Politie weet zich geen raad met 'onhandelbare' burgers

De verslaafde was vrijdagavond de stationsrestauratie van Gouda binnengestrompeld en had gebrabbeld dat hij naar het toilet wilde. De serveersters lieten hem maar....

Van onze verslaggever

Rob Gollin

GOUDA

Maar het gaat mis. Na een kwartiertje zwaait de deur van het toilet open. De junk struikelt het restaurant in, zijn kleding onder de eigen uitwerpselen. Hij blijkt ook het portaaltje van het privaat te hebben besmeurd. De assistent-bedrijfsleider en een agent van de spoorwegpolitie slepen hem naar buiten, waar korte tijd later een surveillance-auto van de politie verschijnt.

De agenten weigeren de bevuilde man op de achterbank te vervoeren. Er komt een wit Mercedes-busje voorrijden, dat de man wel meeneemt. De rit voert zo'n 25 kilometer ver, naar Oud Verlaat. Dit landelijk aandoende dorpje ligt ingeklemd tussen een diepe surfvijver, de Zevenhuizerplas, en de Rotterdamse wijken Ommoord en Zevenkamp. De verslaafde wordt afgezet aan de Strandweg die zich langs de speelweiden en zandrepen plooit. De volgende ochtend vindt een wandelaar het stoffelijk overschot van de 37-jarige man uit Gouda in de berm. Niet ver van de plaats waar de politieagenten het portier voor hem openden, en nog net binnen de grenzen van hun regiokorps Midden-Holland.

De rijksrecherche is begin deze week begonnen met een onderzoek. Justitie in Den Haag heeft vragen gesteld. Waarom dropte de politie deze 'lastpost' 25 kilometer buiten zijn woonplaats in een recreatiegebied? Was er geen betere opvang denkbaar? De politie zwijgt. Woordvoerders van het bureau in Gouda en het regiokorps verwijzen naar justitie. De twee agenten draaien nu even geen diensten meer, willen ze nog wel kwijt. Dat is geen schorsing, nee.

Persofficier mr N. Zandbergen kan in afwachting van het onderzoek geen opheldering verschaffen. Hij volstaat met enkele mededelingen. De handelingen van de agenten zijn onderwerp van onderzoek. De verslaafde was een bekende van de Goudse politie. Hij had zich die avond 'onhandelbaar' gedragen. Agressief. Hij schreeuwde. Op het lichaam zijn geen sporen van geweld gevonden. Het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk speurt nog naar de doodsoorzaak. Zijn identiteit is bekend, maar wordt niet vrijgegeven, 'om de familie te beschermen'.

Zo agressief was hij niet, herinnert assistent-bedrijfsleider J. van der Torre van de stationsrestauratie zich. 'Hij kon nauwelijks op zijn benen staan. Hij slaagde er niet eens in zich verstaanbaar te maken.'

Hulpverleners in Gouda hebben ook vragen. 'Wij zijn niet om assistentie gevraagd', meldt directeur R. van den Berg van Verslavingszorg Midden-Holland. 'Hoe acuut de situatie was, kunnen we niet beoordelen. Het was aan de agenten om dat in te schatten.' Waarnemend directeur A. van Dijk van de GGD Midden-Holland is verbaasd. 'De politie weet ons doorgaans snel te vinden. We komen ook snel. Dat zijn de afspraken. Dat werkt goed. Daarom vermoed ik dat de persoon in kwestie zelf wilde dat hij in Oud Verlaat werd afgezet, om welke reden dan ook.' Naar verluidt verzamelen zich wel eens meer junks aan de Strandweg.

Hoewel Gouda geen instellingen heeft waar verslaafden en daklozen dag en nacht terecht kunnen, zijn er betere alternatieven dan speelweiden. Soms biedt een politiecel soelaas. Het Leger des Heils heeft in de stad geen accommodatie, maar is best bereid een enkeltje met de trein naar bedden in Rotterdam of Dordrecht te betalen. Verslavingsklinieken als de Zeestraat in Den Haag en het Boumanhuis in Rotterdam bieden crisisopvang. Op de psychiatrische afdeling van het Groene Hart-ziekenhuis kan iemand zelfs tegen zijn wil worden geplaatst.

De werkelijkheid is dat de politie nauwelijks weet wat ze aan moet met burgers die in de war zijn, stelt E. Blaauw van de faculteit sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Leiden vast. 'Het is een grijs gebied met weinig richtlijnen. Als de betrokkene zelf hulp afwijst en ook nog eens geen strafbare feiten heeft gepleegd, wordt het moeilijk.'

Blaauw deed onderzoek naar arrestantenzorg en sterfgevallen onder zorg van de politie. Volgens richtlijnen van het ministerie van Justitie horen burgers onder invloed niet thuis in de politiecel. Opname in een medische instelling verdient de voorkeur. Daar is de kennis om met dit soort gevallen om te gaan. 'Maar die instituten staan bepaald niet te trappelen. Het zijn doorgaans lastige klanten. Die houd je liever buiten de deur. Het is belangrijk dat politie en hulpverlening een goede regeling treffen. Anders blijft de politie maar zeulen met die mensen. Ik hoorde ooit een agent vertellen: dan zet ik ze maar op een bankje voor het bureau.'

Meer over