunlight. Cadbury maakte gebruik van de diensten van één architect, Lever werkte met dertig verschillende. In zijn bouwvoorkeuren was hij overigens niet revolutionair; de overheersende bouwstijl is 'Old English', in houtskeletbouw of rode baksteen. Er zijn in Port Sunlight zelfs Hollandse trapgeveltjes te vinden.

Port Sunlight ontwikkelde zich onder zijn inspiratie - Lever bemoeide zich met alles, dus ook met het ontwerp van huizen en landschapsinrichting - tot het eerste echte Engelse tuindorp, waarvan de invloed zich over de gehele westerse wereld zou doen voelen, tot in Tuindorp Oostzaan, Betondorp en talloze andere Nederlandse arbeiderswijken aan toe.

Vanaf het allereerste begin werd het dorp overstroomd door nieuwsgierige architecten en nog in 1978 omschreef de Journal of the Royal Institute of British Architects Port Sunlight als 'de eerste en enige goede woonwijk in Engeland'.

HET MOOIE van Port Sunlight is dat het er allemaal nog even ongeschonden bijstaat als toen Lever, die overleed in 1925, er in hoogsteigen persoon rondbanjerde. Aan de rand van het dorp verrijst nog de indrukwekkende façade van de zeepfabriek. Even verderop staat het Gladstone Theatre, in 1891 geopend door de voormalige Britse premier. De later gebouwde gemeenschapsruimte Hulme Hall is er nog steeds; in 1962 drumde Ringo Starr daar voor de eerste keer mee met de Beatles. De ongeveer negenhonderd huizen zijn inmiddels gemoderniseerd, maar uiterlijk nagenoeg onveranderd.

Heel Port Sunlight, dat de Duitse bombardementen van de Tweede Wereldoorlog op wonderbaarlijke wijze praktisch ongeschonden doorstond, staat op de monumentenlijst. Bij de entree van het dorp kun je bij de Bridge Inn, een uit 1900 stammende pub die eruitziet alsof hij tweehonderd jaar ouder is, nog steeds een soep-van-de-dag bestellen, of een biertje: geheelonthouder Lever verbood twee jaar lang dat er in de Inn alcohol werd geschonken, maar ging in 1902, na een referendum waarin de bewoners in grote meerderheid voor stemden, door de bocht: er kwam een tap.

HET KOST nog steeds weinig moeite om je voor te stellen welke revolutionaire indruk het dorp moet hebben gewekt op de bezoeker van 1900: de parken en pleintjes, de ruimte, de afwisselende bouw, het ruim opgezette stratenplan - in totaal acht kilometer - waarin alleen de Hollandse iepen die de lanen omzoomden, zijn verdwenen, gesloopt door iepziekte. Aan Bridge Street staat nog steeds de Port Sunlight Men's Club, een van de weinige door Lever in het leven geroepen clubs die de jaren hebben overleefd.

Want Lever zag in ledigheid des duivels oorkussen en wilde dat zijn arbeiders zich ook na het werk bezighielden met nuttige activiteiten, in plaats van zich over te geven aan het traditionele gezuip. Port Sunlight had een eigen amateur-theatergezelschap en tientallen clubs die actief waren in literatuur, wetenschap, muziek en sport. De arbeider moest worden verheven en Lever liet daartoe weinig aan het toeval over.

'Het welzijn en geluk van het hele menselijke ras is niet afhankelijk van gelijkheid in gezondheid of rijkdom', verklaarde Lever in 1918, 'maar van het feit of elke man en vrouw optimaal gebruik maakt van zijn gezondheid of rijkdom. Alleen zo zal iedereen geleidelijk rijk en gezond worden.'

Statistieken laten zien waar Levers opvattingen in de praktijk toe leidden. In 1909 bedroeg het jaarlijkse sterftecijfer per duizend mensen in Engeland en Wales zestien, in Port Sunlight was het negen. In Liverpool stierven in dat jaar 140 van de duizend geboren kinderen voor ze een jaar oud waren, in Port Sunlight was dat de helft, zeventig.

En de inwoners van het dorp kregen een paar jaar later nog kunst op de koop toe. Aan de noordkant van de Diamond, het centrale park, werd in 1922 de Lady Lever Art Gallery geopend, waar Lever zijn inmiddels indrukwekkende verzameling kunst, oude meubelen, porselein en Napoleontica-collectie uitstalde. Lever, klein van gestalte, maar groot van ideeën en bezeten van het idee de wereld met zijn zeep te veroveren, zag de kleine korporaal als een geestverwant.

Dat Lever dan weliswaar voor het delen van rijkdom was, maar daar ondertussen zelf niet armer van werd, blijkt in de talloze goedgevulde zalen van het classicistische bouwwerk met de Ionische zuilen en de twee koepels. Ook in het verzamelen van kunst hanteerde Lever overigens zijn pragmatische principes van verlicht eigenbelang.

De basis van de schilderijencollectie, met grote namen als Gainsborough, Turner, Sargent en Constable, werd gelegd toen Lever werk ging aankopen dat hij kon gebruiken voor zijn reclamecampagnes. Niet altijd tot hun grote vreugde zagen kunstenaars hun creaties plotseling terug in de gedrukte media, voorzien van een wervende tekst voor Sunlight of Lux.

Er wonen nu nog ongeveer drieduizend mensen in Port Sunlight. Sinds 1980 is het niet langer noodzakelijk werknemer te zijn van Unilever - het bedrijf dat in 1930 ontstond uit een fusie van Lever Brothers en de Nederlandse Margarine Unie - om er te mogen wonen. De huizen zijn nu gewoon te koop op de vrije markt. Nog ongeveer dertig procent van de bewoners, meestal gepensioneerden, heeft een band met het bedrijf. Tegenwoordig is Port Sunlight, oase van rust en tevredenheid, erg in trek bij jonge forensen. Het door Lever gebouwde treinstation en de tunnels onder de Mersey zorgen ervoor dat Liverpool dichtbij is.

De openbare gebouwen en de voortuintjes van de huizen worden nog steeds door Unilever onderhouden; het moet in Port Sunlight geen zootje worden. In april wordt het hele dorp ondergebracht in een door de multinational gefinancierde stichting, zodat ook over honderd jaar de erfenis van een verlichte, misschien zelfs sociaal-democratisch angehauchte groot-industrieel kan worden aanschouwd.

Meer over