Populisme in de krant ongewenst

Het 'populistische toontje' van de Volkskrant staat garant voor een gestage stroom brieven. Nogal wat lezers ergeren zich aan pogingen teksten toegankelijker te maken door amicaal en vaak modieus taalgebruik....

De vorige aflevering van deze rubriek over het conflict tussen het Openbaar Ministerie en de Volkskrant en de rubriek van 6 januari over de cafébrand in Volendam, vormden voor lezers aanleiding het populisme opnieuw aan te kaarten. 'Een perfecte analyse van wat er aan de hand is met de Volkskrant', concludeert Nico Spilt uit Bilthoven in een e-mail.

Hij reageerde op de vaststelling dat in de artikelen over het grote beursfraudeonderzoek slordig met bronnen wordt omgegaan, dat ze soms veel weghebben van voetbalverslagen en dat krachtige beeldspraak niet wordt geschuwd. Dat NRC Handelsblad doorgaans een rustiger toon hanteert, is volgens Spilt een waarheid als een koe. 'Doe er iets aan!'

Volgens Huub Eggen uit Deventer staat het stevige taalgebruik de zorgvuldigheid geregeld in de weg en belast het veel teksten met de opinie van de auteur. 'Daar zit ik helemaal niet op te wachten. De afgelopen jaren is de Volkskrant op een golf van populair doen meegezeild en nu leidt dit tot dit soort taalgebruik (...) De stukken informeren me minder en ergeren me meer. Dat kan de bedoeling van de redactie niet zijn.'

De protesten van lezers tegen de popularisering vormen een reactie op een koerswijziging van de Volkskrant die halverwege de jaren negentig werd ingezet. Toen bepaalde de redactie dat de krant moest veranderen van een op instituties en autoriteiten gericht blad, naar een medium met de vinger nadrukkelijker aan de pols van de samenleving.

Daarvoor moesten de verslaggevers minder naar het Binnenhof en meer de straat op, waar de dingen gebeuren die mensen in hun dagelijks leven echt als belangrijk ervaren. Dat leidde niet alleen tot andere onderwerpkeuzes, maar vaak ook tot een gewijzigde schrijfstijl en toonzetting.

Over de mate waarin journalistiek 'van de straat' moet worden doorgezet en de verpakking ervan in woord en beeld, wordt op de redactie regelmatig gediscussieerd. De meningen lopen uiteen, maar de marsroute is duidelijk. De lopende reclamecampagne ('de Volkskrant roept jou op vragen te blijven stellen') is volledig gericht op jongeren, die op de hurken worden aangesproken. Volgens de reclamemakers willen lezers uitgedaagd worden, geprikkeld door een eigenzinnige krant. Daarin moeten zij vinden wat hen bezighoudt, op een aansprekende toon. Modern: scherp, niet zuur.

Op zo'n moment houd ik - en menig redacteur - mijn hart vast. Dynamiek is gewenst, maar juiste motieven, zorgvuldige onderwerpkeuze, toonzetting en maatvoering moeten garanties bieden tegen smakeloosheid en effectbejag. Twee weken geleden concludeerde ik dat dit ook bij een gevoelig onderwerp als de brand in Volendam is gelukt.

Daar zijn niet alle lezers het volledig mee eens. Het openingsverhaal op dinsdag 2 januari over de brand in Volendam vervulde Lau Nijs uit Delft met walging. 'Er wordt de laatste tijd bij iedere ramp een gemankeerde Reve opgetrommeld die erin slaagt proza te produceren dat rechtstreeks de kattenbak in kan: quasi-literair geouwehoer (...) op het niveau van de Bouquetreeks.' Om zijn mening te toetsen hield hij een mini-enquête.

Enkele citaten over het openingsverhaal, waarin met een mengsel van feiten, sfeer en emotie verslag werd gedaan van de ramp: 'vreselijk', 'sensatiejournalistiek', 'vanwege het geouwehoer lees ik de Volkskrant nauwelijks meer' en 'niks aan de hand, want zo schrijft de Volkskrant de laatste tijd altijd'.

Tot zover de journalistiek 'van de straat'. De speurtocht naar 'prikkels' zet niet alleen de verslaggeving onder druk, maar ook de traditionele scheiding van feiten en commentaar. Maandag opende pagina 3 met een verhaal onder de kop Pleidooi voor herstel nachtwakersstaat. In plaats van nieuws wordt daarin commentaar geleverd op uitlatingen van Oosting, voorzitter van de onderzoekscommissie naar de ramp in Enschede.

'Een merkwaardig verpakt commentaar', noemt Theo Dersjant, docent journalistiek in Tilburg, dat. Hij schrijft zeer te hechten aan scheiding van feiten en commentaar. Aan 'bombastische waarschuwingen' zoals hij maandag aantrof op een plek waar hij nieuws verwacht, heeft hij geen enkele behoefte. 'Ik hoop dat het hier een uitglijer betrof.'

Laten we het daar maar op houden.

Meer over