Plotseling met z'n achten

De dubbeltwee werd een dubbelvier, en de dubbelvier werd opeens een acht. En als het moet gaat het voor de Spelen net zo makkelijk weer in omgekeerde richting....

Door Marije Randewijk

De Canadezen begrepen er niets van. En ook de Franse roeisters hadden bij de start van de Wedau Regatta in Duisburg eens meewarig opzij gekeken. In hemelsnaam, wie zijn dat?, dachten ze. Bij wie horen die meiden?

Hollandia vermeldde het inschrijfformulier en ze kwamen uit Holland, ja, dat lag voor de hand. Verder wisten ze niets. Een nationale ploeg kon het niet zijn. Hun pakjes waren donkerblauw in plaats van oranje, de sponsornaam was een vreemde en de gezichten van de meiden in de boot kenden ze niet of nauwelijks.

De schok werd groter toen die gelegenheidsacht in het veld met louter landenploegen ineens over genoeg snelheid bleek te beschikken om zich in de strijd te mengen.

De acht Nederlandse meiden met stuurvrouw hadden ondertussen de tijd van hun leven. Ze waren een zogenaamd developmentproject, bedoeld om te glorin tijdens de Olympische Spelen van 2008. Niemand die aan Athene dacht, voor juli en augustus stonden vakanties gepland.

Ze waren afgescheept door de roeibond, zo voelden ze zich ook. De vier-zonder, die vorig jaar bij de WK een medaille won op het niet-olympische nummer, stond met lege handen.

Een acht was geen optie. Omdat, zo kregen ze in het najaar te horen, er in Nederland niet genoeg kwaliteit was. 'Ze hebben het talent onderschat, ze hebben niet verder gekeken dan hun neus lang is', zegt Annemiek de Haan, reserve van de dubbelvier en de acht, een half jaar later.

Alleen Bert Cocu was een andere mening toegedaan. Hij bracht in maart een acht op het water voor de The Head of the River Race in Londen. Daar hadden ze zich zomaar voor ingeschreven. Coach Cocu vond een mooie sponsor die de onkosten voor zijn rekening nam en het was een leuke gelegenheid om een winter waarin op eigen initiatief centraal was getraind op de Bosbaan af te sluiten.

Dat het op de Theems boven verwachting zou gaan, daar had niemand rekening mee gehouden. 'Athene? Het was onzin om daarover na te denken. Niemand had het idee dat de boot zo hard zou gaan', zegt Nienke Kingma.

Terug in Nederland stapten de roeiers weer gewoon in hun eigen, kleinere boten, zoals was afgesproken. Maar het contact bleef. En toen was er ineens Duisburg.

Inschrijven voor Nederland ging niet. Dus werd iedereen 'lid' van de fictieve roeivereniging Hollandia. Het is een club die alleen op papier bestaat en die in stand wordt gehouden door roeiers die ooit naar een WK of Olympische Spelen zijn geweest. 'Op deze manier is een ploeg als de onze daarmee geholpen', zegt Cocu, die assistent is van development-coach Duncan Holland.

De concurrentie werd met die zet zand in de ogen gestrooid en ook bij de roeibond raakten de beleidsmakers in verwarring. Hollandia werd in Duisburg namelijk derde, vlak achter de Canadese en de Duitse vrouwen, maar voor Frankrijk. Kingma: 'Toen dachten we ineens: wie weet wat er allemaal nog uit kan komen.'

De bond bleef sceptisch.

De acht mocht in Mn meedoen en als het binnen twee procent van de tijd van de winnaar bleef, zou de ploeg worden afgevaardigd naar het olympisch kwalificatietoernooi in Luzern, dat morgen begint.

Maar alle ogen bleven gericht op de dubbelvier, het paradepaardje. Die voorkeursbehandeling kende een politieke achtergrond. Volgens hoofdcoach Renijnders kon de bond vorig najaar niet kiezen voor een acht. Die boot bestond niet, had een onzekere toekomst en zou daardoor nooit financieel gesteund worden door NOC*NSF.

Met een dubbelvier zou dat probleemloos lukken. Dus was de keuze niet moeilijk, want de bond had het geld bitterhard nodig.

'Je kunt je afvragen welke beweegredenen er meespelen bij het samenstellen van de beste boot', zegt Kingma. 'Ieder heeft zijn eigenbelangen. Ik weet er het fijne niet van. Maar je mag er toch vanuit gaan dat er bij de bond mensen werken die genoeg inzicht hebben om in te schatten of iets haalbaar is of niet?'

Kennelijk niet, vindt Cocu. De roeibond schreef de acht in voor de wereldbekerwedstrijd in Mn. Maar daar bleef het bij. Een hotel werd niet geregeld, dat moest zijn eigen vrouw uiteindelijk doen. 'Ze hebben in Duisburg gedacht: die meiden worden eraf gevaren, die hebben in Mn niets te zoeken', zegt Cocu.

Maar ze versloegen Canada en bleven binnen de gestelde tijdslimietvoor Luzern. De ploeg waarin niemand vertrouwen had, werd een boot met olympische potentie.

In dezelfde tijd was het Griekse perspectief voor de dubbelvier, die vorig jaar voortkwam uit de dubbeltwee, steeds somberder geworden. Bij het kwalificatietoernooi is dinsdag in een veld van drie boten maar startbewijs te vergeven voor Athene. Voor de acht zijn dat er twee.

Dat wisten alle betrokkenen al veel langer. Wat niemand wist was dat Rusland de vier van Sydney, waarmee het podium werd gehaald, dit seizoen in ere zou herstellen.

Op de Bosbaan sloeg de paniek toe. Want de dubbelvier, die wordt gecoacht door Diederik de Boorder, mag zich dan nog zo gestaag ontwikkelen, de kans dat er geen 'zware' vrouwen in Athene aan de start zouden komen voor Nederland, was ineens levensgroot. En de oplossing lag voor de hand.

Vier leden van de developmentacht werden bedankt voor bewezen diensten, evenals coach Cocu, en de dubbelvier werd met de oude vier-zonder uitgebreid tot een acht. Alle partijen waren boos, teleurgesteld, verbaasd en verward.

'Het is topsport, natuurlijk, maar daarom komt het nog wel hard aan', zegt Kingma, een van de afvallers van de acht. 'Als je aan de eisen voldoet en je mag ineens niet meer meedoen, dat is vreemd hoor.'

In de dubbelvier is de verwarring net zo groot. Ze begrijpen het politieke spel wel. Ze hebben ook liever een medaille in de acht, dan dat ze Athene helemaal mislopen. Een medaille betekent dat de roeibond voor Peking 2008 op steun van NOC*NSF kan vertrouwen. Zo wordt ook in een roeiboot politiek geredeneerd.

Maar onmiddellijk stoppen met hun project ging ze te ver. Emotioneel konden ze het niet. In Luzern varen de vier vrouwen daarom een dubbel programma. 'We willen het nog niet opgeven. We moeten het

weten: is deze boot nou goed of niet?', zegt Marlies Smulders. 'We willen dit afmaken.'

Het voelt nu alsof ze gefaald hebben, terwijl iedereen het hele jaar niets anders heeft gedaan dan hen complimenteren met de gemaakte progressie.

'In Poznan waren we teleurgesteld omdat we geen medaille hadden', vertelt De Haan. 'Renijnders stond ons toen uit te lachen. Jullie hebben het hartstikke goed gedaan, zei hij, het gaat de goede kant op. En een maand later wordt de boot van de ene op de andere dag geofferd. Het is zo jammer dat het allemaal op het laatste moment moet.'

In Luzern verschijnt de boot aan de start van het olympisch kwalificatietoernooi. Tenminste, als de roeibond erin slaagt een programmawijziging door te voeren. Nu staan de acht en de dubbelvier binnen een half uur van elkaar gepland. Lukt dat niet, dan blijft de dubbelvier op de kant. Daarover bestaat geen enkele twijfel.

Zelfs als beide boten zich kwalideficeren voor Athene, heeft de acht een streepje voor. Pas als de acht bij de wereldwedstrijd in Luzern volgende week volledig de mist ingaat, gloort er weer hoop voor de dubbelvier.

Dat het voor een buitenstaander opportunistisch en amateuristisch klinkt, neemt hoofdcoach Renijnders voor lief. Hij weet dat het niet onmogelijk is om van het scullen (met twee riemen) over te stappen naar het boordroeien (met riem), dat het andersom op korte termijn moeilijker is, dat het beter is om snel aan een grote boot te wennen dan aan een kleine, dat de dubbelvier en de acht technisch op elkaar lijken en dat een gedegen voorbereiding gewenst is maar niet altijd noodzakelijk.

'We gaan van korfbal toch niet ineens hockeyen? Je kunt wel vasthouden aan je uitgestippelde beleid omdat dat politiek correct is en je dan geen gezeur krijgt. Maar dan sta je straks in Athene met lege handen. Ja, dan heb je wel een rustige tijd gehad. Daar kun je ook voor kiezen.'

Meer over