Pompeii gaat weer ten onder

WIETEKE VAN ZEIL

Pompeii gaat weer ten onder

Eind 2011 dreigde er nogal wat in te storten in Italië. De banken, vooraleerst. Torenhoge schulden. De premier - ach, Berlusconi. Op 8 november kondigde hij zijn 'bereidheid te vertrekken' aan. Op 9 november stond zijn gezicht, de ogen ten hemel, op krantenpagina's wereldwijd. Als Christus die niet wil lijden, maar weet dat het moet. En in dezelfde periode begaven delen van de twee bekendste erfgoedplekken van Italië het: in het Colosseum vielen volgens getuigen brokken steen naar beneden, in Pompeii gingen een deel van de buitenmuur en een zuil ter aarde. Soms wordt de symboliek je ook in de schoot gemikt.

Gelijk met de economische crisis in Europa is, bijna ongemerkt, een flinke culturele crisis ingezet. Wandel door Italië, en je wandelt tussen de gebouwen die aan de basis van Europa liggen. En juist die gebouwen staan op instorten. It all falls apart. Het is bijna bijbels.

Dat komt de Italianen met een recessie voor de deur natuurlijk slecht uit. Net als bij het milieu vergt ook cultuur langetermijnwijsheid. En niemand wil zijn boterham opgeven om erfgoed te redden.

Begin november publiceerde Unesco een rapport over de toestand van Pompeii. De conclusies waren hard: de opgegraven stad brokkelt elke dag verder af. Letterlijk. Dagelijks voor opening rapen bewakers gevallen stenen op, om toeristen te weerhouden ze in hun zak te stoppen, maar ook om de ernst van het verval te verhullen. Een tweede ondergang van de stad is gaande.

Voor 1 februari aanstaande moet de Italiaanse regering bij Unesco een rapport inleveren over de betekenis, de status en het plan van aanpak van de conservering van Pompeii. En volgend jaar deze tijd mag ze komen uitleggen of het is gelukt.

Wat de lavamodder deed op 24 augustus in het jaar 79, doen de mensen nu. Pompeii lijdt onder 'bezoekerserosie', lees ik in The Art Newspaper, die sprak met Unesco-directeur cultuur Francesco Bandarin. Dit keer vernietigt de mens de opgegraven stad. Toeristen voetballen op de peristylia, de binnentuinen, tegen de broze zuilen aan. Ze schrapen met hun vingers over de fresco's om de kwaliteit te checken. Bewakers zijn er te weinig, en die er zijn, hebben nauwelijks kennis van de ernst. Arbeidscontracten voor het leven weerhouden het bestuur ervan om capabeler mensen aan te nemen. Al in november 2010 stortte het Huis van de Gladiatoren in. Twee muren volgden die maand. Unesco zegde 105 miljoen euro toe aan hulp. Italië wacht geduldig. Ondertussen donderde in december dus opnieuw een muur ineen. Iets wat volgens deskundigen voorkomen had kunnen worden als de regering, wachtend op het Unescogeld, eentiende van dat bedrag zelf had vrijgemaakt.

En daar ligt het venijn: de oplossingen die Pompeii hadden kunnen redden, zijn helemaal niet zo ingewikkeld. Een simpel afwateringssysteem zou bescherming bieden tegen de periodieke zware regenval. Een paar funderingen kunnen gebouwen verstevigen. Een tuinman kan de klimop die zich tussen de stenen wrikt verwijderen. Wat schaduw bij de schilderingen, die branden onder de lava van hete zomerzon. Een paar betrekkelijk basale ingrepen.

We kregen de stad in 1860 cadeau, toen het leeuwendeel werd uitgegraven. Een ongekend waardevolle blik in het leven van gewone Pompejanen. Het leven van de kappers, de dokters, de ijzerhandelaren. De woningen, de straten, de kroegen, de badhuizen, de tempels. In een keer bedolven, de alledaagsheid versteend in de tijd. Bijna tweeduizend jaar werd het netjes bewaard. Honderdvijftig jaar duurt de afbraak, waarvan de eindsprint nu is ingezet. Zo bekeken is restauratie helemaal geen langetermijnproblematiek.

undefined

Meer over