Column

Pleegt Groot-Brittannië zelfmoord?

 

null Beeld afp
Beeld afp

In de Europese geschiedenis was het konink- of keizerrijk lang de gebruikelijke politieke vorm: groot, veeltalig, multi-etnisch en soms multireligieus, met aan de top een monarchie en daaronder een onrustige confederatie. Toen kwamen de moderne tijd, de democratie en het nationalisme, en de 'naties' van Europa eisten zelfbeschikking. Groot-Brittannië was een uitzondering. Het Verenigd Koninkrijk was dan wel, net als zijn rivalen, de overzeese koloniën kwijt, maar aan het thuisfront had het rijk standgehouden. De diverse 'naties' - Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland - bleven zich achter dezelfde vlag en kroon scharen. En, geheel passend bij zijn anachronistische status, hield Groot-Brittannië enige afstand van het postmoderne imperium van de EU door er wel lid van te worden maar niet de euro als munt in te voeren.

Die aparte regelingen zijn gunstig geweest voor het Verenigd Koninkrijk. Door verenigd te blijven, hebben de Britten wereldwijd meer invloed gekregen en door wel in de EU te zitten maar niet volledig mee te doen, zijn de grootste, aan de euro gerelateerde, zorgen van het continent ze bespaard gebleven.

Toch kon aan beide situaties wel eens een einde komen. In de media werden de Britse verkiezingen van vorige week bestempeld als een enorme overwinning voor de Conservatieven onder Cameron, maar in diepere zin waren de echte winnaars de Schotse en Engelse nationalistische krachten, want zij hebben opeens het Verenigd Koninkrijk zoals wij dat kennen tegen de touwen.

Het verhaal van Schotland is het opmerkelijkst. Tien jaar geleden kon het idee van een onafhankelijk Schotland nog worden afgedaan als een hobby van malloten en na het referendum van vorig jaar, waarin de Schotten die onafhankelijkheid afwezen, ging iedereen ervan uit dat de nationalisten hun kruit verschoten hadden. Nu blijkt dat de campagne rond het referendum meer effect heeft gehad op de Schotse politiek dan de feitelijke uitslag. Alex Massie, een Schotse schrijver die vóór de unie met Engeland en Wales is, schreef vorige week in The Spectator: 'Het nationalisme is onze nieuwe wereldse religie.' En donderdag veroverden de nationalisten 56 van de 59 zetels.

De Schotse nationalisten willen de Union Jack omruilen voor de postmoderne deal van de EU: liever op etniciteit gebaseerd zelfbestuur onder een supranationale koepel op afstand dan een politieke unie die over oorlogen of bezuinigingen gaat waar de meeste Schotten tegen zijn. Tegelijk komt er in het zuiden een meer Engels nationalisme op van Britten die helemaal uit de EU willen en die vinden dat de Schotten toch al te veel profiteren van het VK. Dat is de stemming die niet alleen bij de UKIP heerst, de populistische, antiglobalistische partij, maar evengoed bij de basis van de Tories. Deze twee uitingen van nationalisme, in noord en zuid, kunnen elkaar versterken.

Op papier zijn er nog steeds sterke argumenten tegen zowel het opheffen van de Britse unie als een 'Brexit'. De Schotten hebben baat bij de unie en het nationalistische droombeeld van Schotland als een sociaaldemocratische oliestaat, zal waarschijnlijk snel in duigen vallen bij een confrontatie met de werkelijkheid. En als Groot-Brittannië echt uit de EU stapt, zou het economische en politieke invloed kwijtraken (waarschijnlijk aan Frankrijk), terwijl de voordelen ongewis zijn.

Dat zijn echter praktische argumenten en soms heeft de politiek iets meer nodig. De nationalisten van Schotland en Engeland bieden ieder op hun eigen manier een visie van politieke gemeenschap als geloofsobject. Dan kom je er niet met een bloedeloze verdediging van de bestaande orde door te zeggen: 'Ja, het is een anachronisme om in de huidige tijd een miniatuurrijk te hebben, maar de netto voordelen maken het toch echt wel de moeite waard.'

Dan kun je beter duidelijk pleiten voor een Groot-Brittannië. Dan moet je, met overtuiging en zonder schaamte, het verleden van het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht erbij halen, waarvoor de Schotten net zo hebben gestreden als de Engelsen. Dan moet je de aanhangers van een 'klein' Engeland overtuigen dat het multiculturele, op Europa gerichte Groot-Brittannië van nu trouw kan blijven aan dat verleden. Dan moet je aantonen dat een liberaal rijk, net zo goed als een etnisch thuisland, iets kan zijn wat echt is en wortels heeft.

Ik ben een Yankee, dus het is niet aan mij om de Britten te overtuigen. Maar als onze overzeese verwanten geen leiders kunnen vinden die daarin slagen, zal Groot-Brittannië ophouden te bestaan.

Vertaling: Leo Reijnen © NYT

Meer over