Pleitbezorger van Palestijnse zaak

'Alsof een duizendpoot zich in beweging zette.' Wanneer Mahmoud Rabbani ten tonele verscheen, dromden diplomaten, captains of industry en ministers om hem heen....

WIE de jaren zeventig bewust heeft meegemaakt zal spontaan het liedje inzetten wanneer de naam Rabbani valt. Kiele kiele Koeweit. De Nederlands-Arabische betrekkingen waren in 1973 tot een dieptepunt gedaald nadat de Arabische landen waren overgegaan tot een olieboycot vanwege de Nederlandse steun aan Israël.

De 'duizendpoot', zoals het Vrije Volk hem omschreef, was indertijd honorair consul van Koeweit (later ook van Jordanië) en kreeg in die hoedanigheid het singeltje uitgereikt van het satirische NCRV-team Farce Majeur, voor de gelegenheid verkleed als oliesjeiks. De Koeweitse regering riep prompt de Nederlandse zaakgelastigde op het matje om uitleg te vragen over de tekst 'kiele, kiele hopsasa'.

Rabbani was in Nederland de eerste, en lange tijd de enige publieke vertolker van Arabische standpunten en pleitbezorger van de Palestijnse zaak. Zijn levensvisie werd bepaald toen hij als jongen van 13 werd verdreven uit zijn geboorteplaats Haifa, toenmalig Palestina, tijdens de Israëlisch-Arabische oorlog. De weduwe Rabbani vluchtte met haar vier kinderen naar Libanon om zich later bij familie in Damascus te voegen.

Mahmoud kreeg in 1956 de kans aan de TH in Delft te studeren, maar ontdekte snel dat hij 'niet zo goed kon opschieten met moeren en bouten'. Hij zou zich ontwikkelen tot bruggenbouwer in figuurlijke zin, voornamelijk tussen Nederland en de Arabische wereld. Het werk van de zakenman/consul voltrok zich vooral achter de schermen. Zijn invloed op de Nederlands-Arabische betrekkingen, zowel diplomatiek als zakelijk, was groter dan van veel fulltime diplomaten. Onder zijn vaste klanten waren de Nederlandse multinationals Philips, het Ogem-conglomeraat en scheepsbouwer RSV.

De vroegere RSV-topman Allerd Stikker typeerde hem in 1987 als een 'aimabel mens, geestig, open, hartelijk. Een harde zakenman, dat wel, hij vroeg behoorlijke tarieven voor zijn diensten, maar verschafte daarvoor een goede entree bij de juist man op de juiste plaats.'

Rabbani's groeiende zaken imperium en zijn diplomatieke rol hebben hem nooit verhinderd zich sterk te maken voor de positie van het Palestijnse volk, ook toen hij niet meer in de schijnwerpers stond. Nederland was moreel verplicht de Palestijnen te steunen, meende hij. In zijn functie als voorzitter van de Stichting Pales tina-Nederland hield hij een pleidooi voor een soort Marshallplan voor Palestina, en zette projecten op in de bezette Palestijnse gebieden. In 1991 werd hij gekozen in de Palestijnse Nationale Raad.

De tot Nederlander genaturaliseerde Rabbani was een voorstander van vreedzaam verzet. 'Je kunt wel idealist zijn, maar je moet je idealen wél verwezenlijken. Dat lukt alleen als je iets voorstelt, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de buitenwereld. En wanneer stel je iets voor? Als je beschikt over invloedrijke relaties. Je krijgt maar zelden je zin door op tafel te slaan of je mening luidkeels te verkondigen. Relaties moet je opbouwen én koesteren', zei hij tegen de journalisten Jeroen Terlingen en Karel Roskam, die in 1997 een kleine biografie over hem schreven.

Zijn bevlogen idealisme heeft hem echter nooit blind gemaakt. In een open brief aan Yasser Arafat in 1997 stelt hij de corruptie van het Palestijnse leiderschap aan de kaak en roept op tot democratische hervormingen. Er klinkt verbittering door in zijn woorden wanneer hij zijn zetel in de raad ter beschikking stelt: 'Een schertsvertoning'.

Rabbani verbond de naam van zijn moeder aan een door hem opgerichte stichting. De Lutfia Rabbani Stichting zet zich in voor de Europees-Arabische dialoog en voor studentenuitwisseling tussen Nederland en de Arabische wereld.

Meer over