Plens & Bui

Nieuwslezeres Henny Stoel was te gast bij Paul de Leeuw. Oppervlakkig gezien leek zij enigszins op de mevrouw die het Journaal van 6 uur presenteert, maar wie beter keek, ontdekte dat dat een vergissing moest zijn....

Intussen sloeg ze de kordate toon aan van iemand die zich had voorgenomen flink van zich af te bijten, wat die brutale De Leeuw ook van plan was. Vragen als 'Hoe lang werk je al bij het Journaal' maakten daarom een grote achterdocht in haar wakker, en in de pauze die ze nam om ook deze valstrik te omzeilen hoorde je haar denken: 'Ja, ja, ik heb jou door, mannetje.'

Ook was er nog sprake van een 'man' of een 'echtgenoot', als ik het goed begreep, over wie Stoel het uitdrukkelijk niet wilde hebben, tot driemaal toe. Er was niet altijd een vraag voor nodig om haar die uitspraak te ontlokken. Ik zag niet alles, maar ik zag genoeg.

Tot dan toe kende ik Henny Stoel alleen in haar gewone afgemeten doen: zij nam de wereld door en kondigde tot slot Erwin Krol aan. Dit was mij voldoende. Nooit vroeg ik mij af of er nog andere mannen in haar leven waren, en ook het huiveringwekkende geheim dat al die tijd op haar lippen moet hebben gebrand, heeft mij niet gestoord. Dat is veranderd. Zij is een privé-persoon geworden, met een nek, een handtas en een harde lach.

Ik ben telkens bang dat ze een van drie zal inzetten/gebruiken wanneer ze de kijker informeert over de situatie in Kinshasa. Niet het nieuws is nog langer onvoorspelbaar en verontrustend, zij is het geworden. Bangladesh: zal ze dit keer over die kerel beginnen? Iran: nu misschien?

Henny Stoel is haar neutraliteit kwijtgeraakt, en dat is voor een Journaallezer net zo erg als het verlies van een been voor een danseres. Ze worden daar geen mindere mensen van, integendeel; juist voller, voorstelbaarder en gewoner. Maar voor het vak zijn ze verloren. De klad zit in de neutrale berichtgeving. Het gevreesde zinnetje van het middelbare-schoolproefwerk heeft overal ingang gevonden: 'Vertel in je eigen woorden na, wat de schrijver bedoeld kan hebben.'

Eigen woorden voor oneigenlijke situaties. Een persoonlijke toets, waar een standaardformulering volstond. Net als in Amerika zijn er tegenwoordig serveersters die je bij het uitreiken van de menukaart ongevraagd vertellen welk gerecht hun eigenste voorkeur geniet; trambestuurders, die niet de Dam kunnen naderen zonder je uit te leggen wanneer zij voor het laatst in Madame Tussaud zijn geweest, en dat hun vrouw Ron Brandsteder nog in zijn billen heeft geknepen.

Je hoort er om te grinniken, en als je een bril draagt of toevallig een boek leest, is dat helemaal aan te raden want van chagrijnen houden ze niet in Mokum. De bestuurder heeft een microfoon in de hand, hij heeft de lachers op zijn hand, en een paria is snel gemaakt.

'Verhoud je tot me', eisen de loketbediendes, de secretaressen en de man van de autoverhuur. Je mag er niet aan twijfelen dat ze veel meer mens zijn dan hun functie suggereert; op zijn minst willen ze je een idee geven van het leven dat er na vijven op ze wacht. Maar zowel de tijd als de omgang is beperkt. Men vraagt om koffie, rookt nog een sigaret en rekent af. In luttele minuten moet een persoonlijke verhouding uit de grond gestampt worden. Dat is krap aan, en daarom draait de persoonlijke toon steevast uit op de gemeenzame toon; die klinkt innig en intiem, en is verder nergens op gebaseerd. Het kan niet, het is nep, en het grijpt alarmerend snel om zich heen: het goede contact van één kant.

Ook hier weer heeft de Journaalleiding het voortouw genomen. Ze hebben daar een vrouw in dienst, Monique Somers, die het weer presenteert. Vroeger was dat een belangrijke taak waarover in strikt formele bewoordingen werd gesproken. De scheepvaart was ervan afhankelijk, boeren en tuinders moesten weten wat hun te wachten stond.

Ik weet bijna zeker dat vijftien jaar geleden uitsluitend melding werd gemaakt van 'neerslag' die ons land via lagedrukgebieden bereikte. Dat veranderde: iemand moet hebben besloten dat het wel wat alledaagser mocht. De neerslag werd regen, en als het niet regende kon het altijd nog druppelen of miezeren. 'Nauwelijks tot geen neerslag van betekenis', heette dat ooit stijfjes.

Maar met Monique Somers kan het regenen dat het giet, het kan akelig spoken, behoorlijk tekeergaan en zelfs flink plenzen. De laatste keer dat ik haar hoorde, vertelde ze dat er 'zo rond koffietijd een stevige plensbui' aan te komen stond. Ze zei het even hartelijk als meelevend, maar in gedachten beklaagde ik de arme schipper die hier zijn koers op moest uitzetten. Dit weerbericht is alleen bedoeld voor campinggasten die maar een ding aan hun hoofd hebben: op tijd de tuinstoelen naar binnen, en dan gezellig koffie in de voortent.

Het woord plenzen, of plensen, zoals Somers het uitspreekt ('geen erkende spelling' geeft Van Dale) heeft een olijke, onbezorgde klank: je kan er heel goed bij kletsen, dollen of afspreken met je beste vriendin, maar ziek zijn of je geliefde bergraven, lukt al een stuk minder. Het is als dat zinnetje waarin sprake is van Auschwitz-gevangenen die hartje winter op appèl werden geroepen. Alsof er schaatsen uit het vet worden gehaald en zelfgebreide sjaals omgeknoopt: het is vrijetijdstaal die vloekt met alles wat minder vrijblijvend is.

Het weer van Monique Somers is niet 'van alle mensen', zoals Gerard Reve ooit schreef, maar alleen van gezellige mensen, gelukkige mensen, die iedere dag weer twee hoogtepunten beleven: het koffieuurtje en de gestampte pot. Ze vertelt ons wat voor weer het gaat worden, maar dat is niet het belangrijkste: ze laat ook doorschemeren welk leven daar het best bij te pas komt.

Ik wist bijvoorbeeld niet dat er een vaste tijd bestond voor koffie: voor die rituelen heb je collega's nodig van kantoor, of een inwonende huurder, maar in je eentje neem je zomaar als je zin hebt. Waarschijnlijk bedoelt ze 's avonds, dacht ik, een uur of acht, na het eten. Nee, lachtte een vriendin, het was 's ochtends, zoveel stond wel vast. Maar was het elf uur, tien uur? Ze probeerde de gewoontes van haar grootmoeder na te gaan, maar die was al sinds 1962 dood en sindsdien kon er best een nieuwe koffieregeling van kracht zijn.

Het gezellige sluit het specifieke uit: men mag toch hopen niet van Monique Somers afhankelijk te zijn in geval van wervelstorm of vloedgolf. Gemeenzame taal is het tegendeel van een gemeenschappelijke taal: het is de wrok die blijft hangen wanneer de gemeenschap zelf allang verbrokkeld is geraakt, en de vaste etens- en koffietijden zijn vervangen door magnetrondiners op de bank. De hang naar eendracht moet dan vanuit een studio in Hilversum worden verkondigd door presentatoren die recht uit het hart spreken, en een schuin oog gericht houden op de autocue. Het is een volkssprookje voor al die mensen die elkaar al vanaf de televisie kennen.

Meer over