PLATEN: Klassiek;

Tsjaikovski. Moesorgski. Münchner Philharmoniker o.l.v. Sergiu Celibidache. EMI 56516...

'Celi' is opnieuw kampioen van de afzonderlijke noot

Niets blijkt onmogelijk: de dirigent Sergiu Celibidache, wiens imago met een mythisch aura was omringd omdat hij de cd ontliep zoals de duivel het wijwater, is een jaar na zijn dood het middelpunt geworden van een lijvige cd-uitgave. Een plaatmonument in elf onderdelen. Het verschijnt volgende week, in losse afleveringen en in een verzameldoos. Een 'introductie-cd' met werk van Tsjaikovski en Moesorgski is de invasie al voorafgegaan.

De dirigent die geen microfoon kon zien, en de platenwereld omschreef als een handel in 'geluidgevende pannenkoeken': zijn gegroefde kop siert nu de boekjes van een box die EMI Classics nota bene een first authorised edition noemt.

Hoe hebben ze dát bekokstoofd met Celibidache, die bij zijn leven een legende werd omdat hij - afgezien van een paar video's en handjevol oude platen - alleen in de concertzaal kon worden gehoord, met zijn Münchner Philharmoniker? En waar komen die opnamen ineens vandaan?

'Celi' blijkt zichzelf te hebben gebootlegd. Hij vond dat muziek alleen kon worden ervaren, liever gezegd erlebt, in een tweerichtingverkeer van musicus en luisteraar. Maar hij gedoogde dat zijn orkest een archief aanlegde van geluidsbanden die meeliepen met zijn concerten in de Münchense Tonhalle. In achttien jaar stapelden zich ruim tweehonderd vertolkingen op. Vaak in veelvoud, omdat bij elk concert een band meeliep.

EMI heeft er in samenspraak met de erven-Celibidache een keus uit gemaakt. De 'autorisering' is waterdicht, althans in juridisch opzicht: de weduwe en de zoon van de dirigent gaven hun fiat. Met EMI willen ze 'de piraten die de markt elke dag meer en meer bestoken met inferieure Celibidache-opnamen' het gras voor de voeten wegmaaien.

Celi vond luisteren naar een plaat hetzelfde als naar bed gaan met een foto. Maar hoe sterk het medium is blijkt nu, nu zelfs dit woord zich tegen hem keert. Ook de zoon vindt cd's niet meer dan een foto. 'Verminkte realiteit.' Maar 'zoals foto's van mijn vader mij dichter bij mijn vader brengen, zo zal een cd ons dichter bij zijn muziek brengen', schrijft junior in het boekje bij de eerste cd - een combinatie van Tsjaikovski's Romeo en Julia en Moesorgski's Schilderijen van een tentoonstelling. De opbrengst gaat naar goede doelen.

Om het orakel te vriend te houden, is op het boekje het shou-teken afgedrukt, het Chinese symbool voor lang of eeuwig leven. Aan de opnamen van Celibidache, wiens visies op de 'vrije loop' die de muziek moet hebben in het teken stonden van het zen-boeddhisme, is volgens EMI niets veranderd. Er is niet geknipt en ge-edit. Onregelmatigheden in het orkest, voor zover ze al werden begaan bij de compromisloze Celibidache, zijn niet gerepareerd.

Het resultaat is ernaar. De kampioen van het langzame tempo, die de onwrikbare mening uitdroeg dat een vertolker de muzikale hartslag en ademsnelheid moet aanpassen aan de 'rijkdom' van de muziek (hoe rijker, hoe langzamer), blijkt ook weer een kampioen van de afzonderlijke noot.

Elke Noot doet zijn Intrede. Een bastoon of bekkenslag kan zo rauw of gepolijst niet zijn, of ze vormt een eigen hoofdstuk in de grotere vertelling. Die nadruk kan de toehoorder verpletteren (zoals bij het grofgeborstelde Gnomus-portret in de Schilderijententoonstelling). Ze kan een karikatuur opleveren (de kuikendans is meer een kalkoenenmars), irriteren (wandeling wordt processie) of duizelig maken (vertraagde bliksemschichten in Romeo en Julia). Het is niet per definitie: hoe langzamer, hoe rijker. Maar 'Celi' staat er zoals hij was.

Waarom de Celibox Bartók en Haydn zal bevatten, en Mozart, Beethoven, Debussy, Ravel, Schumann, Wagner; maar niet de Celi aan het hart gebakken Bruckner ('de grootste symfonicus uit de geschiedenis'), dat blijft nog even een mysterie.

Poulenc e.a., door Emmanuel Pahud (fluit) en Eric Le Sage (piano). EMI 56488.

De Zwitserse fluitist Emmanuel Pahud, die negen jaar geleden na een weinig opvallend optreden een tweede prijs in de wacht sleepte bij het Internationaal Muziekconcours in Scheveningen, heeft intrigerende vorderingen gemaakt. Pahud is eerste fluitist van de Berliner Philharmoniker; trad vorige week met dat orkest op in Amsterdam; gaf daags tevoren een visitekaartje af met een recital in de Kleine Zaal. Hij blijkt net een soloplaat te hebben gemaakt met Frans werk (naast Poulenc en Dutilleux onder meer Messiaen en Jolivet), waarin hij staaltjes geeft van een gerijpt vertolkerschap. Parijse fluitschool op z'n best: zijn spel is vrij van smetten, de toonvorming is delicaat op het gelikte af, maar de vertolking levert steeds subtiele verrassingen op.

De Nederlander Jacques Zoon, die in hetzelfde concours derde werd na een veel persoonlijker gekleurd optreden, nam vorig jaar toevallig hetzelfde repertoire op van Poulenc, Dutilleux, Messiaen en Jolivet. De concurrenten blijken aan elkaar gewaagd, zonder naar elkaar te zijn toegegroeid.

Roland de Beer

Meer over