Reconstructie

Politie negeerde signalen dat het misging met undercoveragent die zichzelf doodde

De begeleiding van een undercoveragent die suïcide pleegde, schoot ernstig tekort. Ook in andere zaken heeft de politie te weinig aandacht voor het mentale welzijn van infiltranten, aldus een woensdag gepubliceerd rapport. Hoe kon het zover komen?

Elsbeth Stoker
Undercoverbeelden van terreurverdachten in een vakantiehuisje in Weert. Beeld justitie
Undercoverbeelden van terreurverdachten in een vakantiehuisje in Weert.Beeld justitie

Het is begin mei 2021, rond half 3 in de nacht, als politievakbondsvoorzitter Jan Struijs wegrijdt uit een vakantiepark ergens in Nederland. Ruim twaalf uur eerder arriveerde hij op deze plek, nadat hij eerst vanwege veiligheidsredenen drie keer een andere locatie had doorgekregen. ‘Alles moest in het diepste geheim, niemand mocht weten waar we hadden afgesproken.’

De mensen die hij in een anoniem vakantiehuisje heeft gesproken, zijn als de dood dat hun identiteit wordt onthuld. Uit angst voor criminelen, maar ook vanwege de ‘onveilige werksfeer’ op hun afdeling. Het zijn een stuk of tien undercoveragenten. Ze willen met de NPB-voorman praten over de problemen bij de Dienst Specialistische Operaties (DSO), de afdeling waar het team ‘Werken onder Dekmantel’ onder valt.

Al jaren regent het klachten vanuit deze afdeling, zegt vakbondsvoorzitter Struijs. Zo’n drie weken eerder, op 14 april, was er een nieuw dieptepunt. Undercoveragent A-4265 pleegde suïcide tijdens een uitzonderlijk lang en intensief infiltratietraject. Een verdrietige gebeurtenis, die niet op zichzelf staat.

‘Ik trof huilende mannen en vrouwen aan in dat vakantiehuisje. Nooit eerder had ik agenten gezien die zich in hun werk zo eenzaam voelden’, zegt Struijs. ‘En zij zijn juist degenen die behoren tot de Champions League van de Nederlandse politie.’

Dit zijn de agenten die moeten infiltreren, zich voordoen als iemand anders, zodat ze het vertrouwen winnen in een criminele, agressieve wereld. Altijd moeten ze een plan A, B en C klaar hebben. Altijd moeten ze flexibel kunnen reageren. Het is werk dat ontzettend veel van mensen vraagt, zegt Struijs. ‘En juist zij voelen zich al jaren in de steek gelaten.’

Afscheidsbericht

Woensdag verscheen een zeer kritisch rapport van Oebele Brouwer over de zelfdoding van agent A-4265. De Friese burgemeester onderzocht op verzoek van demissionair Justitieminister Grapperhaus de dood van deze ervaren undercoveragent. Want dat zijn suïcide werkgerelateerd was, daar twijfelde niemand aan. In zijn afscheidsbericht schreef A-4265 ‘dat zijn leven hem was afgenomen door de persoonlijkheid die hij in de operatie had aangenomen’: het lukte het hem niet meer om goed onderscheid te maken tussen zichzelf en de rol die hij als infiltrant moest spelen.

Sinds begin 2020 woonde A-4265 – die zich tijdens het infiltratietraject voordeed als Peter – naast Joop M. en diens gezin in Zevenbergschen Hoek. M. wordt verdacht van grootschalige drugshandel en witwassen. Er was bovendien een vermoeden dat M. contacten had met corrupte douaniers. Maar daarvan is tijdens het onderzoek niets gebleken.

Volgens de familie van A-4265 ging het tijdens het onderzoek niet goed met de infiltrant. De politie zou hem echter ‘aan zijn lot’ hebben overgelaten en hem ‘meerdere keren onder druk hebben gezet om maar door te gaan’.

Uit het onderzoek van Brouwer blijkt dat de begeleiding van A-4265 inderdaad ernstig tekortschoot. Na de arrestatie van Joop M. in september 2020 ging de undercoveractie door, en werd de relatie tussen ‘Peter’ en de vrouw van de verdachte ‘steeds intiemer’. En hoewel Peter dat ‘bewust verhulde’ tegenover zijn begeleiders, stelt Brouwer dat er voldoende signalen waren dat het misging. ‘Die hadden opgepakt kunnen en moeten worden.’ De politie was echter te veel gericht op de resultaten die het onderzoek zou kunnen opleveren.

Ethische grenzen

Volgens de onderzoekscommissie legt de zelfdoding van Peter bloot ‘dat de professionaliteit van het Team Werken onder Dekmantel ernstig te wensen overlaat’. Dat het in andere zaken vaak wel goed gaat, komt vooral door ‘persoonlijke kwaliteiten van individuele werknemers’ en niet door de politieorganisatie. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er te weinig aandacht is voor het mentale welzijn van infiltranten. Bovendien, stelt de commissie, worden belangrijke besluiten op een te laag niveau genomen en werden ethische grenzen tijdens het onderzoek in Zevenbergschen Hoek overschreden.

En dat is ernstig, zeggen deskundigen. Want het ‘heimelijk werken’ is de afgelopen jaren juist steeds belangrijker geworden in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. ‘De politie wil er eigenlijk veel meer op inzetten’, zegt Sven Brinkhoff, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit. Klassieke opsporingsmethoden, zoals getuigen benaderen en telefoons aftappen, werken niet altijd meer.

Om toch door te dringen tot gesloten criminele bolwerken zijn onder meer menselijke bronnen nodig, zegt Brinkhoff. ‘Denk bijvoorbeeld aan kroongetuigen. En undercoveragenten moet je eveneens zien als menselijke bronnen. Het kan mooie resultaten opleveren. De Weertse terrorismezaak uit 2018, bijvoorbeeld. Daarbij werd dankzij undercoveragenten een groep mensen opgepakt die een aanslag aan het voorbereiden waren.’

Druk op undercoveragenten

In 2020 kondigde de politie daarom aan dat het aantal undercoveracties alleen maar verder zal toenemen. Hoe vaak politie-infiltranten nu worden ingezet, is onduidelijk. Waarschijnlijk gaat het om tientallen trajecten per jaar, variërend van langdurige infiltratie in een criminele organisatie tot kortlopende pseudokopen, waarbij de politie zich bijvoorbeeld voordoet als drugshandelaar. Het precieze aantal trajecten weet de politie volgens vakbondsvoorzitter Struijs ook niet, dat wordt momenteel ‘met stoom en kokend water’ geïnventariseerd.

De druk op deze undercoveragenten is enorm, zegt Struijs. En dat ligt niet alleen aan de toenemende behoefte vanuit tactische rechercheteams. Ook de criminele wereld waarin ze zich staande moeten houden, verandert snel als gevolg van digitalisering. ‘Zo is inmiddels ook kennis over bitcoins en financiële geldstromen vereist.’ Daar komen de naweeën van de grootscheepse reorganisatie van de politie in 2013 nog bij.

Toen alle regionale korpsen werden samengevoegd tot één nationaal korps, werden alle werkprocessen bijvoorbeeld zoveel mogelijk geuniformiseerd. En dat, stelt Struijs, werkt niet goed voor een atypische afdeling met infiltranten die willen dat alles afgeschermd blijft, dat niets terug te leiden is tot de politie. ‘Dit zijn agenten die bijvoorbeeld heel snel een buitenlands paspoort of een auto nodig hebben waarvan de geschiedenis niet te achterhalen is. Maar met de komst van de Nationale Politie kregen ze ineens discussies. Als ze per se een groene Audi nodig hadden, kregen ze de reactie: kan het ook een oranje Fiat zijn?’

Onderling wantrouwen

Wat Struijs betreft is de ‘organisatie verwaarloosd’, met onder meer onderling wantrouwen als gevolg. Zo meldde zich enkele jaren geleden een undercoveragent bij zijn vakbond. De man had meermalen geïnfiltreerd en na een aantal jaar had hij zijn baas te kennen gegeven dat hij ‘het niet meer trok, dat zijn gezin het niet meer trok’.

Struijs: ‘De dokter had ook PTSS bij hem geconstateerd. Zijn leidinggevende wilde hem 25 duizend euro geven als afkoopsom, en dan moest hij zijn mond houden tegen zijn collega’s. We zijn met deze agent naar de rechter gegaan en die heeft deze undercoveragent 4 ton toegekend aan smartengeld en een vergoeding voor materiële schade. Zijn collega’s dachten daarna: o, zo gaat de baas met je om, het werkt holt ons uit, en daarna proberen ze je weg te sturen met een lage oprotpremie.’

En er is nog een gevolg van de verziekte werksfeer, constateert Struijs: ‘De mensen voelen zich niet meer veilig om ethische dilemma’s te bespreken. Als infiltrant kan het gebeuren dat je in een auto zit bij een crimineel, en dat je onvoorzien betrokken raakt bij bijvoorbeeld een ripdeal. Die situaties moet je bespreken en ervan leren. Maar mensen vrezen dat ze erop worden afgerekend. Dat gaat ten koste van de checks-and-balances.’

Bezorgde teamchefs

Struijs is niet de enige die zich daarover zorgen maakt. Uit een intern document – in handen van de Volkskrant – blijkt dat teamchefs eveneens bezorgd zijn over de kwaliteit en effectiviteit van het heimelijk werk. ‘Door de enorme expansie en ontwikkelingen binnen het domein Heimelijke Operaties zijn de checks en balances (sic) onvoldoende geborgd’, schreven ze afgelopen zomer in een vertrouwelijk conceptstuk. In het stuk pleiten ze ervoor snel verbeteringen door te voeren, zoals een ‘kwaliteitsstelsel’ en een ‘rijkere verantwoording’, zodat er ‘recht gedaan wordt aan de vergaande inbreuk op (politie)mensen’. Bovendien willen ze ‘de dilemma’s, paradoxen en moeilijkheden die bij heimelijke operaties horen’ beter bespreekbaar maken.

Niet dat infiltranten nu geen spelregels hebben waaraan ze zich moeten houden. Maar, zeggen insiders: die spelregels zijn nu soms te vaag.

En dat moet snel worden veranderd, stelt Brinkhoff, ‘want als infiltranten over de grens gaan, dan is dat ook funest voor de betrouwbaarheid van dit opsporingsmiddel. Als je onrechtmatig bezig bent, kun je je bijvoorbeeld gaan afvragen of een verklaring betrouwbaar is.’

Intimidatie

Het raakt bovendien aan een discussie die nu al regelmatig in de rechtszaal wordt gevoerd. ‘Ik heb het idee dat infiltranten de laatste tijd steeds verder gaan’, zegt raadsman Tony Boersma. ‘Te ver.’ Hij stond onlangs nog een cliënt bij die door politie-infiltranten was meegenomen naar een vakantiehuisje. De agenten deden zich voor als criminelen die de ‘losse eindjes’ moesten wegwerken. Om druk op hem uit te oefenen, werd hij geconfronteerd met een vrouw in de achterbak van een auto. ‘Zij kreeg – zogenaamd – klappen, om te laten zien wat er met hem zou gebeuren als-ie niet zou gaan praten. Het was pure intimidatie.’

Ook in andere strafzaken hoor je dit geluid. Zo worden familieleden, die niets met het delict te maken hebben, soms ‘geïntimideerd’ door undercoveragenten. Afgelopen zomer oordeelde de Amsterdamse rechtbank in een moordzaak dat een undercoveractie eigenlijk een bedreiging was. Het leidde tot strafvermindering. In deze zaak hadden politie-infiltranten de onwetende zus van de verdachte op agressieve toon benaderd. Hierdoor had ze maanden in doodsangst gezeten.

‘Je kunt niet zomaar als overheid onschuldige derden, zoals familieleden van een verdachte, bedreigen’, zegt Brinkhoff. In rechtszaken ziet hij dan ook dat rechters kritischer worden op ingezette undercovermethodes. ‘Als je de grens overgaat, breng je rechtszaken in gevaar. De politie moet voorkomen dat infiltratie een besmette, beladen opsporingsmethode wordt.’

Het is een thema dat ook in de rechtszaak tegen Joop M. een onderwerp zal worden. Infiltrant A-4265 heeft zijn processen-verbaal nooit ondertekend. Al het door hem verzamelde bewijs is wat het Openbaar Ministerie betreft onbruikbaar, justitie wil het buiten het dossier houden. Maar M.’s advocaat is het daar niet mee eens. Hij vindt dat de rechter moet kunnen zien hoever de politie in de zaak van zijn cliënt is gegaan. ‘Peter gaf huiswerkbegeleiding aan M.’s jonge kind, hij zegde hem zelfs cadeaus toe bij goede schoolprestaties. Het kind zag Peter als goede vriend, terwijl Peter hem uithoorde over zijn ouders’, aldus raadsman Michel van Stratum. ‘Dit mag niet in de doofpot belanden. Het gaat om integriteit van de opsporing.’

Om die integriteit in de toekomst wel te waarborgen, kondigde minister Grapperhaus woensdag aan ‘dat alle lopende, heimelijke trajecten opnieuw doorgelicht zullen worden’. Daarnaast wil hij een aanvullend onderzoek om de ‘organisatorische, juridische en ethische condities’ van het ‘werken onder dekmantel’ te waarborgen.

Want over één ding is iedereen het eens: infiltratie is onmisbaar geworden. ‘Het middel kent ook grote successen, en het moet blijven bestaan’, constateert de commissie-Brouwer. Vakbondsman Struijs deelt die opvatting. En hij is blij met de door Grapperhaus aangekondigde maatregelen. Zo komt er – naast het aanvullende onderzoek – ook meer geld om het mentale welzijn van de werknemers te verbeteren en de teams te verkleinen. ‘Al is het waardeloos dat er blijkbaar zoiets verschrikkelijks als een zelfmoord voor nodig was voordat er actie volgt.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl

Meer over