Poëzieprijs naar Kouwenaar voor 'ongekende vitaliteit'

De bundel De tijd staat open van Gerrit Kouwenaar (1923) is bekroond met de VSB-Poëzieprijs 1997, waaraan een bedrag van vijftigduizend gulden is verbonden....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Volgens de jury heeft de dichter een poëziemodel geschapen dat 'een beetje de norm is geworden'. Er zijn nogal wat imitaties van zijn stijl geweest, maar 'Kouwenaar is nog altijd de beste Kouwenaar die we hebben', aldus de jury die onder voorzitterschap stond van de op 22 mei plots overleden Herman de Coninck. In verband met dit sterfgeval zal de uitreiking van de prijs op 10 juni mede in het teken staan van de herdenking van de Vlaamse schrijver en essayist.

De poëzie van Kouwenaar wordt niet getypeerd als de meest toegankelijke, maar het is volgens de jury een oud misverstand dat hij een 'taaldichter' zou zijn. 'Er zitten meer seizoenen in een regel van Kouwenaar dan in een stadstuintje', aldus het juryrapport.

De jury acht Kouwenaar verantwoordelijk met de mooiste poëzieregel van het jaar, de laatste zin uit het gedicht Men moet, uit de bekroonde bundel:

Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis

nog vellen, men moet zijn winters nog sneeuwen

men moet nog boodschappen doen voor het donker

de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters

een harnas aanmeten, ijswater koken leren

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen

zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

men moet nog een kuil graven voor een vlinder

het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge.

De andere genomineerden voor de VSB-prijs waren: Robert Anker (In het vertrek); Elisabeth Eybers (Tydverdryf/Pastime); Judith

Herzberg (Wat zij wilde schilderen); Leonard Nolens (En verdwijn met mate); Kees Ouwens (Van de verliezer en de lichtbron) en Toon Tellegen (Als we vlammen waren).

De VSB-poëzieprijs bestaat sinds 1993 en wordt jaarlijks toegekend aan een bundel gepubliceerd in het voorafgaande jaar. Eerdere prijswinnaars waren Hugo Claus met De Sporen, Huub Beurskens Aangod en de afmens en Leo Vroman Psalmen en andere gedichten. De jury van 1997 heeft zich afgevraagd of na Vroman de toekenning van de prijs aan Kouwenaar niet een 'oubollig' karakter zou krijgen. 'Misschien is het juist een bijzonder hoopvolle prijs: dichters bewijzen nu al twee jaar na elkaar dat ze beter worden met ouder te worden.'

De jury ziet 1996 als een goed jaar. Er werden 67 dichtbundels gepubliceerd en de jury had moeite om zich te beperkten tot zeven nominaties. Om recht te doen aan de niet-genomineerden had De Coninck het idee geopperd een bloemlezing te maken, die verschijnt onder de titel De 100 beste gedichten van 1996.

Meer over