Plezier? Je doet dit werk omdat het moet

Werk moet lonen. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt gaat dit niet altijd op. De komende tijd doen ze hun verhaal....

Door Elsbeth Stoker

Met gebogen hoofd. Zo verscheen Kapi Lijfrock (29) een jaar of acht geleden op zijn werk. Want dat hij zou belanden in de schoonmaak, ofwel ‘het laagste van het laagste’, dat had hij niet verwacht.

Hij heeft geleerd ‘zijn hoofd omhoog te houden’. Kapi verdient misschien niet veel, en het werk dat hij doet, is niet jaloersmakend. ‘Maar ik verdien mijn geld op een eerlijke manier, en ik kan mijn gezin onderhouden’, zegt de vader van een gezin met drie kinderen.

Kapi is één van de 150 duizend schoonmakers die Nederland telt. Samen met zijn collega’s ontdoet hij de treinen in de regio Eindhoven van de oude kranten, etens-, kots- en poepresten. ‘Het is mijn werk, dus ik maak het schoon’, zegt Kapi, die gehuld is in een blauwe dienstoutfit. Aan zijn handen draagt hij stevige handschoenen. In de kontzak van zijn shabby broek zit een rol vuilniszakken. Het leukste aan zijn werk, vindt hij zijn collega’s. Het ergste, vertelt hij, zijn de passagiers die uitwijken als ze een schoonmaker zien komen met zijn vuilniszak, de puberjongens die hen heel soms uitlachen en de treinen die carnavalgangers, voetbalfans of andere feestgangers hebben vervoerd. Dan ruikt hij de kots vaak al van een afstandje. Leuk is anders, zegt hij. Maar zolang hij zijn eigen maag onder controle kan houden, maakt hij het schoon. En als PSV kampioen wordt, vergeeft hij het de treinvervuilers.

De schoonmakers verdienen ruim 10 euro bruto per uur. Dit is zo’n 2 euro boven het minimumloon. Is dit genoeg om van te leven? Op die vraag mompelen veel schoonmakers ‘met moeite’ of ‘net’. Afgelopen maanden staakten ze voor meer loon én respect. Het resultaat: komende twee jaar stijgt hun salaris met 3,5 procent.

Ondanks deze ‘overwinning’ kunnen schoonmakers niet ontbreken in de serie verhalen over de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze branche kent, aldus FNV Bondgenoten, relatief veel misstanden. Door toenemende concurrentie is de werkdruk flink opgeschroefd, en niet alle bedrijven houden zich keurig aan de cao. Volgens de vakbonden wordt misbruik gemaakt van de onwetendheid van veel schoonmakers. Door hun gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, kennen zij hun rechten vaak onvoldoende. Bovendien werken er relatief veel allochtone mannen in de schoonmaak, die veelal kostwinner zijn. Sommigen hebben meerdere baantjes nodig om rond te komen.

Drie baantjes
Zo werkte Elaziz Elindrissi (36) een paar jaar terug tien uur op een dag. Van half zes tot acht in het ene kantoor, en vervolgens van 12 tot 8 elders in Amsterdam. ‘En dat valt nog mee’, zegt hij. ‘Ik ken mensen met drie baantjes, ze werken twaalf uur op een dag. ’ Inmiddels is Elaziz gestopt met het baantje waarvoor hij om 5 uur ’s ochtends zijn flat moest verlaten. ‘Ik heb het er niet voor over. Ik verdiende wel 200 of 300 euro in de maand extra. Maar ik hield geen tijd over voor mijn gezinnetje.’

En zijn gezinnetje, dat is waar de Marokkaan – met donkere kleine krullen, een zachte stem en een rond lachend gezicht – voor leeft. Zeven jaar geleden kwam hij naar Nederland om te trouwen met een Marokkaanse Nederlandse. In Marokko had hij zijn eigen kledingwinkeltje. Omdat hij gebrekkig Nederlands spreekt, heeft hij weinig keus op de arbeidsmarkt. Vijf dagen in de week gaat hij naar zijn werk. Maar plezier en trots? Nee, dat haalt hij er niet uit. ‘Ik doe mijn werk, als ik klaar ben ga ik weg en ik verwacht niets’, zegt de schoonmaker zakelijk. Op zich kan hij het goed vinden met zijn collega’s en de mensen van kantoor. Heel soms gebeurt er iets dat hem pijn doet. ‘Mensen willen soms niet met me in de lift. Ik heb altijd een grote kar bij mij, met oud papier. Een keer zei een medewerker: hé, we gaan lekker met het vuil naar boven. Ik antwoordde: vriend, dit is papier. Het stinkt niet en ik ook niet.’

Maar elke dag als hij zijn jarenzestigflat – die pal naast de Amsterdamse ringweg staat – binnenkomt, vergeet hij zijn werk meteen. ‘Dan zie ik degenen die van mij een trots man maken: mijn kinderen en mijn lieve vrouw. Ik heb weinig geld voor uitjes. Maar ik probeer wel leuke dingen met ze te doen. Zo zijn we laatst naar de speeltuin geweest. Die is gratis, en dan hebben we ook een leuke dag gehad.’

Sociologen typeren de banen van Elaziz en Kapi als ‘dead-end jobs’. Oftewel, banen zonder perspectief, zegt Peter Achterberg van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. ‘Uit efficiencyredenen wordt schoonmaak door bedrijven uitbesteed. Je ziet een schoonmaker wel rondlopen in kantoren, maar hij hoort er niet bij. Vroeger waren deze mensen wel in dienst van een bedrijf, en als een van de werknemers had je eerder de mogelijkheid om op te klimmen op de ladder. Van schoonmaker naar kantinemedewerker, beveiliger of klusjesman bijvoorbeeld.’ Maar nu, voegt zijn collega Erik Snel toe, is het steeds lastiger om door te groeien. ‘Je opleiding is de sleutel om op een bepaald niveau bij een bedrijf binnen te komen.’

Daar komt bij, zegt Herman van de Werfhorst, socioloog van de Universiteit van Amsterdam, dat Nederlanders steeds harder oordelen over ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’. ‘We worden Amerikaanser met z’n allen. We geloven dat iedereen alles kan bereiken in het leven. Lukt dat niet, beland je bijvoorbeeld in de schoonmaak, dan is dat je eigen schuld.’

Voorheen, vertelt Kapi, waren de schoonmakers in dienst van Nedtrain, het facilitair bedrijf van de NS. ‘Ik ken verhalen van machinisten die vroeger zijn begonnen als schoonmaker.’ Dat is er niet meer bij. Je kunt voorman worden, of ploegleider, zegt Kapi. ‘Maar het is niet aantrekkelijk om door te groeien naar ploegleider.’ Afgelopen acht jaar is hij al drie keer verwisseld van werkgever. Om de zoveel jaar wordt het schoonmaakwerk opnieuw aanbesteed door de NS, het goedkoopste schoonmaakbedrijf wint veelal. De winnaar van de aanbesteding is echter wel verplicht het zittende personeel over te nemen. ‘Dat staat in de cao, maar het nieuwe bedrijf is niet verplicht om ook de ploegleider over te nemen. Die hebben dus geen zekerheid’, zegt Kapi terwijl hij een sjekkie rookt tussen de rails.

Hij staat samen met zijn collega Ilker Kendirk, een paar honderd meter van het Centraal Station van Eindhoven. Zo nu en dan snelt er een trein voorbij. Soms stopt er een, dan klimmen ze in de trein, en gaan ze in hoog tempo door de coupés. Knal, knal, knal – klinkt het als ze de vuilnisbakken eruit trekken en legen in hun vuilniszak. Het afval uit de wc-vuilnisbak wordt eerst op de grond gegooid, om te controleren of er geen drugsspuiten inzitten.

Kapi wil op den duur ook wel een andere baan. Maar zonder een diploma wordt het lastig voor de Antilliaan. Hij heeft wel wat opleidingen geprobeerd, maar het was allemaal niets voor hem. En daar komt bij, zijn cv is ook niet helemaal schoon. ‘Laatst zag ik een 14-jarige jongen. Het was overdag, en hij zat dronken in park. Dat was ik 15 jaar geleden’, zegt hij. Hij was geen lieverdje in die dagen, vertelt hij. Kapi was een boze puber, die nog bozer werd omdat de toegang hem bij veel cafés werd ontzegd. ‘Vanwege mijn kleur.’ Om zich te vermaken en wat te verdienen, dronk hij te veel bier en zette hij op school een wiethandeltje op. ‘Maar ik werd verraden. Dat is maar goed ook. Want wie weet waar ik anders was beland.’ Het liefst wil hij ‘een baan met probleemjongeren’. ‘Op mijn sterfbed zal ik mezelf de vraag stellen: wat heb ik betekend voor de maatschappij? Nu, als schoonmaker, heb ik nog geen antwoord op deze vraag. Maar als ik jongeren help, misschien wel.’

Geen plan
Ook zijn collega Ilker (27) heeft alleen een vmbo-diploma. Over de vraag waar hij zijn plezier uit haalt op zijn werk, moet hij lang nadenken. ‘Mij? Mijn grapjes?’, oppert Kapi nog. Maar nee, hoewel Ilker zijn collega waardeert, doet hij zijn werk omdat het moet. ‘En over tien jaar doe ik dit nog. Ik heb geen plan, ik heb geen opleiding.’ Een bedankje voor zijn werk, heeft hij nog nooit gehad. En dat terwijl hij al heel wat heeft meegemaakt. ‘Vrijdagnacht nog, er waren drie wc’s achter elkaar besmeurd met poep.’ Wat hij dan doet? ‘Dan poets ik dat schoon met de wc-borstel. Gelukkig hebben we er een met een lange steel. Want als je niet uitkijkt, spettert het op je gezicht.’

Hoewel ‘respect voor de schoonmaker’ één van de belangrijkste thema’s was van de cao-campagne, heeft Ilker hier nog weinig van gemerkt. ‘Mensen gedragen zich soms als beesten in de trein, en ik mag het opruimen.’

Ook Elaziz gelooft niet dat de cao-acties hebben geleid tot meer respect voor het schoonmaakvak. ‘Maar er zijn wel een paar mensen op kantoor naar me toegekomen om ons te feliciteren met de cao.’ Hij zit in zijn auto en rijdt haastig naar het kantorenpark bij het Amsterdamse station Sloterdijk. Door het interview dreigt hij te laat te komen. Om twaalf uur moet hij beginnen, en als hij om zes minuten over twaalf het parkeerterrein op rijdt, begint zijn telefoon te rinkelen. ‘Mijn baas’, zegt hij, ‘om te vragen waar ik blijf.’ Hij stopt bij de slagboom. ‘Stap maar vlug uit.’

Meer over