POLITIEKE EMOTIE ?

Volgens minister Van Aartsen laten politici en journalisten zich, zoals in zaken als Kosovo en Oost-Timor, te vaak leiden door emoties....

Bert Koenders, defensiespecialist van de PvdA: 'Ik geef Van Aartsen in zoverre gelijk dat de feiten per incident tot je komen. Maar ik geef hem ongelijk waar hij de indruk wekt zelf zijn beslissingen te nemen op basis van gedegen analyse en dat partijen zich laten leiden door emoties.

Wij zijn al zeker een jaar bezig met de kwestie Indonesië. En nog steeds laten wij ons dagelijks informeren over de stand van zaken.'

Harm Taselaar, hoofdredacteur RTL Nieuws: 'Wat een onzin dat het nieuws een steeds groter soap-gehalte zou krijgen. Als onze beelden laten zien wat er werkelijk gebeurt, gaan we ze er niet uit snijden omdat ze emotioneel kunnen werken. Dat politici emotioneel reageren is hun zaak. Maar het zou raar zijn als ze alleen op die beelden hun beslissingen baseren. In een actie-uitzending ligt het anders. Het doel is dan zoveel mogelijk geld in te zamelen. Maar de beelden moeten natuurlijk wel altijd kloppen met de werkelijkheid.'

E. van Middelkoop, buitenlandspecialist bij het GPV: 'Ik heb niet veel reden om de analyse van Van Aartsen te betwisten. Ik merk best dat ook collega's hier in de Kamer elkaar proberen te overtroeven in verontwaardiging. Daar moet Van Aartsen niet negatief op reageren. Laat hij daar de ruimte maar voor geven. Het zou erger zijn als de Kamer op basis van emoties de minister tot een ander beleid zou dwingen. Ik vind dat Van Aartsen overreageert; dat zit in de aard van het beestje.

Ik zou het prima vinden als Nederland zijn nek uitsteekt voor Oost-Timor, en als Nederland in de Europese Unie krachtig stelling neemt vóór ingrijpen.'

Marijke Vos, woordvoerder buitenland van GroenLinks: 'De uitspraak van Van Aartsen bevreemdt me. Ik denk dat hij zich in de kuif gepikt voelt na de kritiek uit de Kamer omdat hij zich bij de VN te weinig inspant om een vredesmacht naar Oost-Timor te krijgen. Hij had daar al veel eerder aan moeten werken.

Wat hij nu roept, had hij ook in de Kamer kunnen zeggen. Nu doet hij dat twee dagen later, vanuit Duitsland. Ik wil daarover best in discussie, maar dan in de Kamer.'

Mr. Ph. van den Biesen, secretaris van Hague Appeal for Peace: 'Na de grote vredesconferentie in mei hebben wij de humanitaire interventie hoog op de agenda geplaatst als een onderwerp dat onderzoek behoeft. In Oost-Timor is wat dat betreft de zaak minder duidelijk dan in Kosovo. Het gaat om de spanning tussen nationale soevereiniteit en mensenrechten. Interventie mag misschien niet volgens het handvest van de Verenigde Naties, maar we hebben ook te maken met ander internationaal recht zoals de rechten van de mens en het genocide-verdrag. De vraag is of we in Oost-Timor de internationale rechtsorde laten schieten om de bevolking te kunnen beschermen. Er is niemand die daar met enig gezag over kan praten.

Het is geen schande dat sommigen emotioneel reageren op de gebeurtenissen. Maar het biedt geen oplossing voor deze ingewikkelde situatie.'

Prof. dr. A. van Staden, directeur van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael: 'Het zou goed zijn als de minister wat duidelijker zou maken hoe moeilijk de situatie ligt. Ook bij de Nederlandse burger beseffen velen niet goed dat de diplomatieke marges erg smal zijn. En Nederland kan alleen niet veel uitrichten.

Emoties in kwesties als Oost-Timor zijn onvermijdelijk, maar de minister heeft de taak de kloof tussen die emoties en datgene wat in de internationale politiek mogelijk is, zo klein mogelijk te maken.'

Mient-Jan Faber, Interkerkelijk Vredesberaad: 'Mijn verwijt aan de politiek en dus ook aan Van Aartsen is dat zij het hoofd níet koel houden.

Kijk naar de overeenkomst van 5 mei tussen Portugal, Indonesië en de Verenigde Naties. Daarin staat precies wat er allang had moeten gebeuren. De VN werden daarin verplicht een afvaardiging in Oost-Timor te hebben om erop toe te zien dat het referendum effectief kon worden gehouden.

Vervolgens zouden Indonesië en Portugal de macht overdragen aan de Verenigde Naties als het referendum zou uitkomen op zelfstandigheid voor Oost-Timor.

Het akkoord zegt verder dat tussen de uitslag van het referendum en het begin van de invulling van het resultaat Indonesië en Portugal de secretaris-generaal van de VN zouden verzoeken om een appropriate vertegenwoordiging in Oost-Timor neer te zetten.

Anders gezegd: de huidige situatie had allang onder controle van de VN moeten staan. Dus ik weet niet wie in deze kwestie nu het hoofd koel moet houden.'

Meer over