Politie en leger hebben voor ANC-leider 'doorslaggevende rol in transformatie' Nelson Mandela wil 'oude wonden laten genezen'

'Laat de oude wonden genezen. Laten we het verleden begraven.' Onder dat motto maakt Nelson Mandela zich op om de leiding over te nemen in Zuid-Afrika....

The Guardian [A David Beresford

JOHANNESBURG

Nu de bevelhebbers van leger en politie zijn kant hebben gekozen, is ANC-leider Nelson Mandela vol vertrouwen dat hij een nationale verzoening zal kunnen bewerkstelligen. De 75-jarige Mandela beschouwt het presidentschap absoluut niet als een rustig erebaantje. Maar de hoofdzaak is dat de regering, waarin de verschillende partijen moeten samenwerken, geen lege dop wordt.

'Als we een politieke partij laten meedoen die erin is geslaagd 5 procent of meer van de uitgebrachte stemmen te vergaren, dan moet die wel het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van de regering; ze moeten zich onlosmakelijk verbonden voelen met de uitvoerende macht. Zelfs als we een gigantische meerderheid behalen, moeten we zien te voorkomen dat de angst ontstaat dat de meerderheid de minderheden haar wil oplegt. We hebben sinds 1990 vooruitgang kunnen boeken, omdat we niet uit het oog hebben verloren dat consensus cruciaal is.'

Als Mandela vertelt welke leden van de Nationale Partij eventueel welkom zijn in de regering, laat hij doorschemeren dat de minister van Buitenlandse Zaken met de langste staat van dienst ter wereld, Pik Botha, wellicht in functie blijft. Verder noemt hij de namen van Roelf Meyer, de minister van Grondwetszaken; Kobie Coetsee, de minister van Justitie en Defensie; en Leon Wessels, de minister van Werkgelegenheid. Hen drieën noemt hij 'rechtgeaarde Zuidafrikanen, die een realistische oplossing zoeken voor onze problemen'. En Botha is 'een van de meest verlichte geesten in de Nationale Partij'.

Mandela onthult dat hij de generale staf van zowel de politie als de Zuidafrikaanse Defensiemacht heeft toegesproken. Ook is hij bij generaal Johan van der Merwe, het hoofd van de politie, aan huis geweest om met hem van gedachten te wisselen over de juiste strategie.

Mandela, die vroeger zelf als terrorist te boek stond, zegt dat de politie en het leger, alsmede de inlichtingendienst en het ambtenarenapparaat, 'een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol spelen in deze transformatie, en een ieder die probeert hen zwart te maken bewijst Zuid-Afrika een slechte dienst'.

Mensen die vóór 8 oktober 1990 misdrijven hebben begaan ter verdediging van de apartheid zullen amnestie krijgen op dezelfde basis als degenen die zich tégen de apartheid hebben verzet. Het nieuwe parlement moet zich uitspreken over zulke misdrijven voor zover die later zijn begaan. Zelf vindt Mandela 'dat we moeten overwegen hen gratie te schenken'.

Hij voegt er echter aan toe: 'Maar u moet wel begrijpen dat sommige mensen hun familie zijn kwijtgeraakt en daar erg verbitterd over zijn, en voor zover het die categorie betreft zullen we de kwestie van geval tot geval moeten bekijken. Maar mijn gevoel is dat we het verleden moeten laten rusten. En we zullen in ieder afzonderlijk geval een oplossing kiezen die mede door dat uitgangspunt wordt bepaald.'

Op de vraag wat hij denkt te doen aan de rechtse extremisten, antwoordt Mandela: 'Laten we niet vergeten dat de Nationale Partij van De Klerk vroeger precies dezelfde standpunten aanhing.' Het beste wapen om rechts te bestrijden is volgens hem 'de dialoog, overreding, kritiek, maar geen dwang' - zoals met succes beproefd op de Nationale Partij.

Mandela onthult ook dat hij besprekingen heeft gevoerd met de Broederbond, met conservatieve leiders van de voornaamste Boerenorganisaties, en met de rechtse 'goeroe' Carel Boshoff. Hij heeft al vier gesprekken gehad met de leider van het Vrijheidsfront, generaal Constand Viljoen, en drie met de leider van de Conservatieve Partij, Ferdie Harzenberg. 'Ik wil iedereen bij dit proces betrekken.'

Meer over