PLATEN: COUNTRY

Dale Watson zingt over outsiders en onderknuppels..

Dale Watson: I hate these songs. Hightone HCD 8082.

Hij ziet er uit als een rocker uit de jaren vijftig, maar de schijn bedriegt. Dale Watson is zo country als maar kan. Sterker: hij ziet zichzelf als een van de laatste schatbewaarders van de echte countrytraditie, de erfenis die via George Jones, Lefty Frizell, Merle Haggard en dezulken tot ons gekomen is en die door alle Garth Brooks-achtigen van Nashville te schande wordt gemaakt.

Vanuit Austin, Texas bestookt Watson de wereld met country zoals die vroeger klonk: een glashelder geluid met een prominente rol voor de steelgitaar, en teksten over juist die onderknuppels en outsiders waaraan ze in Nashville zo'n hekel hebben. Watson zingt die liedjes met net dat beetje pathos dat ooit onlosmakelijk met het genre verbonden was, maar nu gedateerd aandoet. Dat is dan ook het enige bezwaar tegen I hate these songs (zijn derde cd in twee jaar), dat staaltjes van voorbeeldige songschrijfkunst bevat.

Mike Henderson: Edge of night. Dead Reckoning. DR 0004 2.

Red Rivers: Hillbilly Heart. Demon Records. FIENDCD 795.

Mike Henderson knipoogt met zijn linkeroog naar bluesman Muddy Waters en met het rechter naar Bill Monroe, grondlegger van de bluegrass. Hij hoort tot het zeldzame slag muzikanten dat beide stijlen geloofwaardig weet te combineren. Vorig jaar maakte hij met zijn groep The Bluebloods nog een bluesalbum dat veel bijval kreeg: First Blood. Dit keer meldt hij zich in zijn eentje, en met een hoed op: Edge of night is country met stalen neuzen en soms John Hiatt-achtige melodieën.

Hendersons kwaliteiten als zanger en vooral als gitarist komen hier veel beter tot hun recht dan op zijn bluesplaat. Hij ontpopt zich als een stevig rockende countryman, die met beurtelings zwiepend en hoekig gitaarspel al z'n nummers ruim boven de middelmaat uittilt.

Ook Red Rivers neemt in de elf nummers van Hillbilly Heart amper gas terug. Zijn muziek balanceert op de grens van country en rock, en wordt gedragen door een prachtig heldere twang-gitaar en een stem die scherp is, maar zacht kan zijn als het lied dat - zoals in In the End - vereist.

Mary Black: Shine. Grapevine GRACD015.

Dat Mary Black op de hoes van Shine een zonnebril draagt, is voor haar doen tamelijk gewaagd. Ze is de zingende essentie van Ierland. En bij die rol, die ze al zo'n vijftien jaar met verve vervult, hoort geen poespas.

Die zonnebril is het signaal dat Shine anders is dan de voorgangers. Haar oer-Ierse producer Ceclan Sinnott ruilde ze in voor de Amerikaan Larry Klein, die eerder Tina Turner en Joni Mitchell vastlegde. Shine klinkt gelikter dan wat ze tot op heden maakte. Maar dat geoliede geluid misstaat haar niet. Mary Black heeft een stem om stormen mee te doorstaan, Klein brengt haar zang min of meer tot bedaren, geeft haar in dit midtempo- repertoire een omgeving die aan een soort wereldstandaard voldoet, terwijl whistle en fiddle toch een link met Ierland suggereren. In september treedt ze op in Nederland.

Utah Phillips/Ani DiFranco: The past didn't go anywhere. Righteous Babe Records/Zomba. COOKCD 124.

Utah Phillips is een linkse veteraan die met zijn witte baard zo uit een Vietnam-demonstratie lijkt weggestapt. Hij is een folkzanger van het oude slag, een man die nog geregeld het welhaast in onbruik geraakte woord anarchist in de mond neemt, en nog gelooft dat de wereld kan worden verdeeld in goed en kwaad, ongeveer langs dezelfde scheidslijn als arm en rijk.

Die 61-jarige vitale legende wordt nu door Ani DiFranco, een 26-jarige muzikante uit Austin, Texas, zonder pijn of moeite het eind van de twintigste eeuw binnengeloodst. DiFranco voorzag een aantal van de verhalen die Utah Phillips tijdens zijn optredens vertelt, van een muzikale omgeving. Ze gaf zijn woorden een achtergrond van gitaren, toetsen en gesampelde geluiden, en bewerkte de stem zodat de oude bard soms als een rapper klinkt en dan weer als een beatpoet. De op bezwerende toon vertelde verhalen over malafide politici en helden die het niet verdienen vereerd te worden klinken op slag weer actueel. Phillips en DiFranco komen wellicht in september naar het Crossing Border Festival in Den Haag.

Chris Thile: Stealing Second. Sugar Hill. SHCD 3863.

In de country duiken zo nu en dan kindsterretjes op. Zangeres LeAnn Rimes is het laatste Jantje Smid van Amerika. Ook Chris Thile moet het vooralsnog vooral van z'n leeftijd moet hebben: zestien jaren jong, en dan al mandoline spelen als de beste. Op de hoes staat hij afgebeeld als vriendelijk jochie met een kapsel zoals je dat hier in het hele land vergeefs zal zoeken. Aardig aan Stealing second is dat hij alle veertien instrumentals zelf schreef. Nog aardiger is dat twee ervan op Star Wars zijn geïnspireerd. Dat hoor je er overigens niet aan af.

Ariejan Korteweg

Meer over