Poortgesprek is niet zaligmakend

Motivatiegesprekken aan de poort hebben weinig voorspellende waarde voor het studiesucces van studenten. Dat blijkt uit een evaluatie van de opleiding Business, IT & Management (BIM) aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). In de drie jaar dat de opleiding motivatiegesprekken voert, blijkt het aantal studenten dat het eerste jaar haalt, niet gestegen.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTERS STERRE LINDHOUT EN IANTHE SAHADAT

AMSTERDAM - Aspirant-studenten aan hogescholen en universiteiten worden steeds vaker onderworpen aan een voorgesprek. De HvA stelde zo'n 'controlegesprek' dit jaar verplicht voor alle studierichtingen.

De Universiteit Utrecht gaat studenten vanaf volgend jaar op vergelijkbare wijze testen op 'geschiktheid'. Omdat de opleidingen geen studenten mogen weigeren, is officieel geen sprake van selectie aan de poort. Wel kunnen instellingen een studie dringend ontraden.

'Bij BIM voerden we de intakegesprekken in om de oorzaak van de hoge uitval in het eerste jaar, die op 40 procent lag, te onderzoeken', zegt initiatiefnemer Dolf Herzberger, docent bedrijfskunde aan de Hogeschool van Amsterdam.

Universiteitsbesturen zien de gesprekken vooral als middel om het studiesucces te vergroten door twijfelgevallen te weren. Ze vrezen de financiële consequenties van de prestatieafspraken die ze maakten met het ministerie van OCW: slecht presterende universiteiten en hogescholen verliezen een klein deel, 7 procent, van hun financiering.

BIM-studenten krijgen na het gesprek en het invullen van een vragenlijst over hun motivatie, achtergrond en schoolresultaten een kleurcode: groen als er geen vuiltje aan de lucht is, oranje bij twijfel en rood bij vermoede ongeschiktheid. De studenten komen zelf niet te weten wat hun code is.

Van de honderd BIM-studenten die vorig jaar werden getest, kregen er zestig code groen. Evenveel studenten bleken na een jaar het vereiste minimum van 40 studiepunten te hebben gehaald. Maar dat waren lang niet alleen 'groene' studenten; er zaten ook oranje bij en zelfs een enkele rode die het advies zijn heil elders te zoeken in de wind had geslagen.

BIM-studenten met goede papieren bleken tijdens het jaar toch af te haken omdat de opleiding niet was wat ze ervan verwachtten en veel twijfelgevallen bleken door hard werken toch te slagen.

Dolf Herzberger en zijn collega Ted van Gaalen verklaren de onvoorspelbaarheid van het studiesucces vanuit de leeftijd van de studenten. 'Een 17-jarige is lang niet altijd in staat volwassen beslissingen te nemen of z'n motivatie te verwoorden.'

Blind varen op het resultaat van zo'n gesprek is dus gevaarlijk, stellen ze. Maar ze vrezen dat de prestatieafspraken van het ministerie dat in de hand werken. Tijdens een informatiebijeenkomst dit voorjaar drukte het College van Bestuur van de HvA docenten op het hart om kansarme studenten de studie uit het hoofd te praten.

'Ze zeiden dat er altijd wel iets te vinden was om zulke studenten te demotiveren', zegt Van Gaalen. 'Dat vind ik kwalijk. Als we studenten ontmoedigen doen we dat in het belang van de student, niet vanwege de prestatienorm.'

Ondanks het onduidelijke resultaat zijn intakegesprekken niet zinloos, vindt Herzberger, 'behalve dat we de studenten beter leren kennen, leverde het ook een paar interessante verbanden op.'

Zo blijkt uit de evaluatie dat eerste generatie allochtone studenten die via het mbo naar het hbo klimmen, slechte papieren hebben.

Datzelfde geldt voor studenten die van het vwo zijn afgezakt naar de havo en denken dat het hbo een makkie is.

Meeste selectiemethodes nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd
De Universiteit Utrecht schaart zich in de rij universiteiten die al op kleine schaal experimenteren met selectie aan de poort. Het gaat vooral om opleidingen met beperkte capaciteit, zoals geneeskunde, bouwkunde, fysiotherapie en journalistiek.

Deze opleidingen mogen vanaf dit collegejaar al hun studenten selecteren. Eerder was dat beperkt tot de helft, de rest werd ingeloot.

Ook steeds meer opleidingen die geen studenten mogen weigeren, voeren intakegesprekken, waarbij ze studenten vragen naar hun motivatie. Als die ontbreekt, kunnen ze studenten dringend adviseren een andere richting te kiezen.

Hoe zo'n selectie eruitziet, staat de instelling vrij. De meeste opleidingen kiezen ervoor slechts een gedeelte te selecteren, via toetsen, interviews of motivatiebrieven.

De opleiding geneeskunde in Rotterdam - die al sinds 2002 een deel van haar studenten selecteert - is koploper met 80 procent geselecteerde studenten. In Rotterdam zijn ze tevreden over selectie aan de poort. In Leiden wordt sceptischer naar selectie gekeken: slechts 16 procent komt op deze wijze binnen bij geneeskunde.

Ook de vier university colleges, in Maastricht, Middelburg, Amsterdam en Utrecht, selecteren hun studenten op motivatie en schoolcijfers.

Elke opleiding heeft een eigen methode. Soms levert selectie betere studenten op, soms ook niet. De meeste methodes zijn nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd. Zo zeggen hogere cijfers niet alles over latere vakbekwaamheid. Ook vrezen critici dat jongens de dupe worden van selectieprocedures, omdat zij over het algemeen slechter presteren op school en minder gemotiveerd zijn dan meisjes.

O., tweedejaars BIM-student
Nando begon vorig jaar met de opleiding Business, IT en Management. Bij het motivatiegesprek kreeg hij code groen, hoewel vermoed werd dat hij zijn creativiteit niet kwijt kon in BIM. Na een half jaar stapte hij over naar Sportmanagement en Ondernemen.

'Dat gesprekje duurde niet langer dan vijf minuten. Nou ja, misschien acht. Ik moest er anderhalf uur voor reizen. Ze vroegen vooral naar mijn motivatie. Ik heb verteld dat ik de studie koos omdat ik dacht dat ik er veel kanten mee op zou kunnen, geloof ik.

'Ik had nog geen idee wat ik wilde worden, maar toen ik op internet over BIM las, dacht ik: dat klinkt wel leuk.

'Dat ze op dat moment dachten dat ik misschien beter een andere opleiding kon doen, hebben ze me niet verteld. Ik had het graag geweten, want nu heb ik toch een half jaar achterstand opgelopen.

'Ik snap wel wat ze met zo'n gesprek willen bereiken. Ze willen weten of we echt gemotiveerd zijn. Maar daar kom je in vijf minuten niet achter. Iedereen kan een leuk verhaal ophangen en dan een week later toch stoppen. Misschien werkt het beter als ze het idee iets beter uitwerken.'

Nando Boots (18), geen BIM-student meer
De docenten van de opleiding Business, IT en Management waarmee O. vorig jaar het motivatiegesprek voerde, betwijfelden of hij de studie wel zou halen. Hij kreeg code oranje.

'Zo'n gesprek kan wel anders. Ze gaven weinig uitleg over de vakken. Het was ook een kort gesprek. Daar heb ik later commentaar op gegeven, omdat ik vond dat het beter kon.

'Ik ben wel voor motivatiegesprekken, maar dan moeten ze mensen kunnen afwijzen. Na een jaar zijn er van de vier klassen nog maar twee over. Veel mensen zijn dus niet geschikt.

'Ik wilde de opleiding doen, omdat ik in de ict werk en dacht dat BIM daarop aansloot. Dat heb ik ook verteld. Na mijn eerste gesprek was er onduidelijkheid, ik weet eigenlijk niet precies waarom. Toen ik het aan een docent vroeg, zei hij: misschien kun je beter nog een gesprek voeren.

'Dat gesprek ging een stuk beter. Het ging vooral over hoe ik de studie het best kon aanpakken. Ik heb het eerste jaar gehaald, maar vooral omdat ik de laatste drie weken heel hard heb gewerkt.'

N.B.: Dit artikel is op verzoek van een geïnterviewde en na goedkeuring van de hoofdredactie van de Volkskrant geanonimiseerd in oktober 2014.

Meer over