Politiek en maffia vormen decor van rechtszaak wegens moord op afgevaardigde Yann Piat In de Franse Var 'winnen spieren het altijd van hersens'

Belegerd door microfoons en fotografen meldden zich gisteren ex-minister François Léotard en burgemeester Jean-Claude Gaudin van Marseille bij het gerechtsgebouw van Draguignan....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

En partijgenoot Gaudin hechtte eraan voor de president van het Hof te onderstrepen dat er wellicht één of twee plaatselijke politici over de schreef zijn gegaan, maar dat de overgrote meerderheid zuiver op de graat is.

Sinds twee weken dient voor het Hof van Assisen van Draguignan de zaak van Yann Piat, de afgevaardigde in de Assemblée Nationale die in 1994 werd vermoord. Naar het getuigenis van de twee vooraanstaande politici was nogal uitgezien.

In een recent verschenen boek werden ze nauwelijks verhuld aangemerkt als de opdrachtgevers van de moord op Piat. Het boek werd uit de handel genomen en de auteurs kregen zware boetes, en Léotard en Gaudin bezwoeren gisteren nog eens dat hun blazoen hagelwit is.

Dat neemt niet weg dat aan het Hof van Assisen een leerzame politiek-maffiose cocktail wordt geserveerd van de politieke stijl in de Var, waar aldus een getuige 'de spieren het altijd winnen van de hersens'. Een ander: 'In de Var praat men over doden, over elimineren, op dezelfde toon waarmee men een pastis bestelt.'

De feiten zijn gauw verteld. Op de avond van 25 februari 1994 werd de afgevaardigde Yann Piat (UDF-RPR) op weg naar haar huis doodgeschoten. De politieke klasse was geschokt, en de hele top van de rechtse partijen UDF en RPR begeleidde Piat met bleu-blanc-rouge naar haar graf. Al snel vielen er in de havenstad Hyères arrestaties onder een groepje lokale criminelen, die in verband met de naam van hun stamcafé 'de bende van le Macama'. werden genoemd.

Twee laagvoorhoofdige jongemannen, Marco di Caro en Lucien Ferri, staan nu terecht voor de moord op de politica. Di Caro - bijgenaamd de kabouter, wegens zijn formaat - heeft bekend dat hij de motor bestuurde van waaraf de schoten waren gevuurd. Volgens hem waren de kogels niet zozeer bedoeld om mevrouw Piat te vermoorden, alswel om haar 'angst aan te jagen'.

Di Caro kan zich tot vandaag niet herinneren wie er met een geweer bij hem achterop heeft gezeten. Volgens de procureur-generaal is dat Lucien Ferri geweest, maar die houdt zijn mond stijf dicht. Als opdrachtgever staat de eigenaar van de bar Le Macama voor de rechter. Waarom Piat moest worden doodgeschoten, blijft in nevelen gehuld.

De plaatselijke verhalen wekken de indruk dat Yann Piat niet voor een kleintje vervaard moet zijn geweest. Piat - die volgens een getuige zelf ook niet veel gelijkenis vertoonde met 'Yann d'Arc' - zat in de jaren tachtig voor het Front National in de Assemblée. Na een conflict met Le Pen stapte ze over naar de gecombineerde lijst UDF/RPR.

Volgens haar toenmalige gaullistische strijdmakker Vescovali, nu getuige, had ze besloten de Augiasstal uit te boenen die de Var was en nog altijd is. Ondanks krachtige tegenwerking van plaatselijke partijgenoten lukte het haar op de kieslijst terecht te komen en in 1993 een kamerzetel te bemachtigen.

De afgelopen twee weken heeft zo ongeveer de hele politieke top getuigd van dit departement, dat ligt tussen ruwweg Toulon en Nice. Onder hen Maurice Arreckx, bijgenaamd 'de burgemeester van de Var', die een straf uitzit wegens corruptie.

De 81-jarige Arreckx had kosten noch moeite gespaard om te voorkomen dat Piat in 1993 op de kieslijst terecht zou komen. Toen dat desondanks lukte, meldde zich Joseph Sercia als haar 'dissidente' tegenstander van dezelfde partij. Piat kreeg anonieme dreigtelefoontjes. Doodskisten werden aan huis bezorgd, de katten gewurgd, een granaat op haar huis afgevuurd.

Sercia zou de zetbaas zijn van een zekere Jean-Louis Fargette, de 'peetvader' van de Var, die vanuit het Italiaanse San Remo zijn zaakjes regelde om uit handen van de Franse politie te blijven. Ook de eigenaar van bar Le Macama werkte nauw samen met Fargette, die voor de campagne van Sercia een ordedienst en een ploegje afficheplakkers had samengesteld.

Fargette zou zijn zinnen op de scalp van Piat hebben gezet, omdat ze zich had voorgenomen een eind te maken aan de nauwe banden tussen onderwereld en politiek. Volgens Piats voormalig medewerker Vescovali was de druppel die de emmer deed overlopen het feit dat Piat had besloten zich kandidaat te stellen voor het burgemeesterschap van de stad Hyères. Een getuige: 'Ze kreeg te verstaan: je mag je brood verdienen in de Kamer, maar van de gemeentes blijf je af'

De politie maakte bandopnamen van telefoongesprekken van Fargette, waar hij over Piat zegt: 'We gaan die vuilpeuk verpletteren, afslachten.' En twee jaar voor haar dood had Piat al een brief geschreven die na haar eventueel overlijden moest worden geopend. In dat 'testament' stond dat als verdachten moesten worden aangemerkt: Fargette, Sercia alsook het socialistische zwaargewicht Bernard Tapie.

Ogenschijnlijk lijkt de zaak simpel, maar de procureur heeft nauwelijks bewijs en er zijn teveel elementen die niet kloppen. Zo werd Fargette zelf in maart 1993, dus een jaar eerder dan Yann Piat, in de buurt van San Remo vermoord. En nogal wat getuigen beweren dat er een 'tweede team' moet zijn geweest dat in werkelijkheid afrekende met de obstinate politica. Het Hof gaat nog zeker tot eind mei door met het horen van getuigen. En voor daarna: prettige vakantie aan de blauwe Middellandse Zee.

Meer over