Pleyel sneuvelt in piano-oorlog

De legendarische Franse pianofabriek Pleyel, die bouwde voor Liszt en Stravinsky, sluit de deuren. De concurrentie uit Azië en van het Duitse Steinway is te groot geworden.

PETER GIESEN EN WILKE WITTEBROOD

PARIJS - 'Als ik me sterk en energiek genoeg voel, heb ik behoefte aan een Pleyel', zei Frédéric Chopin (1810-1849). De componist hield van de Franse piano met zijn fluwelen klank. Bovendien betaalde Pleyel hem om reclame te maken voor het merk.

Pleyel was geliefd bij de componisten Claude Debussy (1862-1918) en Maurice Ravel (1875- 1937). Het bouwde piano's voor Franz Liszt (1811-1886) en Igor Stravinsky (1882-1971). Maar binnen enkele weken gaat de laatste pianofabriek van Frankrijk definitief dicht, al zinspeelt men bij Pleyel nog op een doorstart.

De afgelopen dertig jaar moest de pianobouwer al vijf keer uitstel van betaling aanvragen. In de laatste 44 maanden werden slechts 30 piano's verkocht. Pleyel verloor de slag om de concertzaal van Steinway, de strijd om de huiskamer van de veel goedkopere Aziatische concurrentie.

Het merk werd in 1807 gesticht door Ignaz Pleyel, een Oostenrijkse componist en pianist die in Parijs terecht was gekomen. De piano met zijn lichte aanslag en warme klank was uitermate geschikt voor het romantische repertoire dat in de huiskamers van de bourgeoisie zo vaak gespeeld werd.

Het 'grotere' geluid van de Steinway was geschikter voor de concertzaal. De mondialisering van het muziekbedrijf ging ten koste van een kleiner, nationaal merk als Pleyel. Grote pianisten vliegen de hele wereld rond en verwachten overal een piano waaraan ze gewend zijn. Dat is de vaak de Steinway, het merk waarop ze zijn opgeleid.

'In 35 jaar heeft geen enkele pianist ons om een Pleyel gevraagd', zegt Catherine d'Abourget van het pianofestival van Toulouse in Le Monde. Zelfs de Pleyel in de beroemde Salle Pleyel in Parijs - in 1927 door het merk zelf geopend - werd de afgelopen decennia slechts één keer bespeeld, door de Russische pianist Boris Berezovski.

In 2000 werd Pleyel gekocht door Hubert Martigny, die een fortuin had verdiend met het ingenieursbedrijf Altran. Hij koos voor een controversiële strategie om het merk te redden. Bekende designers en kunstenaars maakten gesigneerde modellen voor prijzen rond de 100 duizend euro. Zo eindigde de piano van Chopin als bling bling-meubel op de jachten van de nieuwe rijken of in de paleizen van de Arabische emiraten.

Wie nog een echte Pleyel wil horen: in 2009 bracht de pianist Alain Planès de cd Chopin chez Pleyel uit, gespeeld op een Pleyel uit 1836. Een schitterend instrument, oordeelde hij, met contrasten die op een moderne piano onmogelijk te halen zijn.

Steinway bleef aan de top

Tot de Eerste Wereldoorlog was Pleyel een toonaangevende pianomaker, vertelt specialist Ehud Loudar van Ypma Piano's. Daarna namen de Duitse makers Steinway (Hamburg), Bechstein (Berlijn) en Blüthner (Leipzig) het over. Na 1945 wist alleen Steinway die leidende rol te behouden.

Aziatische concurrenten vormen stevige concurrentie. Pearl River Piano en Hangzhou Goodway Piano uit China zijn samen goed voor bijna 200 duizend vleugels per jaar. Maar een Steinway heeft nog altijd meer status dan een 'Made in China'-vleugel.

De nieuwe vleugel van Het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam

- een diepzwarte Steinway met een adviesprijs van 135.000 euro - maakt maandag zijn debuut in de Grote Zaal. De Amerikaanse pianist Murray Perahia zal als eerste een concert geven op het instrument.

De solistenvleugel met een lengte van 274 centimeter is tijdens een testronde in de Steinwayfabriek in Hamburg uit vijftien exemplaren van hetzelfde model gekozen. Specialist Ehud Loudar van Ypma Piano's, die was betrokken bij de test: 'Dit instrument is heel aanwezig. Soms wordt de vleugel omringd door een symfonieorkest van zeventig mensen, daar moet hij tegenop kunnen. En het geluid is betoverend mooi.'

De negen vleugels van het Concertgebouw komen allemaal bij het Duits-Amerikaanse Steinway & Sons vandaan. Een puur artistieke keuze, zegt Loudar. 'Het is de wens van de pianisten. Een Steinway heeft het grootste dynamische bereik; een solist kan van heel zacht naar knetterhard gaan. Pianisten hebben dat nodig om emoties in de lucht te kunnen schilderen, van boosheid en verliefdheid tot verdriet.'

Nieuwe vleugels staan steeds zo'n acht jaar in de Grote Zaal. Daarna wordt het instrument voor weer acht jaar verplaatst naar de Kleine Zaal. Vervolgens schuift de vleugel door naar respectievelijk de Koor- en Spiegelzaal.

concertgebouw kiest weer voor steinway

undefined

Meer over