PLATEN: COUNTRY

Steve Earle eert Bill Monroe met bonkende bluegrass..

ARIEJAN KORTEWEG

Steve Earle and the Del McCoury Band: The Mountain. Grapevine GRACD 252.

Bill Monroe was bij leven een rondborstige southern gentleman in wit pak en bijpassende hoed, met vast en zeker voor iedereen die hem aanstond een welgemeende klap op de schouder. Country-lastpak Steve Earle lijkt - afgezien van de rondborstigheid - in elk opzicht het tegendeel. Toch worden de twintig minuten die ze in december 1995 het podium deelden, door Earle gekoesterd. 'It was the biggest thrill of my life', schrijft hij in het cd-boekje bij The Mountain, de plaat die hij maakte met The Del McCoury Band, frontsoldaten in het genre dat door Monroe eigenhandig werd uitgevonden: bluegrass.

Als Earle vermoedt dat een paar nummers Monroe minder zouden bevallen ('That there ain't no part of nothin'), doelt hij wellicht op het slot van Carrie Brown, een fade-out waarvoor een bluegrass-purist de neus ophaalt, of op het al te melancholieke I'm still in love with you. Maar de cd als geheel zou Monroe een instemmend gebrom ontlokken ('Why that's a fine number'). Eindelijk weer eens iemand die zich niet verliest in instrumentale hoogstandjes, maar de geest van de bluegrass het vuur aan de schenen legt.

The Mountain is een puur akoestische plaat. Earle heeft de luchtbanden weer eens verruild voor eerlijke houten wielen, zijn muziek gaat er prettig van schudden en bonken. En voor de intensiteit maakt het niets uit. Vader en zonen McCoury opereren op de ruwe vlakten van de bluegrass, zeg maar aan de andere kant van het weiland waar Alison Krauss staat. Hun ruige instrumentatie vormt een perfecte omgeving voor de stem van Earle. Bill Monroe kan tevreden zijn.

Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Dolly Parton: Trio II. Asylum 7559-62275-2.

Trio, de cd uit 1987 waarop Emmylou Harris, Linda Ronstadt en Dolly Parton hun stemmen vervlochten, behoort tot het mooiste wat de country aan damesvocalen heeft opgeleverd. De smartelijke Emmylou, kindvrouwtje Dolly en kameleontische Linda klonken alsof ze op een onbewaakt moment langs Petrus bij de grote poort waren geglipt, niet naar binnen, maar naar buiten, om met hun liedjes het aardse tranendal te verlichten.

Sindsdien zijn de speculaties over een opvolger niet van de lucht geweest. In 1993 verscheen een soort vervolg, Honky Tonk Angels, waar Dolly Parton schouder aan schouder zong met Tammy Wynette en Loretta Lynn. Ook mooi, maar de verfijning van Trio had het niet.

Ineens is er dan toch Trio II. Andermaal geproduceerd door George Massenburg, andermaal opgenomen in Californië, ver van Nashville, en andermaal een toonbeeld van goede smaak en zorgvuldigheid. De tien liedjes zijn op een oude Partonsong na van heinde en verre bijeen gesprokkeld. Opmerkelijk is een zoetgevooisde versie van Neil Youngs After the Gold Rush en een liefdevolle bewerking van Lover's Return van The Carter Family. Alsof de tijd twaalf jaar heeft stilgestaan.

Cesar Rosas: Soul Disguise. Rykodisc RCD 10459.

Gitarist Cesar Rosas is niet het meest avontuurlijke bandlid van Los Lobos. Wie de poëzie en grillige invallen van David Hidalgo verwacht, is bij hem aan het verkeerde adres. Maar ook Rosas heeft een grote verdienste: recht vooruit rocken kan hij als weinig anderen. De gitaarmuren die hij optrekt zijn om comfortabel tegenaan te hangen, zijn rhythm & blues heeft een grote vanzelfsprekendheid en hij excelleert in de tweekwarts-voetjes-van-de-vloer-texmex-variant. Soul Disguise: geschikt om losjes bij met de vingers op het stuur te tikken.

Skip Gorman: A Cowboy's Wild Song to his Herd. Rounder CD 0449.

Of ze in oktober, als ze in Groningen de Van der Leeuw lezing geeft, iets aan die kennis heeft, zal nog moeten blijken, maar zeker is dat de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx sinds haar verhuizing van Newfoundland naar Wyoming een autoriteit is op het gebied van cowboys.

In die mate zelfs, dat op de hoes van Skip Gormans A Cowboy's Wild Song to his Herd een paar bemoedigende woorden van haar staan afgedrukt: 'These traditional cowboy songs (. . .) carry the distance and solitude of the West in them.' En gelijk heeft ze. Gorman behoort tot de beste vertolkers van de aloude balladen van de wijde vlakten, een genre dat dichter bij folk ligt dan bij country, met songs die eerder om verhalen dan om emoties draaien. Met zijn heldere, warme stem roept hij sterrenluchten en verre bergen op, zijn ontspannen vioolspel doet de rest.

The Alan Lomax Collection: Caribbean Sampler. Rounder 11661-1721-2.

East Indian Music in the West Indies. Rounder 11661-1723-2.

Er moeten inmiddels al meer dan dertig cd's zijn verschenen in de prachtige reeks heruitgaven van het muzikale veldwerk van de Amerikaanse musicoloog Alan Lomax. Zelfs bij de importeur zijn ze de tel een beetje kwijtgeraakt. Zeker is dat de serie inmiddels in het Caribisch gebied is aangeland, waar Lomax in 1962 met de microfoon in de hand van eiland naar eiland hopte. De sampler is een fascinerende proeve in 31 opnamen van de baaierd aan invloeden die in de muziek van Trinidad tot Anguilla te herkennen is.

De tweede cd is toegespitst op de muziek die de vele hindoe- en moslim-emigranten vanuit Azië meenamen naar de Cariben.

Ariejan Korteweg

Meer over