Polleke

Zes weken was je toen je kwam. Vanaf de eerste dag dat ik ruimte en tijd had, ben ik je gaan zoeken....

Ik genoot van je wijze koppie naast me in de auto, meekijkend en meehangend in de bochten. 'Bochie Pol', riep ik dan. Hardlopen met jou was ook een feest, vooral als je water zag. Je sjeesde er doorheen en rolde over de hei van geluk. Wat is er mooier?

In de tijd dat je nog puber was hadden we het nog weleens aan de stok met elkaar. Je had zo je eigen ideeën. Je leerde me mijn zwakke kanten kennen. Op wandelingetjes van tien minuten, liep ik soms een half uur achter je aan om je te vangen. Tot ik na drie weken frustratie ontdekte, dat ik slimmer moest zijn dan jij.

Toen je negen maanden oud was, ging je mee op trektocht door Frankrijk. Vanaf dat moment waren we maatjes voor het leven. Je vond jezelf oud en wijs genoeg om niet meer aan de lijn te lopen en demonstreerde dat keer op keer, door meteen naast ons te komen lopen als er een auto aan kwam. Daar hebben we maar een gewoonte van gemaakt. Je luisterde perfect als het belangrijk was en nam je tijd als je wist dat het nergens om ging. Ik vond dat misschien wel het mooiste van je.

Je voelde feilloos stemmingen aan. Elk ruzietje kon je oplossen door demonstratief zuchtend in het midden te gaan liggen. Je troostte degene die verdrietig was.

Aan één ding had je een hekel. Fietsen en de fietskar. Je bleef er keurig in staan, maar bekoren kon het je niet. Je wist precies of ik met de auto of met de fiets naar het werk ging. Wanneer ik de autosleutel pakte, stond je direct klaar. Geen autosleutel, geen Polleke.

Nu ben je er niet meer. Totaal onverwachts. Ik begrijp er niets van. Zeven jaar en tien maanden ben je geworden. Zaterdag in het bos was je nog superfit. Zondag was je niet zo lekker. Eerst dacht ik buikpijn, dat had je weleens vaker. Een dagje vasten en je was weer als nieuw.

Deze keer was het anders. Ik zag het. De dierenarts dacht ook aan darmproblemen. 's Avonds belde ik alweer. Je knapte niet op. Je ademde moeizaam. Ik moest me geen zorgen maken. De volgende ochtend weer naar de dierenarts. Hart en longen nogmaals beluisterd.

Röntgenfoto's gemaakt. Je hart was veel te groot, vol met vocht. Met spoed naar Wageningen.

Niets meer aan te doen, zei de specialist. Mijn leven stortte in. Alsof er ledematen van mijn lijf werden gerukt.

We hebben je begraven in het bos, ons bos. Ik moet nu verder zonder jou. Ik heb geen idee hoe. Wie moet me nu troosten?

Polleke, je had letterlijk en figuurlijk een groot hart, te groot.

Meer over