PLATEN

is een aanwinst..

PETER VAN AMSTEL; HANS HEG; GERT VAN VEEN

Elke live-opname

van Kondrashin

Tsjaikovski (Suite 3), Rachmaninov (Symfonische dansen): Concertgebouworkest o.l.v. Kondrashin. Emergo Classics EC 3962-2 (midprice).

Vooruitlopend op het derde Kirill Kondrashin Concours, dat in augustus en september in Hilversum en Amsterdam plaatsvindt, komt Emergo met twee verrassingen uit het NOS-archief. Radio-opnamen uit 1974 en 1976 die voor het eerst op cd verschijnen. De Derde suite opus 55 van Tsjaikovski en de Symfonische dansen van Rachmaninov bieden mooie en zinnige aanvullingen op alles wat eerder van Kondrashins concerten bij Philips (uit Amsterdam) en Globe (uit Moskou) verscheen.

Zowel bij Tsjaikovski als in Rachmaninov geeft Kondrashin postuum opnieuw een paar lesjes in stijl, orkestcultuur en bevlogen musiceren. De nostalgische ondertoon die hij in het laatste orkestwerk van Rachmaninov aanbrengt is zo zuiver als goud. Een adembenemende uitvoering zonder enig vals sentiment. Inderdaad 'uniek', zoals Emergo adverteert.

Een vergelijking met opnamen van Jansons, Ashkenazy, Maazel, Ormandy of Previn leert al snel dat Kondrashin onovertroffen was in de Symfonische dansen. Vooral de strijkers van het Concertgebouworkest profileren zich buitengewoon plastisch en warmbloedig onder zijn leiding. Zoals je ze tegenwoordig nog maar zelden hoort.

Kondrashin was een man van de oude stempel die het vak tot in zijn vingertoppen beheerste. Behalve een meesterdirigent met autoriteit (zonder dirigeerstok!) was hij ook een hartstochtelijk muzikant. Tenminste als zijn hang naar perfectie hem niet in de weg stond. Kwaliteiten waar het Concertgebouworkest goed van heeft kunnen profiteren sinds hij daar zijn opwachting maakte in 1968.

Tot aan zijn plotselinge dood op 7 maart 1981 (hij overleed een paar uur na een matinee in het Concertgebouw aan een hartaanval, nadat hij op het laatste moment was ingevallen voor een collega) stond hij regelmatig voor het Amsterdamse orkest. Na zijn dramatische besluit in 1978 niet meer terug te keren naar de Sovjet-Unie was hij enige jaren vaste dirigent naast Haitink.

Dat was te kort om veel commerciële opnamen te kunnen maken. Vandaar dat iedere live-opname van Kondrashin welkom blijft. Ondanks het feit dat er wel eens kleine ongerechtigheden passeren, de vioolsolo in de Tsjaikovskisuite veel te wensen overlaat en het klankbeeld daar van een nogal onnatuurlijke echo is voorzien.

Mahler: Das Lied von der Erde. Moser, Lipvosek, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Solti. Decca 440 314-2.

De live-opname uit december 1992 van Das Lied von der Erde (waarin tapes van verschillende concerten werden gebruikt en ook correcties werden aangebracht) is van een totaal andere orde. Sir Georg Solti is een bekwame, maar geen bevlogen Mahler-dirigent. De diepgang en de spanning die Kondrashin tijdens veel concerten wist te creëren is ver te zoeken bij Solti: louter koud vuur. Alles klinkt correct en verantwoord maar oppervlakkig.

Ook het zo belangrijke aandeel van tenor Thomas Moser en mezzosopraan Marjana Lipvosek in deze zesdelige vocale symfonie weet nauwelijks het hart te verwarmen. Bepaald geen uitgave van historisch belang. De Amsterdamse Mahlers met Bernstein en eerdere opnamen van Das Lied von der Erde met Van Beinum, Jochum en Haitink horen meer thuis in deze categorie. Zeker die met zangers als Nan Merriman en Ernst Haefliger.

Uiteraard klinkt de recente Solti-opname beter en evenwichtiger dan die van Kondrashin uit de jaren zeventig. Maar ware grandeur en briljant orkestspel verloochenen zich niet. Bovendien is de Emergo-uitgave (tijdelijk) aantrekkelijk geprijsd en kan de actieve Kirill Kondrashin Stichting er ook van profiteren.

Strauss, Berg en Korngold: 23 liederen. Anne Sofie von Otter en Bengt Forsberg. DG 437 515-2.

De Zweedse mezzo Anne Sofie von Otter scoorde vorig jaar hoog met haar cd met liederen van Grieg (Deutsche Grammophon 437 521-2). Een muzikale voltreffer van grote klasse die niet alleen een Edison kreeg en door de lezers van Luister werd aangemerkt als 'CD van het jaar'. In Engeland werd dit Grieg-recital door de critici van de Gramophone uitgeroepen tot 'Record of the Year' en in België leverde het Von Otter de Caeciliaprijs op.

De verwachtingen over haar nieuwe recital-plaat met liederen van Richard Strauss, Alban Berg (Sieben frühe Lieder) en een aantal van de in 1957 overleden Erich Wolfgang Korngold waren dus hooggespannen. Misschien wel iets te hoog gespannen. Het superieure niveau dat Von Otter en haar vaste partner Bengt Forsberg (uitstekende pianist) met Grieg wisten te bereiken wordt niet altijd gehaald.

Anne Sofie von Otter blijft een begenadigde liederenzangeres, daar kunnen Marjana Lipvosek en de enorm gepushte Francaise Nathalie Stutzman niet aan tippen. De Zweedse heeft aanzienlijk meer te bieden dan een interessante stem: ze verstaat de kunst een rijk arsenaal aan stemmingen en kleuren te realiseren. Ze is intelligent, heeft een prachtige dictie en zingt met gevoel.

Toch is ze in het laatromantische Duitse repertoire kennelijk iets minder in haar element dan bij Grieg, die ze als liedcomponist volledig uit de salonsfeer haalde. Op de in Berlijn gemaakte opname valt weinig aan te merken. Alleen de klankmagie van haar gelauwerde Grieg-cd ontbreekt. HH

Raggende Manne

tussen knalrood

en witheet

De Raggende Manne: Zaad. Solid 527.5014.20

Het begon als een geintje: een groep die onder de naam Raggende Manne de Nederlandse popwereld onveilig maakte met een hoop geschreeuw en kabaal. Maar zes jaar, vier albums en een reeks singles (waaronder klassiekers als Nee's niks en Sneeuw begrepe!) later, blijkt de groep van zanger Bob Fosko nog altijd even leuk. Sterker nog: de Raggende Manne zijn uitgegroeid tot een van bijzonderste bands van de lage landen.

'Ragge is lucht geve aan woede, onmacht en frustratie', zoals ze het zelf omschrijven. En ragge kunnen ze nog steeds als de beste, deze vier Manne. De veertien korte, puntige songs op het vijfde album Zaad (samen zo'n dertig minuten), zijn nu eens scherp en snoeihard, dan weer bot en hakkerig, met als rode draad de stem van Fosko, die zich keer op keer de longen uit z'n lijf schreeuwt. Hij is cynisch en scherp, windt zich op over zo ongeveer alles waar je je over zou kunnen opwinden, ontvlamt in heftige woedeaanvallen ('het komt me m'n strot uit'), en scheldkannonades ('zo'n gele, gore, kutklem'), maar blijft op de een of andere manier altijd grappig.

Muzikaal is dit waarschijnlijk wel het veelzijdigste album van de groep. Versterkt met nieuwkomer Dick SchulteNordholt (basgitaar) tonen Fosko, gitarist Theo Slagter en drummer Palli Gudmundsson zich meesters in het verklanken van zo ongeveer alle kleuren van agressie, van knalrood tot witheet. Maar naast alle raggende punk, grunge, metal en hardrock, is er ook ruimte voor lichtere momenten, zoals in het jazzy Achterover, het carnavaleske Naar vore of in de cover van Willeke Alberti's Telkens weer, dat in Fosko's versie een melige Candlelight-smartlap wordt.

Zaad is ook bijzonder in zijn intelligente en poëtische teksten. Fosko bewijst dat de Nederlandse taal zich veel beter leent voor popmuziek dan algemeen wordt aangenomen. Het werk van de Raggende Manne steekt daarom ook met kop en schouders uit boven de houterige Sinterklaasrijmpjes van de meeste andere Nederlandstalige pop.

Sasha: The Quat Collection. Deconstruction 74321 19196 2.

Sasha is al een aantal jaren een van de populairste dj's van Engeland. Zijn stijl neigt meer naar de commerciële, vocale dansmuziek dan die van undergroundcollega's als David Holmes of Darren Emerson. Die voorkeur komt ook naar voren in zijn eigen produkties, zoals de recente remix van Womack & Womacks Secret Star, dat in zijn handen werd omgevormd tot een onweerstaanbare club-track.

Ook op The Quat Collection, zes nummers met een gezamenlijke speelduur van ruim een uur, toont Sasha zich van zijn beste kant. Zo is het op single verschenen Higher Ground, met zang van Sam Mollison, een gospelachtig nummer, dat sterk herinnert aan de begintijd van de house, de Amerikaanse vocale garage. Maar ook de overige vijf nummers zijn sterk, steeds even subtiel van vorm en altijd voorzien van de ratelende en tinkelende percussie-patronen, die Sasha's belangrijkste stijlkenmerk zijn geworden.

Lemon Sol: Environmental architecture. Guerilla GRCD014.

Het Engelse Lemon Sol is vooral bekend van een reeks sterke club-platen, maar op dit eerste album toont de groep een ander gezicht. De subtiele elektronische bouwwerkjes op Environmental architecture zijn verwant aan de muziek van het Warp-label uit Sheffield. Lemon Sol heeft goed geluisterd naar Black Dog (en naar Black Dog's voorbeeld: Derrick May). Dat maakt dat dit album, hoe fraai ook, toch te laag scoort in de categorieën originaliteit en eigenzinnigheid.

The Sandals: Rite to Silence. Opentoe 828 488 2.

Een groep die zich The Sandals noemt en platen maakt op het Open Toe-label: dat klinkt wel erg als een stel neohippies, zeker als een van de groepsleden ook nog dwarsfluit speelt. Misschien zijn ze inderdaad wel zo begonnen, verwijzingen naar het tijdperk van 'love & peace' waren in de vorige jaar verschenen remix van We wanna live ook volop aanwezig in de vorm van samples van het Woodstock-festival. Maar toch. Op Rite to Silence toont de Londense groep zich te veelzijdig om in een hokje geplaatst te kunnen worden. In de muziek op dit debuut-album versmelten diverse stijlen en stromingen die in Londen populair zijn, van acid jazz tot reggaedub, rap en dansmuziek. The Sandals manoevreren behendig tussen al deze genres, maar volgen daarbij steeds een heel eigen koers. De teksten zijn minder zweverig dan je zou verwachten: nummers als Feet (de single) schetsen een scherp beeld van de twijfel, angst en paranoia van het leven in een grote stad in crisistijd.

Various: La Collection. Fnac music 592306.

Het Franse Fnac-label maakte het afgelopen jaar naam met een reeks acidachtige uitgaven die sterk deden denken aan de begintijd van de house. Uit die opnamen is een keuze gemaakt voor de sterke dubbel-cd La Collection, die naast het meeslepende Acid eiffel (Choice), werk biedt van Frankrijks bekendste dj Laurent Garnier (Planet sex, Breathless) en een aantal fraaie 'mellow' tracks van producer Ludovic Navarre onder de naam Deepside. GvV

Global Celebration

reist in vier

uur de wereld rond

Global Celebration: Dancing with the gods (religious celebrations), Earth spirit (cycles of nature), Passages (turning points of life) en Gatherings (joyous festivals). Ellipsis Arts CD3231/2/3/4.

Hoesjes met tekeningen van wereldbolletjes, nu eens voorzien van vlindervleugels, dan weer als hart van een fantasieboom, of omringd door dansende poppetjes: de Amerikaanse cd-serie Global Celebration heeft onmiskenbaar een ecologische bijbedoeling. Muziek uit alle windstreken is op vier cd's bijeengebracht om de Rainforest Alliance te steunen. Een mooi streven dat een substantiële muzikale invulling heeft gekregen.

Dancing with the gods biedt religieuze muziek. De santeria-ritmen uit Cuba door Mongo Santamaria doen niet onder voor de gezongen koran-tekst van Ashiq Hasan uit Azerbeidzjan of voor de gospel I'm saved door Rev. James Cleveland en zijn Southern California Community Choir.

Ook de Egyptische zanger Hussein el Masry en zijn orkest prijkt op deze cd, Peru is met Inti Illimani vertegenwoordigd. Er klinkt prettig neuzelende muziek van slangenbezweerders in India en afgebeten zang van vogelspinhanteerders in Sicilië.

De cycles of nature worden bezworen door Hopi-indianen in een monotone dreun, terwijl Fred Finn, live opgenomen in Chieftain Matt Molloy's Pub in Ierland, het met de vrolijke dansmuziek van een reel doet. Een sprankelend duet op twee valiha's (met stalen snaren bespannen bamboe buizen uit Madagascar) gaat kennelijk ook over de natuur.

En wat speelt Uncle John eigenlijk op zijn Hongaarse doedelzak? Waarover zingt vallenato-accordeonist Alfredo Gutiérrez precies? Helaas, een behoorlijke toelichting ontbreekt in deze uitgaven.

De Egyptische orkestleider Ali Hassan Kuban brengt een opzwepend huwelijkslied op de cd Passages, in Zanzibar gaat een trouwerij er wat rustiger aan toe volgens zanger Zuhura Swaleh. Bij het Finoegrische lied Seelinnikoi door het vrolijk gebekte vocaal ensemble Värtinnä uit Finland is het weer raden naar de betekenis, maar M'Mah Sylla en Sona Diabaté uit Guinée maken dat goed. Zij zingen een besnijdenislied, op sublieme wijze begeleid door xylofoons, spaarzame fluiten, saxen en gitaar. Zo'n nummer doet vragen vervagen.

Gatherings, een verzameling vrolijke feesten, bevat traditionele muziek van Mil-Quinhento uit Mozambique naast popmuziek van Mahlatini & the Mahotella Queens uit Zuid-Afrika; een breekbaar welkomstlied van de CookEilanden naast heftige zouk, dansmuziek uit Martinique.

In bijna vier uur komen op de cd's vierenvijftig belangwekkende muziekstijlen langs. De opnamen zijn afkomstig van cd's die eerder verschenen bij gerenommeerde labels (waar keurig naar wordt verwezen) die gewoonlijk wèl uitvoerige documentatie toevoegen. Maar die weer niet zo'n handzaam wereldwijd klankbeeld bieden.

Ali Farka Touré met Ry Cooder: Talking Timbuktu. World Circuit WCD 040.

De gitaristen Ali Farka Touré en Ry Cooder ontmoetten elkaar in 1992 in Londen. Ruim een jaar later, september vorig jaar, maakten zij samen in drie dagen deze pracht-cd. Cooder speelt onder meer cumbus, een Turks snaarinstrument met een metalen ketel als klankkast, elektrische gitaren en mbira, de Afrikaanse duimpiano. Touré speelt gitaar, strijkt op de njarka en zingt.

De muziek is sober, het harmonische schema blijft beperkt tot twee akkoorden. Als Touré zingt begeleidt hij zichzelf met zijn favoriete metalige gitaargeluid, ondersteund door een behoedzaam musicerende Cooder en wat lichte percussie. In Sega en Banga speelt Touré de hese njarka, twee stille nummers met naast het strijkinstrument alleen een tikkende kalebas en een stel conga's.

Gestreken snaren doen het ook goed in Ai du, daar voert Clarence 'Gatemouth' Brown de strijkstok. Hij krast nu eens venijnig, haalt dan weer klagend uit, wordt even later treffend gemiteerd door Cooder op de slide guitar. Hier zijn bas en drums toegevoegd, Touré zingt er ontspannen bij. Dit nummer alleen al rechtvaardigt deze plaat.

Het gevaar dreigt, door het karige akkoordenschema en de omzichtige speelstijl, dat Talking Timbuktu na een eerste, oppervlakkige kennismaking terzijde wordt gelegd. Dat zou jammer zijn. Dit is een cd die om wat extra aandacht vraagt, maar gaandeweg steeds meer van zijn schoonheid prijsgeeft. PvA

Meer over