PLATEN: POP

abstracte techno en..

GERT VAN VEEN

Grensgebied tussen

traditionele song

Underworld: Second Toughest in the Infants. Junior Boys Own 74321345092.

Twee door de wol geverfde muzikanten die al een hele carrière achter de rug hadden voordat ze house en techno ontdekten, bundelden de krachten met een jonge dj, die wist wat er leefde in de clubs. De opzet waarmee Underworld zich in 1993 presenteerde was een geslaagde poging van muzikanten van de jaren-tachtig-generatie om aansluiting te vinden bij de nieuwe dansmuziek.

Zanger-gitarist Karl Hyde en toetsenist Rick Smith hadden al twee Underworld-albums op hun naam staan, toen ze met dj Darren Emerson een nieuwe fase in hun carrière inluidden. Vanaf Skyscraper I Love You en Rez was het met elke volgende single prijs, terwijl de groep zich al snel ontpopte als een van de allerbeste elektronische live-bands, zoals ze onder meer bewees op het Lowlands-festival. (Dit jaar is het trio afsluiter op het Pinkpop-festival).

Twee jaar heeft Underworld gedaan over de opvolger van het succesvolle derde album, Dubnobasswithmyheadman. Sindsdien heeft zich alweer een volgende generatie aangediend, aangevoerd door groepen als The Chemical Brothers. Maar met Second Toughest in the Infants, voorzien van een even raadselachtige titel als de voorganger, laten Smith, Hyde en Emerson de concurrentie opnieuw achter zich. De dwingende puls van de live-Underworld is fraai vertaald in een collage van acht lange stukken, die met de flitsende opener Juanita meteen met de deur in huis valt. Hard en stuwend, maar gelijktijdig helder en warm van sound verkennen de songs het grensgebied tussen de abstracte techno en de traditionele popsong.

Het pakt nog beter uit dan op de voorganger. Hyde's stem en gitaar zijn prominent aanwezig - meer nog dan voorheen -, zijn op de cut-up-techniek en het kubisme geïnspireerde teksten mengen zich heel natuurlijk met de opzwepende dansritmes. Daarbij heeft de groep de nieuwste kleuren van de huidige dansmuziek - met name de 'drum & bass' van de jungle - weten te integreren in de eigen stijl, zonder ook maar iets van de herkenbare Underworld-sound te hebben verloren.

De Nederlandse editie van dit album bevat een extra cd met Born Slippy en Rez, die totnutoe alleen als single verkrijgbaar waren.

Sting: Mercury Falling. A & M records. 540 486 2.

Sinds Sting na het uiteenvallen van zijn groep The Police solo verder ging, is hij muzikaal steeds verder afgedwaald van de korte, puntige popliedjes waar hij mee bekend werd. Met name zijn laatste twee solo-albums, The Soul Cages en Ten Summoner's Tales, gingen mank aan pompeuze arrangementen en een pretentieuze toon, die een deel van zijn oude publiek geschrokken deed afhaken.

Voor ieder die zich afvroeg of het ooit nog goed zou komen met de Engelse zanger-componist is Mercury Falling op zijn minst goed nieuws. De bombast blijft ditmaal binnen de perken, terwijl Sting zich weer richt op zijn grootste talent: het schrijven van pakkende popsongs. Voor de invulling en arrangementen liet hij zich inspireren door de meest uiteenlopende stijlen, van gospel tot Engelse folk, jazz en soul (bijgestaan door de befaamde blazerssectie The Memphis Horns).

Ondanks al die verschillende invalshoeken loopt er een rode draad door het album: de degelijke kwaliteit van het songmateriaal, dat - voorzichtig - doet uitzien naar Stings komende concerten, dit weekend in Paradiso in Amsterdam.

Various: The '96 Brit Awards. Columbia 483873 2.

Various: 1996 Grammy Nominees. Sony Music 483855 2.

Twee verzamelalbums die duidelijk maken hoe ver de muzikale smaak van het Engelse en Amerikaanse poppubliek uit elkaar zijn gegroeid. 1996 Grammy Nominees bevat een selectie van de nominaties voor de Amerikaanse Grammy-onderscheiding, met onder meer Mariah Carey, Michael Jackson, All For One en Brandy. Het zijn stuk voor stuk produkties die klinken als een klok, maar de gladde, opgepoetste vorm wint het bijna steeds van de inhoud (een enkele uitzondering als Alanis Morisette daargelaten).

Rapper Coolio, wiens op een oude Stevie Wonder-hit gebaseerde Gangsta's Paradise een wereldhit werd, is de enige muzikant die ook terug te vinden is op de Brit Awards-plaat. De Engelse prijsuitreiking (waarbij Oasis als grote winnaar uit de bus kwam) stond dit jaar grotendeels in het teken van de nieuwe generatie Britpop-bands, wier muziek voor een belangrijk deel is geïnspireerd op de sixties-pop. Tussen al die jonge, energieke nieuwe bands (Oasis, Blur, Supergrass, Radiohead) lijkt iemand als David Bowie (vertegenwoordigd met Strangers When We Meet) een vreemde eend in de bijt, maar hij ontving ook een heel ander soort prijs dan al die jonge bandjes, namelijk een voor zijn complete oeuvre.

Hoewel de Brit Awards-plaat meer bijzondere tracks bevat dan zijn Amerikaanse tegenhanger, blijft het toch een album dat te veel richtingen uitwaaiert. Alleen interessant voor diegenen die de muzikale ontwikkelingen van het laatste jaar gemist hebben en zich even snel willen inluisteren in wat er zoal populair is in Engeland. GvV

Meer over