PLATEN: JAZZ

Joe Henderson..

vecht tegen

de slaperigheid

Joe Henderson: Double Rainbow - The Music of Antonio Carlos Jobim. Verve 527 222-2.

Joe Henderson with the Wynton Kelly Trio: Four! Verve 523 657-2.

Tenorsaxofonist Joe Henderson (1937) heeft zich op latere leeftijd ontpopt tot een geluksvogel. In de vroege jaren zestig onderscheidde hij zich nauwelijks van generatiegenoten als Clifford Jordan en Junior Cook, verdienstelijke B-tenoristen die niet konden hopen ooit de faam van Dexter Gordon of Johnny Griffin, laat staan de reuzenstatus van Sonny Rollins en John Coltrane te evenaren.

Mede dank zij de inspanningen van het platenlabel Verve heeft Henderson in de jaren negentig toch nog de positie van jazz-vedette verworven. Zijn thematische albums met de muziek van Billy Strayhorn en Miles Davis behoren tot de meest geprezen cd's van de laatste jaren.

Als derde in de reeks is er nu Double Rainbow, gewijd aan de composities van de Braziliaan Antonio Carlos Jobim. Het was de bedoeling dat Jobim zelf in de helft van de vertolkingen mee zou spelen. Vorig jaar april tijdens het jubileumconcert ter ere van vijftig jaar Jazz at the Philharmonic in New York traden Jobim en Henderson ook al samen op.

De ziekte waaraan Jobim in december 1994 zou overlijden, maakte het hem onmogelijk in november mee te werken aan de opname van de cd. Hij werd in het 'Braziliaanse' deel van het repertoire vervangen door pianiste Eliane Elias. Daarnaast vertolkt Henderson zeven Jobim-composities in meer jazzmatige stijl, begeleid door een ritmesectie van hoog kaliber: pianist Herbie Hancock, bassist Christian McBride en drummer Jack DeJohnette.

Alle inspanningen en investeringen ten spijt, is het muzikale resultaat niet erg overtuigend. Joe Hendersons spel straalt weinig autoriteit uit en maakt soms bijna een onhandige indruk. De ijle glans van zijn Miles-hommage So Near, So Far heeft hier plaats gemaakt voor een raadselachtig iel geluid. De ijverige steun van Hancock, McBride en DeJohnette kan dat niet verhelpen.

Behalve nieuwe produkties brengt Verve ook oudere vertolkingen van Joe Henderson op de markt. De cd Four! is onderdeel van de serie Verve Discoveries, waarin niet eerder uitgebracht historisch materiaal verschijnt. Beluistering van deze sessie uit april 1968 maakt begrijpelijk dat destijds werd besloten de opnamen voorlopig op de plank te leggen.

Henderson wordt weliswaar begeleid door de fameuze voormalige ritmesectie van Miles Davis (pianist Wynton Kelly, bassist Paul Chambers, drummer Jimmy Cobb), maar dit geheel onvoorbereide concert bij de Left Bank Jazz Society in Baltimore komt moeizaam op gang. Bovendien is de piano van middelmatig kaliber en laat de opnamekwaliteit te wensen over. De cd is voornamelijk interessant als didactisch document: hoe vier jazzmuzikanten op een te vroege zondagmiddag proberen hun slaperigheid weg te spelen.

Stan Getz: Nobody Else but Me. Verve 521 660-2.

Bob Brookmeyer and Friends. Columbia 477630 2.

De grootmeester van de jazz in Braziliaanse trant was natuurlijk tenorist Stan Getz (1927-1991). Maar zelfs op het hoogtepunt van de bossa nova-rage, in maart 1964, had hij zich niet geheel los gemaakt van de onversneden jazz, blijkens de Verve Discoveries-cd Nobody Else but Me.

In dit geval lagen waarschijnlijk geen artistieke, maar commerciële motieven ten grondslag aan de beslissing de opnamen niet meteen uit te brengen. Waarom zouden we de bossa nova-fans in verwarring brengen met jazzvertolkingen, zal producer Creed Taylor in 1964 hebben geredeneerd.

Deze sessie is de vroegste documentatie van de samenwerking tussen Getz en de toen 21-jarige vibrafonist Gary Burton. In diverse interviews heeft Burton boeiend verslag gedaan van de wrijving waarmee dat gepaard ging. 'Ik beschouwde hem als een soort has been jazzvogel uit de jaren vijftig, die een come-back had gemaakt met bossa nova-muziek die ik ook niet erg hip vond. We hadden twee weken lang de pest aan elkaar, maar toen begon ik zijn spel in een ander licht te horen.

'Hij speelde half zo weinig noten als ik, en half zo weinig chorussen, maar hij wist het publiek compleet te betoveren. Ik begon te denken: wacht eens even, die man doet iets dat mij ontgaat. Soms speelde hij niet meer dan de melodie van een stuk - hij improviseerde zelfs nauwelijks, en nog domineerde hij de vertolking. Ik speelde miljoenen noten, maar hij was degene die communiceerde.'

Uit de kwartetstukken op Nobody Else but Me spreekt niet alleen het melodisch meesterschap van Stan Getz. Als de tenorist zich even schrap zet, zoals in What Is This Thing Called Love, schept hij behalve pure schoonheid ook pure opwinding. Gary Burton klinkt bij vlagen nog wat popperig.

Twee maanden na deze sessie werkten Getz en Burton beiden mee aan het Columbia-album Bob Brookmeyer and Friends. De ventieltrombonist die in de jaren vijftig deel uitmaakte van het Stan Getz-kwintet, heeft zich hier verder omringd met pianist Herbie Hancock, bassist Ron Carter en drummer Elvin Jones.

De spontane samenwerking van grote namen levert in dit geval fraaie resultaten op. In het spel van Brookmeyer wisselen beheersing en boertige expressiviteit elkaar af. Getz bewijst zich, enigszins tegen zijn gewoonte, als loyaal teamspeler. En Elvin Jones, destijds befaamd als de onstuitbare drummer van John Coltrane, begeleidt met onverwachte subtiliteit. BV

Meer over