PLATEN


Het eerste Pink Floyd-album in zes jaar, sinds The Delicate Sound of Thunder uit 1988. David Gilmour, Nick Mason en Rick Wright hebben tijdens de laatste Pink Floyd-tournee al aangetoond dat ze ook zonder Roger Waters volle stadions trekken....

Pink Floyd klinkt

zoals Pink Floyd

hoort te klinken

Pink Floyd: The Division Bell. EMI 7243 8 289844 2 9.

Pink Floyd wordt nu geleid door David Gilmour, wiens stem en gitaarspel hun stempel drukken op The Division Bell. Vanaf het langzaam aanzwellende intro van Cluster one, dat in sfeer sterk doet denken aan Wish You Were Here, is dit album in alle opzichten in elkaar gezet volgens de 'klassieke' Pink Floydformule: zoals de groep klonk ten tijde van haar grootste hit, Dark Side of the Moon.

De lange muzikale bogen, soul-achtige dameskoortjes, Gilmours melancholieke stem, gitaarsoli en geluidseffecten: alles klinkt zoals Pink Floyd voor zijn miljoenen fans 'hoort' te klinken. The Division Bell wordt een overweldigend succes, geen twijfel aan.

Morrissey: Vauxhall and I. Parlophone 7243 8 277977 2 8.

Morrissey heeft een moeilijke periode achter de rug. Met zijn laatste album Your Arsenal (1992) joeg de voormalige zanger van The Smiths de Engelse pop-pers, die hem altijd zeer loyaal was geweest, tegen zich in het harnas. Oorzaak was het nummer National Front Disco: een nummer met regels als 'England for the English', die eigenlijk niet anders geèterpreteerd konden worden dan als propaganda voor de Engelse variant van de Centrumdemocraten.

Morrissey lijkt zich de kritiek te hebben aangetrokken. Op Vauxhall and I waagt hij zich niet aan dergelijk nationalisme, maar blijft hij dicht bij huis: het hele scala van Morrissey-emoties passeert de revue: een tranendal van passie, pijn, teleurstelling en vernedering, altijd uitvergroot tot mega-drama's, en altijd met Morrissey zelf als het lijdend voorwerp.

Vauxhall and I is wat minder krachtig en vooral ook minder rockachtig dan de door Mick Ronson geproduceerde voorganger. Misschien is het de invloed van producer Steve Lillywhite, maar de songs zijn softer en zachtaardiger van sfeer, al past zo'n aanpak Morrisey's stem natuurlijk wel: Vauxhall and I klinkt bij vlagen dan ook bijna als een Smiths-album.

Primal Scream: Give Out But Don't Give Up. Creation CRECD 146.

Give Out But Don't Give Up van Primal Scream klinkt tot in de kleinste details als een verloren schat uit de jaren zeventig. Alles, van de akkoordenreeksen, de gitaar-riffs en de blazers tot en met de vette, analoge sound, is ontleend aan de periode van zo'n twintig jaar geleden. De aanpak van de groep van zanger Bobby Gillespie doet nog het meest denken aan Lenny Kravitz' obsessie met de pophistorie.

Het is onbegrijpelijk dat een groep zich zó volledig kan verschuilen achter stijlvormen van een andere band (Rolling Stones circa 1973) en een andere periode. Give Out But Don't Give Up werd geproduceerd door Tom Dowd (een oude rot die de seventies-sound in zijn vingers heeft) en bevat naast Stones-rock een flinke dosis al even authentiek klinkende seventies-funk, in drie nummers met George Clinton en zangeres Denise Johnson.

Prachtig allemaal, maar wat moet je er mee in 1994?

Various: Parasols volume one. Plink plonk Plk cd 001.

Plink plonk is het Londense underground-label van Mr. C, de rapper van The Shamen. Vergeleken bij de makkelijk in het gehoor liggende pop-house van die groep is dit muziek die zich in eerste instantie richt op de diepe underground: twaalf abstracte tracks met prettig vloeiende beats en ritmes, waarin acid en ambient elkaar ontmoeten.

De namen van de producers blijven verscholen achter vage pseudoniemen, maar de muziek is puur en onversneden, en van een opmerkelijke kwaliteit. Maandag presenteert Plink Plonk deze cd in de Roxy in Amsterdam GvV

Frisell en Berne

brengen ode aan

een stille reus

Bill Frisell: This Land. Elektra Nonesuch 7559-79316-2.

Tim Berne: Mostly Hemphill. JMT 514 003-2.

Sinds het vertrek van zijn belangrijkste componist, eind jaren tachtig, doet het World Saxophone Quartet zijn naam bepaald geen eer meer aan. In Europa heeft de groep zich sinds lang niet meer vertoond, en blijkens knorrige Amerikaanse berichten is Hemphills opvolging allerminst bevredigend geregeld.

Maar ook voor altsaxofonist Julius Hemphill zelf is het afscheid geen major career move geweest. Buiten het kwartet heeft de 53-jarige altist nauwelijks meer van zich laten horen. Dat hij desondanks een voorbeeld blijft, blijkt uit This Land van gitarist Bill Frisell. Het pièce de resistance op deze cd is een lange ode aan Hemphill, een 'stille reus' uit Texas, die speelde met Ike & Tina Turner en Kool & The Gang, maar naam maakte als een van de origineelste geesten van de avantgarde.

Ondanks de titel is Julius Hemphill een onvervalste Frisell-compositie; een zorgvuldig opgebouwde thriller die opent met de klank van eenzame voetstappen (Joey Barons brushes) en geleidelijk, via gesmoorde tromboneklanken, uitmondt in heftige improvisaties van Frisell en (bas)klarinettist Don Byron. De emoties lopen hoog op, maar de strakke vormgeving blijft intact. Die beheersing typeert alle stukken op deze cd. Frisell heeft absolute controle over zijn muziek, waarin hij beetjes country, rock en jazz samenvoegt in zacht glanzende mozaïeken. Het fascinerende is, dat die knappe miniaturen je toch allereerst raken door hun sfeer: een zweem van ijle melancholie.

This Land voegt weinig nieuwsfeiten toe aan Frisells eerdere Nonesuch-cd's, maar klinkt - ook door de nauwgezette produktie - nog weer wat uitgekiender en perfecter.

Een opbeurend levensteken is het vorig jaar verschenen Mostly Hemphill van altist Tim Berne, die zijn voormalige leraar vroeg nieuwe composities voor zijn groep te schrijven. Groter contrast dan met Frisells eerbetoon is niet denkbaar: Berne behandelt Hemphills stukken als staketsels, die zijn kwintet (met opnieuw drummer Baron en Frisell-volgeling Marc Ducret) steeds naar eigen believen inkleurt of vervormt. Dat resulteert in tomeloze ensemble-improvisaties, vol ongewone ritmes en vreemde dissonanten. Verrassend zijn de sopranino-partijen van David Sanborne, die hier niets van zijn commercieel succesvolle soul-geluid laat horen.

Mostly Hemphill bevat momenten van grote schoonheid, maar ook stuurloze passages; a succession of brief episodes of creativity, zoals de componist in de hoestekst zegt. Hoog tijd dat Hemphill zèlf weer eens van zich laat horen.

Pigpen: Halfrack. Tim Kerr Records 92CD047.

Sinds zijn verhuizing van New York naar Seattle heeft toetsenspeler Wayne Horvitz niet alleen een nieuwe platenmaatschappij, maar ook een nieuwe groep: Pigpen, een kwartet met een lokale basgitarist, altsaxofonist en drummer. Halfrack, een cd met twintig minuten muziek, klinkt nèt iets heftiger en rockachtiger dan Horvitz' all starformatie The President, maar wordt als vanouds gedomineerd door zijn laidback synthesizer, die afwisselend wordt ingezet als een klassiek Hammondorgel, een bliepende Star Trekcomputer, of een rafelige fuzz-gitaar.

Pigpen herinnert aan het r & b-minimalisme van Booker T. & the MG's; sober en strak, maar met een futuristische tic. Net als Bill Frisell, met wie hij vaak samenwerkt, is Horvitz een koele estheet, die zelfs een finale vol psychedelische noise een vreemde verstilling meegeeft. EvdB

Magnifieke psalmen

en antifonen

uit Beieren

Psalmi et Cantica. Niederaltaicher Scholaren o.l.v. Konrad Ruhland. Sony Vivarte SK 53 977 (2 cd's: Fl. 29,95).

Het spectaculaire verkoopsucces van het dubbelalbum met heruitgaven uit het Benedictijner klooster van Santo Domingo de Silos (Canto Gregoriano, EMI) heeft ook anderen aangespoord tot activiteiten op dit terrein. De Nederlandse Klassieke Vakhandel komt deze week met een album vol religieuze koormuziek uit Bulgarije. Titel: Liturgy, gezongen door het 'Orthodox Ensemble' van Vivian Klochkov en opgenomen in de Nevsky-kathedraal van Sofia.

Omdat deze NKV-set nog niet was te beluisteren beperk ik me tot een andere midprice-uitgave: de cd-van-de-maand van Sony. Een magnifiek gezongen en opgenomen plaat met psalmen en gezangen uit de periode 1400-1600, afkomstig uit verschillende bronnen in Duitsland en Italië.

In totaal staan er 19 antifonen, psalmen en andere aan het Gregoriaans ontleende, meerstemmige gezangen op deze cd. Sommige met orgelbegeleiding. Dirigent Konrad Ruhland bewijst opnieuw dat hij een boeiend vakman is; zijn benadering is opmerkelijk levendig, op het vlotte af.

Alles wordt perfect maar allesbehalve steriel gezongen door de jeugdig ogende èn klinkende Niederaltaicher Scholaren uit Beieren. Wel iets anders dan die ingetogen, soms wat bibberige monniken uit Spanje.

Kodály: Laudes Organi, Missa Brevis. Nederlands Kamerkoor o.l.v. Uwe Gronostay met Edgar Krapp Globe GLO 5115.

Het Nederlands Kamerkoor gaat onverdroten voort met het op compact disc zetten van minder gangbaar koorrepertoire. Na recente uitgaven met werken van Liszt, Rheinberger, Mendelssohn, Haydn, Krenek en Wolf is dit keer Zoltán Kodály aan de beurt. Een van zijn laatste composities - Laudes Organi voor koor en orgel uit 1966 (hij overleed een jaar later) - wordt gecombineerd met de Missa Brevis voor dezelfde bezetting. Dit schitterende werk voltooide hij in 1942 en reviseerde hij twee jaar later danig.

Het Kamerkoor maakte de opnamen in de Berliner Dom, een kerk met een fraaie akoestiek die goed werd vastgelegd door de technici van Sender Freies Berlin (ook de KRO participeerde in dit project). Een co-produktie met Globe die tot de zoveelste geslaagde opname van het Amsterdamse koor leidde.

Dit Kodály-programma zal menigeen verrassen, door de kwaliteit van de werken èn het niveau van uitvoering. De bijdragen van organist Edgar Krapp hebben allure. Maar er komt nog meer: al opgenomen zijn Mozarts Krönungsmesse (met Brüggen), een koorwerk van Sofia Goebajdoelina (gedirigeerd door Reinbert de Leeuw) en het recent uitgevoerde Hindemith-programma met Uwe Gronostay, de artistiek directeur van het Nederlands Kamerkoor.

Telemann: 12 Fantasias plus 'commentaar'. Eleonore Pameijer. Attacca Babel 9478, distributie BVHaast.

De twaalf Fantasien voor fluit van Georg Philipp Telemann zijn heel wat interessanter dan de 36 Essercizii die hij voor klavecimbel schreef. Eleonore Pameijer kwam op het idee de aanzienlijk minder clichématige fluitsoli nog meer reliëf te geven door een aantal componisten om 'muzikaal commentaar' te vragen.

Vorig jaar bracht ze dit Telemann Plus-project voor het eerst in de concertzaal, waarbij ook deze opname werd gemaakt. Tussen de mopjes van Telemann door duiken Otto Ketting, Rob Zuidam, Guus Janssen, Misha Mengelberg, Jeff Hamburg, Theo Verbey, Ron Ford, Louis Andriessen (maar niet heus), Theo Loevendie en Robert Heppener op.

Sommige componisten hebben positief, anderen kritiekloos of rekkelijk en weer anderen met een houding van lichte afwijzing-hoewel-toch gereageerd. De 'commentaren' van Ketting, Zuidam, Hamburg en met name die van Loevendie en Heppener sluiten bijna naadloos aan op Telemann. Zuidam en Janssen zetten zich alleen af in hun titels: B'rockqueue en Bah Rock.

Mengelberg liet aan zijn opdrachtgeefster weten: 'Telemann Nee, Fantasie Ja.' Hij handelde echter met Ja-Nee. Hij wilde uiteindelijk niet meedoen en Pameijer moest zelf maar een keuze maken uit Weter Klok's Waardengang (schrille fluitsignalen van een geheel ander kaliber). Louis Andriessen maakte zich er op een andere manier van af: hij vindt dat de muziek van Telemann gevangen zit achter 'iron bars'. Als 'frivool' contrast koos hij daarom voor een chanson van Charles Trenet (Fermier Isidore), dat wordt afgedraaid op een oude platenspeler.

Eleonore Pameijer verdedigt haar project met verve. HH

null Beeld
Beeld
Meer over