Politieke partijen screenen hun kandidaten maar losjes: ‘We zijn de FBI niet’

D66-leider Sigrid Kaag.  Beeld ANP
D66-leider Sigrid Kaag.Beeld ANP

D66-Kamerlid Sidney Smeets hield het maar vijftien dagen vol op het Binnenhof en dat is geen unicum. In Den Haag gaat vaker iets mis met het screenen van kandidaat-Kamerleden. Kan dat niet professioneler?

Hoe het mogelijk is dat zo’n persoon zo makkelijk in de Kamer komt, is een veelgestelde vraag sinds D66-Kamerlid Smeets moest opstappen na beschuldigingen van ongepaste seksuele avances richting jonge jongens, die soms nog minderjarig waren.

Over de reputatie van Smeets gingen online al lange tijd geruchten. ‘Deze advocaat is een male on male #MeToo waiting to happen’, waarschuwde GeenStijl sinds november 2020. Ook de groep jongens die Smeets sinds deze week openlijk beschuldigt, benadrukt dat zorgelijke verhalen over Smeets al jaren rondgingen.

‘Het was op links Twitter eigenlijk al publiek geheim, Sidney is een pedo’, schreef Sibren deze week. Jens Bosman, per telefoon: ‘Als niemand bij D66 wist dat Smeets seksueel getinte berichtjes stuurt naar minderjarige jongens, dan hebben ze echt bananen in hun oren gehad. Als hun kandidaatscommissie ook maar een beetje screening had gedaan, dan hadden ze dit kunnen weten.’

Losse screening

D66-Partijleider Sigrid Kaag legde donderdag uit dat kandidaat-Kamerleden meerdere keren worden geïnterviewd over privézaken die mogelijk gevoelig zijn voor de partij, zoals schulden of verslaving. ‘Maar je bent afhankelijk van wat de kandidaat aan informatie deelt. We zijn geen FBI of politie.’

Een inlichtingenonderzoek is dus geen standaardprocedure. Om de integriteit van beoogde kandidaten te toetsen hebben partijen grofweg dezelfde mogelijkheden als een doorsnee bedrijf. De partij vraagt om een uitgebreid curriculum vitae, belt referenties na en/of vraagt bij de kandidaat een lijst van nevenfuncties op.

Alleen als na eigen onderzoek twijfel ontstaat over de integriteit van een beoogd Kamerlid, kan de partijvoorzitter bij de AIVD vragen om een vervolgonderzoek. De inlichtingendienst werkt daar alleen aan mee als zij inschat dat de persoon een gevaar kan vormen ‘voor het voortbestaan van het democratisch bestel’. Bijvoorbeeld als er twijfel is of iemand banden onderhoudt met terroristen.

Ongelukken

Maar dat zijn uitzonderingsgevallen. Voor het overgrote deel hangt het van de partij zelf af of de screening professioneel of amateuristisch wordt aangepakt. Dat is bijna vragen om ongelukken.

De recordhouder is Philomena Bijlhout: in 2002 trad zij al na enkele uren af als staatssecretaris nadat RTL Nieuws foto’s van haar in militie-uniform in Suriname had getoond. Eerder had de LPF-politica stellig gezegd: ‘Er zijn geen foto’s van Philomena in uniform’. Bij de PvdA struikelde Co Verdaas eind 2012 na een maand als staatssecretaris vanwege zaken die in zijn woonplaats al lang bekend waren: hij was onzorgvuldig met reiskostendeclaraties.

Smeets is het kortst zittende Kamerlid dat in opspraak raakte. De enige die korter in het parlement zat, was Willem van Manen in 1909. Hij keerde na vijf dagen Kamerlidmaatschap niet terug, omdat hij niet was herkozen in een nieuw parlement.

Diverse partijen scherpten hun screeningsprocedures aan bij de vorige verkiezingen in 2017. Zo wil de VVD sindsdien een Verklaring Omtrent Gedrag van kandidaten. De PvdA stelt daarnaast verplicht dat kandidaten honderd handtekeningen van PvdA-leden verzamelen. Opvallend: D66 vond strengere regels in 2016 nog ‘niet nodig’. Daar is de partij van teruggekomen. Kaag wil na de affaire-Smeets onderzoeken of de procedure nóg scherper kan.

Meer over