Podiumkunsten zijn niet verloren na subsidieschok

Muziek-, theater- en dansgroepen komen bij van de schrik van de subsidiekortingen. Cultuurkenners zijn er niet per se tegen.

'Een mokerslag voor het podiumkunstenveld', noemde de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) het. 'Een onthutsend verlies van kwaliteit en diversiteit', sprak belangenorganisatie Kunsten '92: op 1 augustus maakte het Fonds Podiumkunsten bekend welke dans-, muziek- en theatergroepen vanaf volgend jaar nog kunnen rekenen op subsidie. Nadat eerder de Raad voor Cultuur (RvC) oordeelde wie straks nog rijkssubsidie ontvangt, wordt nu duidelijk welke kunstinstellingen door de bezuinigingen van staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra dreigen te verdwijnen.

Maar terwijl de kunstenwereld zich fel keert tegen deze culturele kaalslag, concludeerde een commissie onder leiding van oud-minister van Cultuur Hedy d'Ancona al in 2006 dat er bij de podiumkunsten sprake was van een overaanbod. Er was te veel dans, te veel theater. Te veel voorstellingen waarnaar te weinig vraag was. Een mismatch, aldus de commissie. Ook vanuit de kunstenwereld zelf klinkt al jaren schoorvoetend kritiek op de uitdijende sector. Dat er nu door staatssecretaris Zijlstra in dit aanbod wordt gesneden, lijkt dan ook in lijn met de aanbevelingen die toentertijd door d'Ancona zijn gedaan.

'Niet in deze omvang', reageert oud-commissielid Jaap Mulders. 'Dat er scherpere keuzes worden gemaakt, is zeker niet slecht voor de sector. Maar als je een rozenstruik wilt snoeien, trek je die ook niet met wortel en tak uit de grond.' Van de 218 miljoen euro die er nu per jaar naar de podiumkunsten gaat, blijft na 2013 nog maar 138 miljoen over.

Snelheid

Volgens Mulders, die tevens lid is van een adviescommissie van het Fonds Podiumkunsten, laat een dergelijke korting weinig ruimte over voor nuancering. 'Zeker gezien de snelheid waarmee deze bezuinigingen zijn doorgevoerd. Dan kun je niet anders dan een botte bijl gebruiken.'

Dat blijkt ook uit de besluiten van het fonds. Van de 203 aanvragen voor vierjarige subsidie zijn er tachtig gehonoreerd. 153 instellingen kregen een positief advies, maar kwamen alsnog op de zogenoemde b-lijst terecht: wel de artistieke kwaliteit, helaas geen budget. Mulders: 'De lat is noodgedwongen zo hoog komen te liggen dat instellingen die daar normaal boven zouden zitten, er nu alsnog onder vallen. Waar je vroeger nog het voordeel van de twijfel kreeg, moeten wij nu zeggen 'nee, niet goed genoeg'. Het is mijn angst dat we door deze bezuinigingen aan kwaliteit gaan inboeten.'

Cultuureconoom Arjo Klamer is een stuk minder sceptisch. 'Decennialang is steeds meer geld naar de sector gegaan en dat houdt nu opeens op. Dat is een enorme shock, maar het biedt ook kansen.' Subsidie heeft de kunstenwereld lui gemaakt, stelt Klaver. 'Instellingen die niet langer door de overheid of het fonds worden ondersteund, zullen nu tegenover het publiek hun bestaansrecht moeten bewijzen in plaats van tegenover een adviescommissie. Zijn De Appel en Het Toneel Speelt in staat mensen ervan te overtuigen dat wat zij doen van te groot belang is om verloren te laten gaan?'

'Het is te veel, te snel', vindt Stephen Hodes. Een aantal jaren geleden pleitte de directeur van het gerenommeerde adviesbureau LAgroup nog voor een culturele shake out, maar ook hij bekritiseert de wijze waarop de bezuinigingen bij de podiumkunsten zijn doorgevoerd. 'Er had een strategische analyse van de sector moeten plaatsvinden. Waar zitten de fusiemogelijkheden? Waar kan eventueel wat verdwijnen?' Dat is volgens Hodes niet gebeurt. 'Het ministerie had scherpere keuzes moeten maken. Hier wel in snijden, daar niet. En dat in afstemming met het fonds en de lokale overheden. Door alleen te zeggen 'er mogen zoveel orkesten zijn, zoveel gezelschappen' creëer je chaos.'

Het resultaat blijft een versnipperde sector, aldus Hodes. 'Kijk naar Amsterdam. Doordat het Rijk heeft besloten de grote instellingen te subsidiëren, kiest Amsterdam er juist voor de kleine instellingen te ondersteunen.' Dat is niet zozeer slecht, zegt de directeur van LAgroup. 'Maar je kunt beter meer aan minder geven dan minder aan minder, wat nu gebeurt.'

Klamer voorziet een grotere betrokkenheid van instellingen. 'We komen er beter uit. Een minder afhankelijke sector die zijn publiek directer aanspreekt.' Die verandering was er zonder 'botte bijl' niet gekomen, vermoedt de cultuureconoom. 'De kunstenwereld is conservatief. Daarom is het goed dat dit kabinet de knuppel in het hoenderhok heeft gegooid. Het is de enige manier om patronen te doorbreken.' Dat dit voor instellingen het einde betekent, is volgens Klaver niet per definitie slecht. 'Als het stof is neergedaald, zullen de beste overblijven.'

undefined

Meer over