Poetry op cowboylaarzen, pardon op spekzolen

De man uiterst links is Iain Matthews, initiatiefnemer van deze tournee. In een ver verleden was hij frontman van de Britse folkband Fairport Convention....

ARIEJAN KORTEWEG

Van onze verslaggever

Ariejan Korteweg

NIJMEGEN

De kruk daarnaast, die waar een volle colafles bij staat, is voor Vince Bell uit Fredericksburg, met Tata Mirando een van de zeldzame muzikanten die hun eigen in memoriam konden lezen. Bell lag in 1981 na een auto-ongeluk twintig dagen in coma. Hij overleefde, maar moest goeddeels opnieuw in elkaar worden gezet - got stitches all over my body. Dertien jaar later bracht hij zijn eerste cd uit, die een de keel dichtsnoerende intensiteit heeft.

Achter die hoge microfoon met de asbak ernaast staat Eric Taylor, lange sladood uit Houston, Texas. Maakte er in het begin van de jaren tachtig naam met zijn messcherp observerende teksten, maar liet zich door de drugs monddood maken. Kickte af, ging met verslaafden werken, hertrouwde, werd opnieuw vader en staat nu minstens zo op scherp als vijftien jaar geleden. The good times scratched a laugh from the lungs of the young men.

Uiterst rechts vinden we de geblokte David Olney. Hij woont in Nashville, en dat is niet het enige wat hem onderscheidt van de anderen. Olney is de cynicus van dit kleine gezelschap, en ook degene die het grootste scala aan stijlen beheerst: van ballads via rockabilly tot Tin Pan Alley. Veel van zijn songs zijn verhalen over de scherpe hoeken die het leven kan inslaan:

Then one day I began to hear

Talk my wife was having an affair

It seems Delia found her joy

With some local common boy

As for myself I did not realy care

But the family shame was more than I could bear.

Het is een merkwaardig gezelschapje dat dezer dagen onder de verzamelnaam American singer/songwriters langs het clubcircuit tourt. Poetry international op cowboylaarzen, zou ik graag willen samenvatten. Maar zelfs dat kan niet, de helft van hen loopt op spekzolen. Gewoon vier mannen met een kruk, een microfoon en een gitaar. Take it or leave it - wie dit mooi wil vinden, moet bereid zijn ver voorover te leunen.

Ze hebben net 's middags een interview met Radio London gedaan, Bell en Taylor hebben opgetreden in Leidsekade Live. Voordat het optreden in O42 in Nijmegen begint, hangen ze wat rond in de kleedkamer.

Wat ze gevieren gemeen hebben? 'Eerlijk, naar binnen gekeerd, autobiografisch.' Dat zijn de kenmerken waar Matthews mee komt. En vooral: 'We herkennen bij elkaar de kwaliteit.' Vanwege die kwaliteit verruilde hij in 1989 Los Angeles voor Austin, Texas. Dat immers is de plek waar singer/songwriters van oudsher het best gedijen, waar de grote voorbeelden als Guy Clark en Townes van Zandt speelden. Maar kwaliteit is een schimmig begrip. Met de kwaliteiten van iemand als Prince (Matthews: 'hoewel ik When doves cry niet slecht vond') blijken de mannen weinig op te hebben, terwijl ze elkanders kwaliteiten roemen.

'We zijn eigenlijk storytellers', vindt Taylor. Hij is niet alleen liedjessmid, schrijft ook verhalen en gedichten. Sommige songs zijn begonnen als toneelstukken die hij nooit wist te voltooien. Voor hem is alles anders sinds hij een familyman is. 'Ik heb altijd volgehouden dat ik vooral een schrijver ben', zegt hij. 'Maar nu beleef ik veel plezier aan het optreden. Ik sta nu meer open voor alle genoegens, ook die van het optreden.'

Op de vraag welke zanger ze het liefst een van hun songs zouden horen uitvoeren, blijven ze lang het antwoord schuldig. 'Wat ik schrijf wordt nooit door anderen vertolkt,' bekent Matthews. Taylor verschuilt zich achter Nanci Griffith en Lyle Lovett, die nummers van hem speelden. Dan schuiven ze verrassend genoeg Eric Clapton naar voren, om elkaar tenslotte in Hank Williams te vinden. 'Wat niet wil zeggen dat wat wij zingen country is', voegt Taylor haastig toe.

De Amerikanen zijn zeer te spreken over het Nederlandse publiek. 'In Amerika is het altijd rumoerig, hier heersen aandacht en discipline. Ze hebben hun huiswerk gedaan.'

O42 is daarop geen uitzondering. 'Goed dat jullie de ruimte hier vooraan vrij laten', zegt ceremoniemeester Matthews vanaf het podium tegen de zittenblijvers achterin. 'Dan kan er gedanst worden.'

Grapje, want meer dan een enkel voetje vermag deze muziek niet in beweging te brengen. Zoals ook de grappen die traag uit hun kelen komen zelden om te lachen zijn. Daar gaat het ook niet om. Hier staan oergevoelens op het spel, en de manier waarop die onder woorden zijn gebracht.

The sun and the moon and stars make the wind blow

Took me twenty years to understand

Lost to me is how the lives of friends go

Like autumn leaves in Oklahoma wind. (Vince Bell)

Terwijl de anderen beleefd luisteren, zingen ze om beurten een nummer: eerst de mooizinger Matthews, dan Bell die met zijn ontplofte stem alle hoeken van de zaal vult, vervolgens Taylor die met zijn kale stem een grote leegte achterlaat, en tenslotte de cabareteske Olney met zijn kachelpijpstem, aan wie je het meest kunt merken dat hij al een leven lang vecht om de gunsten van het zoveelste weerbarstige publiek in het zoveelste kleine, rokerige zaaltje.

Vier middelbare mannen met een gitaar. In spijkerbroek en shirt, zienderogen op hun gemak. Alles wat niet heel hard nodig is hebben ze thuisgelaten. Hun band, hun mooie kleren, hun pretenties. Ik stel me voor dat ook hun levens zo zijn. Simpel huis, vrouw en kinderen, genoeg ellende achter de rug om een publiek meer dan een avondlang te kunnen boeien.

Dus elke keer gaan de spullen achterin de stationcar om ergens in een club te spelen. In Anderson's Fair in Huston, waar de groten als Tom Paxton, Nanci Griffith en Lyle Lovett speelden. Of ergens in een buitenwijk van Austin.

Ze weten dat ze één kunstje in hun vingers hebben. Dat is genoeg: het schrijven van een puntgaaf, afgetraind lied, waarbij het publiek tevreden de maat kan tikken.

Heel soms krijg ik tijdens het concert een visioen. Dan geef ik Matthews een orkest om bij te croonen, voorzie Bell van rook en een zwart-met-rode tovenaarscape, plaats Taylor in zo'n zwalkende Tom Waits-omgeving en maak van Olney een entertainer in een zaal met kleedjes op de tafels.

Maar zouden de mannen daar gelukkiger van worden? Ik weet wel zeker van niet.

American singer/songwriters Vince Bell, Iain Matthews, David Olney en Eric Taylor: Zoetermeer (vanavond), Eindhoven (17), Haarlem (18), Leeuwarden (19) en Arena, Amsterdam (20 november).

Meer over