Plein van de vergeelde plannen 'Een opengesperde, haveloze mond die om hulp kermt'

In de vorige eeuw werd het Museumplein al gebruikt voor manifestaties waar in de rest van Amsterdam geen ruimte voor was....

WILLEM ELLENBROEK

WIE DE GESCHIEDENIS van het Museumplein opslaat, verzeilt in een weergaloos drama van gebroken illusies. Er is geen plek in het land waarvoor met zoveel hartstocht zoveel plannen zijn gemaakt, die uiteindelijk allemaal en met even felle weerzin werden verworpen. Het huidige ontwerp, waar een deken van stilte overheen gevallen is, moet zo ongeveer het twintigste masterplan zijn.

De afgelopen eeuw strandde elk idee in het zicht van de haven. Er is geen plein waar zoveel architecten, van Berlage tot Weeber, hun tanden op stuk hebben gebeten. Er werden een paleis en een opera voor ontworpen, een villapark en een station, een lusthof en een aerogare voor luchttaxi's naar Schiphol. Het werd het plein van de vergeelde plannen; het stiefkind van Amsterdam.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw verrezen in de buurt drie monumentale gebouwen: het Rijksmuseum van P.J.H. Cuypers, het Concertgebouw van A.L. van Gendt en het Stedelijk Museum van A.W. Weissman. Maar met het plein zelf, dat de drie cultuurtempels met elkaar moest verbinden, werd het nooit wat. Het is een kale vlakte, in het midden doorsneden door een snelweg die nergens vandaan komt en nergens heen gaat. Alle musea keren het plein de rug toe, ze hebben hun hoofdingang elders; sinds de verbouwing geldt dat ook voor het Concertgebouw. Het Museumplein is niks en geeft aanleiding tot eeuwig gemopper:

'Het gehele Museumplein is als een in vertwijfeling opengesperde, haveloze mond die om hulp kermt' (Het Vrije Volk, jaren veertig). 'Een modderige en slordige speelweide, als pièce de milieu voor Concertgebouw en musea een ergenis' (architect Arthur Staal, jaren vijftig). 'Het plein maakt eerder de indruk van een ruim uitgevallen verkeersgebied in een verloederd park, dan van een bewust gewilde open plek in de stad' (Raad voor de Stedebouw, jaren zeventig). 'Het plein heeft alle kenmerken van een geboortefout' (A.W. Oskam, directeur Ruimtelijke Ordening, jaren tachtig). 'Een kale ruimte zonder wanden' (Edy de Wilde, directeur van het Stedelijk Museum bij zijn afscheid in 1984).

Toch wordt, juist op dit plein, Amsterdam met grote regelmaat op stelten gezet. Het is de grootste vrije ruimte van de stad. Nergens anders kan wat daar kan. In een paar maanden tijd streek er dit jaar het Cirque du Soleil neer, huldigde een menigte Ajax als Europees kampioen, keek een andere menigte naar het video-verslag van het Rolling Stones-concert in Paradiso, en dit weekeinde biedt het weer plaats aan de Uitmarkt. In de tussentijd werd het ook nog uitgeroepen tot Milieuboulevard, met een straatwand vol billboards van de fotografe Sarah Wong, die de milieuproblematiek uitdroegen. Ook dat is niet van vandaag of gisteren.

In de vorige eeuw werd het plein al gebruikt voor alle manifestaties waar in de rest van de stad geen ruimte voor was. 's Zomers streek er de kermesse d'été neer, 's winters was het ijsbaan. Er zijn twee wereldtentoonstellingen gehouden, de Algemeene of Internationale Koloniale- en Uitvoerhandels Tentoonstelling en de Internationale Tentoonstelling voor Hotel- en Reiswezen. Het plein van de massademonstraties kende al een voorganger: de SDAP eindigde er haar 1 mei-optochten.

Maar als het plein slaapt is het niets. Het doet nog het meest denken aan de stukken niemandsland die in Berlijn te voorschijn kwamen toen de Muur werd opengegooid: vergeten land aan het eind van doodlopende wegen. Er is in Berlijn geen stukje niemandsland waar nu niet wordt gebouwd. Berlijn heelt zijn wonden, Amsterdam doet niets. Het plein maakt natuurlijk deel uit van de culturele stad, zoals het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh-museum. Het is eigenlijk in die bindende functie van landelijke betekenis, maar 'de grootste vrije ruimte van de stad' valt nu onder een Deelraad Zuid.

Het ziet er nog altijd uit zoals het in 1953 voor het laatst werd vormgegeven, doorsneden door die snelweg; alleen het houten busstation van de KLM is sindsdien verdwenen. Het bestaat uit twee stroken grasland, een paar iepenlanen, twee terreinen met basketballveldjes onder de platanen, een skateboardbaan en een pétanque-veldje. Het omvat eigenlijk een heleboel kleine pleintjes.

De ene zijde wordt ontsloten door het front van het Concertgebouw, de andere door het Rijksmuseum. Aan die kanten is het Museumplein monumentaal. De andere zijden van die oude zandloper tonen een onduidelijk, rafelig beeld. Het plein loopt in de lengterichting uit en krimpt weer in. Het Stedelijk Museum en het Van Gogh-museum keren het plein de rug toe. Ze staan voor een uitbreiding, maar de ingangen blijven elders. Het zou zo mooi kunnen zijn, musea die zich op het plein openen met winkels, restaurants en terrassen, maar ze sluiten het plein juist af. Achter een lindenlaan ligt de verwaarloosde beeldentuin van het Stedelijk, nog door de stedebouwkundige Cornelis van Eesteren ontworpen. Ook hij beet er zijn tanden op stuk. Het enige dat nog functioneert is een zandbak.

Aan de overkant staat een rij villa's uit een plan dat nooit werd voltooid. De vroegere Boerhaavekliniek wordt omgebouwd tot hoofdkantoor van de KPN, onder het bordje 'Parkeren uitsluitend voor Artsen' staan nu auto's van een sloopbedrijf. Er was een plan om daar een nieuw theater voor Toneelgroep Amsterdam en een nieuwe concertzaal voor muziekcentrum de IJsbreker te bouwen. Ook die plannen waren al vergeeld, voor ze goed en wel ingediend waren.

Het laatste masterplan voor het plein is van de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson. Hij ontwierp een onzalige kruising tussen plein en park; met een 'plaza' achter het Rijksmuseum, een vijver/ijsbaan, een stuk bos, een vlakte, een voetgangerspad en twee ondergrondse parkeergarages. Hij maakte plein noch park, verving niets door niets.

Het is alsof het plein zelf zich in alle hevigheid verzet. Er past geen plan op, het is in geen functie te vangen. Het is ook geen plein, het is open ruimte die geen bestemming heeft. Iets mooiers bestaat er eigenlijk niet. Laat het zo blijven: twee slagbomen aan de snelweg en het is vrij voor wat komen gaat. Welke stad heeft, in het hart, zo'n flexibele ruimte?

Meer over