Polderpretenties van een Amerikaanse glossy

Het eerste Nederlandstalige nummer van National Geographic, dat deze maand in de kiosk ligt, is nog niet erg Nederlands of Vlaams....

Die feature, over de wijze waarop National Geographic in het ruim honderdtienjarig bestaan over Nederland en België heeft bericht is zonder meer aardig. Het waren vooral verhalen met mooie foto's die het clichébeeld van tulpen en patat neerzetten. De Amerikaanse hoofdredacteur geeft het toe: 'het beeld is traditioneel'. De strijd tegen het water is niet vergeten. Zo zijn de foto's van de Afsluitdijk adembenemend. In beeldkeuze heeft het blad altijd een gouden hand gehad.

Verder komt Nederland terug via de fotoreportage van Frans Lanting uit Rotterdam, die al enige tijd in Californië woont. Hij fotografeerde de kust van de Pacific tussen Los Angeles en San Francisco, onder andere bij het plaatsje Big Sur. Dit artikel stond in augustus al in de Amerikaanse editie. Het verhaal is geschreven in de beste traditie van National Geographic, veel mooie, poëtische zinnen, maar veel wijzer worden we er niet van.

Interessanter is het verhaal over de geologische overgang van het Perm naar het Trias, zo'n 250 miljoen jaar geleden. Dit artikel stond in september in de Amerikaanse editie. Net als 65 miljoen jaar geleden stierf toen een groot deel van de planten- en diersoorten uit. De oorzaak is nog onbekend, maar mogelijk speelde, net als 65 miljoen jaar geleden, de inslag van een meteoriet een rol. Of anders een een serie vulkaanuitbarstingen.

De verslaggever reist, zoals de traditie van National Geographic betaamt, expedities achterna in Zuid-Afrika, Italië en Tsjechië en hij houdt interviews in Washington DC, Californië en Oregon.

In dit artikel komen ook twee onderzoekers van de Universiteit Utrecht aan het woord. De Nederlandse redactie heeft het Engelse verhaal vertaald en een eigen artikel over de Nederlandse onderzoekers prof. dr. Henk Visscher en drs. Cindy Looy toegevoegd. Voor een deel dubbelt de tekst, voor een deel voegt het wat toe.

Tot zover is alles gewoon National Geographic, zoals we het al jaren kennen. Maar de redactie wilde meer Nederlandse inbreng en ging op zoek. Ze kwam uit in Waalwijk waar het elfjarige jongetje Micky succesvol actie heeft gevoerd om National Geographic Channel op de kabel te houden. Een halve pagina met foto van Micky staat in de rubriek Anders Belicht. Zo'n item verwacht je eerder in het clubblad van een tennisvereniging.

Ook moet de brievenrubriek nog op gang komen. De redactie koos ervoor, de felicitaties aan de Nederlandse redactie af te drukken van de chefs van de Duitse, Braziliaanse, Koreaanse en Italiaanse edities. 'We wensen jullie een prachtige toekomst toe.'

Dat valt nog te bezien. De Nederlandse kloon van de Amerikaanse glossy wordt alleen een succes als de eigen inbreng uit het Nederlandse taalgebied substantiëler wordt. Met alleen vertaalde artikelen zal de redactie er waarschijnlijk niet in slagen, voldoende Nederlandstaligen aan zich te binden.

Want veel mensen die zich tot het blad aangetrokken voelen, beheersen het Engels in voldoende mate om de artikelen te lezen. Of ze voelen zich voldoende bevredigd na het bekijken van de schitterende foto's en het lezen van de koppen en de onderschriften. Verder doet het blad het goed op de salontafel en dan maakt de taal niet veel uit.

De abonnees in Nederland die de Amerikaanse versie ontvangen, merken niks van de Nederlandse introductie. Als ze willen, kunnen ze hun dure Amerikaanse abonnement (circa 80 gulden per jaar) omzetten in een goedkoper Nederlands (55 gulden per jaar), maar ze moeten daar wel zelf om vragen.

De kopers van losse nummer die verslaafd zijn aan de originele versie hoeven niets te vrezen. Die blijft hier gewoon te koop. En voor wie er niet genoeg van kan krijgen: Zo hier en daar is ook de Duitstalige editie verkrijgbaar.

Meer over