POLITIEK EN PERSOONLIJKHEID

HET leukste van het gekrakeel rond de slachting die in de CDA-fractie is aangericht vind ik de discussie over de verhouding tussen vernieuwing en ervaring....

Nu is het natuurlijk waar dat het in de Tweede Kamer even duurt voor je de weg gevonden hebt, maar voor succes of falen als Kamerlid speelt ervaring een buitengewoon geringe rol. Persoonlijkheid is alles waar het op aankomt.

Sommige Kamerleden die in 1994 nieuw in de PvdA-fractie kwamen, zijn nu bekender en gezaghebbender dan verscheidene die er al lang inzaten. Andere nieuwelingen die mislukt zijn, zoals Mieke Sterk, onderstrepen hun gebrek aan persoonlijkheid nog eens door te gaan schreeuwen als geconstateerd wordt dat ze mislukt zijn.

Vanuit dit standpunt bezien is het dom van het CDA geweest om Mateman en Lansink, uitgerekend de twee grootste persoonlijkheden, te verwijderen.

Electoraal gezien maakt het allemaal niet veel uit. Fractieleden spelen voor de electorale aantrekkingskracht van een partij geen grote rol. Laat ieder die dit leest eens nagaan hoeveel leden van de Tweede Kamer hij of zij spontaan kan noemen. Dat zullen er onthutsend weinig zijn.

Fracties kunnen het beeld van een partij vooral negatief beïnvloeden, bijvoorbeeld door onderlinge ruzies. In die zin levert een radicale vernieuwing van een fractie, zoals bij de vorige verkiezingen door de PvdA en nu door het CDA, een negatieve bijdrage.

Intussen zijn alle lijsttrekkers voor de volgende verkiezingen bekend. Zij vooral zullen het gezicht van hun partijen bepalen en dus ook voor een belangrijk deel de uitslag. Maar de mate waarin is weer afhankelijk van talloze andere factoren. De invloed van de meeste daarvan is nogal raadselachtig.

Want weliswaar wordt er tegenwoordig heel veel marktonderzoek gedaan om verkiezingscampagnes mee te ondersteunen, in werkelijkheid zijn er zoveel onbekende factoren en combinaties van factoren in het spel dat politici er beter aan doen uiteindelijk op hun ervaring en intuitie af te gaan.

Zelden spreken feiten voor zichzelf. Neem nu de invloed van het succes van het economisch beleid. In wiens voordeel werkt dat? Je zou zeggen: vanzelfsprekend in het voordeel van de regeringspartijen. Maar in Engeland, waar de economie eerder dan in Nederland opbloeide, werkte de economische voorspoed niet in het voordeel van de regerende Conservatieven.

De boodschap van Major was: het is nog nooit zo goed gegaan. De boodschap van Blair was: we kunnen veel beter. De kiezers geloofden Blair en kozen massaal voor hem. Natuurlijk speelden in Engeland ook andere factoren een grote rol. Zo denk ik dat de persoon van Blair een hele grote rol heeft gespeeld. Dinsdagmiddag heb ik op de BBC naar de speech zitten kijken die hij op het Labourcongres hield en ik werd er echt door geraakt.

Terwijl ik weet dat die speech het product is van eindeloos brainstormen van allerlei adviseurs, onderzoekers en partijbonzen en er geen enkel spontaan woord door Blair werd gesproken. Maar de man heeft 'het'. En dat niet alleen: hij heeft het ook op het juiste moment, op de juiste plaats, in de juiste omgeving, omringd door de juiste mensen.

In Nederland hebben we op het moment geen enkele politicus die wat betreft het vermogen andere mensen te begeesteren ook maar in de schaduw kan staan van Blair. Toch is ook hier relevant: welke lijsttrekker past het best bij het succes van het economische beleid?

Mijn intuitie zegt: Kok. Omdat het succes van het poldermodel vooral te danken is aan het vinden van een evenwicht tussen economische belangen en de meer sociale aspecten van het maatschappelijk leven. En Kok is daar de personificatie van. Bolkestein pikt van de economische voorspoed ook nog wel een graantje mee denk ik, maar hij wordt door de grote massa toch te veel gezien als de vertegenwoordiger van de werkgevers.

De partij die het minste van het gunstige economische tij zal profiteren is D66. De man die zich had kunnen associëren met het succes was Wijers geweest, maar die wilde niet. Mijn gevoel zegt me dat Wijers er ook in zou kunnen slagen om voor D66 een geloofwaardig evenwicht te vinden tussen economische belangen en een duurzame ontwikkeling.

Waarom hij wel en Els Borst niet? Omdat om een of andere reden dat onderwerp niet bij Borst past. Mijn intuïtie zegt me dat Els Borst trouwens helemaal niet bij het lijsttrekkerschap van D66 past. De onbevangenheid die haar als minister van volksgezondheid zo'n frisse uitstraling gaf, vertaalt zich in haar nieuwe positie als klungelachtig.

Ik zag haar zondag in Netwerk. Het was vreselijk. Haar adviseurs hadden haar gezegd dat ze vooral onbevangen moest zijn. Maar hoe doe je onbevangen onbevangen? Daar zullen heel wat kiezers hun wenkbrauwen bij hebben opgetrokken. Maar wel zonder het zelf te weten. Dit in tegenstelling tot mevrouw Borst.

Meer over