PLATEN: POP

'Orbus terrarum'..

GERT VAN VEEN

haalt the Orb uit

creatieve impasse

The Orb: Orbus terrarum. Island CIDX 803 524 099-2.

Vorig jaar was The Orb afsluiter van het Pinkpop-festival, waarmee de Engelse pioniers van het ambient-genre eindelijk ook in Nederland doorbraken naar een groter publiek. De successen van de live-Orb (ook al van de partij op het Woodstock-festival) vielen nogal ongelukkig samen met de plaat-produktie van de groep van Alex Paterson, die al geruime tijd in een creatieve impasse verkeerde.

Na een overbodige live dubbel-cd (die de bijzondere sfeer van de Orb-concerten op geen enkele manier wist te vangen) en een geforceerd 'experimenteel' album (Pomme fritz) zit Paterson met Orbus terrarum eindelijk weer op het goede spoor. De vreemde soundscapes waarmee The Orb naam maakte (en een heel legioen navolgers inspireerde), vinden hun vervolg op dit album: een abstracte collage van klanken, ritmen, stem-samples, zweverige synthesizers en echo-effecten, die op de typerende Orb-manier zijn gerangschikt.

Een zelfde omschrijving was natuurlijk ook van toepassing op de laatste twee platen, maar deze keer laat Paterson zich minder verleiden tot muzikaal gefreak, terwijl hij de tracks heeft voorzien van een duidelijke structuur. Dat maakt dit album een beduidend prettiger luisterervaring dan de voorganger Pomme fritz.

In mei is The Orb opnieuw in Nederland voor concerten.

Gene: Olympian. Polydor 52446-2.

De Engelse pop-pers kiest elk jaar een nieuw lievelingetje, dat eerst de hemel in wordt geschreven en later vaak met evenveel energie weer naar beneden wordt gehaald. Het enthousiasme waarmee Gene nu naar voren wordt geschoven, moet dan ook met een flinke korrel zout genomen worden.

De groep rond zanger Martin Rossiter schrijft aardige liedjes, dat valt niet te ontkennen. Het debuutalbum Olympian staat er vol mee, al drijft de groep wel erg zwaar op de Smiths-sound. Die is in detail gekopieerd, van het rinkelende gitaargeluid van Steve Mason tot de licht pathetische zangstijl van Rossiter. Ze zouden hoge ogen gooien in een Morrissey-imitatie-wedstrijd. Zonde.

Nemo: Popmusics. Brinkman BRCD 029.

Flophouse: upside down. Brinkman BRCD 032.

Dump: I can hear music. Brinkman BRCD 029.

Het Belgische trio Nemo is, na Bettie Serveert, de bekendste groep van het Brinkman-label. Popmusics, de opvolger van de debuut-cd Nemo, bevat opnieuw een innemende collectie ongepolijste gitaarliedjes, waarin de groep de traditie van Jonathan Richman (in Popmusic) en Velvet Underground (in Night of the september fair) op eigen wijze verder voert. In het snoeiharde Gravedigger laat de groep zich even van een heel andere kant horen, totdat het nummer ontaardt in een friemelende jazzy jam. Grappig.

Eveneens op Brinkman verscheen de dubbel-cd I can hear music van Dump, alias James McNew, een singer-songwriter in die typische Amerikaanse underground-traditie, die goedkope lo-fi (huiskamer-opnamen en cassette-tapes) tot stijlvorm heeft verheven. De tweede cd bevat opnamen die in Holland werden gemaakt ten tijde van het Nijmeegse Fast Forward-festival van 1994. In negen nummers (waaronder de sobere Beach Boys-cover I can hear music) wordt McNew bijgestaan door vrienden en collega's als Joost Visser, en Herman Bunskoeke en Berend Dubbe van Bettie Serveert, ondermeer in de gitaarjam 8 km high.

Bunskoeke en Dubbe zijn ook te horen op Upside down van het uit San Francisco afkomstige trio Flophouse. Vergeleken bij de vrijblijvende sfeer van de Dump-opnamen, klinkt Flophouse strakker en scherper. De mini-cd met zeven nummers werd opgenomen in Nederland, met producers Frans Hagenaars en Herman Bunskoeke, die de heldere pop-rock van Flophouse strak, maar niet te gepolijst hebben vastgelegd.

Los Lobos: Papa's dream. Music for little people. 9 42562-2.

John Lee Hooker: Chill out. Virgin VPBCD 22.

John Mayall & The Bluesbreakers: Spinning coin. Silvertone 01241 41541 2.

Roots-muziek. Los Lobos maakt een aardig tussendoortje voor een label dat zich specialiseert in kinderplaten: de muzikale omlijsting voor een sprookje (Papa's dream), verteld door Lalo Guerrero. In de Europese versie van de plaat is de vertelstem weggelaten. Wat overblijft is een cd waarop Los Lobos zich met veel plezier stort op klassiekers als La bamba en Woolly bully (sprekend het origineel) en een reeks Spaanstalige traditionals. Zoals altijd bij Los Lobos van een degelijke kwaliteit.

John Lee Hooker staat met de cd Chill out (verschenen op Virgin) in de Engelse top 50, waarmee de 75-jarige blues-zanger waarschijnlijk wel de oudste ster in de hitlijsten is. Het titelnummer (met Carlos Santana) is een fraaie soul-blues, die helaas wordt ontsierd door een lelijk moderne synthesizer-bijdrage van Chester Thompson. Het is het commerciële lokkertje voor deze cd, waarop Hooker zich verder beperkt tot onversneden blues en boogie.

Ook John Mayall is inmiddels toegetreden tot de categorie oude blues-zangers. Maar net als Hooker maakt de inmiddels grijs geworden Brit nog steeds platen die de moeite waard zijn. Spinning coin, uitgebracht op het Silvertone-label, is een uitgebalanceerde plaat, waarop Mayall en zijn nieuwe Bluesbreakers het bluesrepertoire uitbreiden met een paar sterke songs, die opvallen door hun inventieve arrangementen. GvV

Meer over