PLATEN: CABARET

Annie de Rooy kan als Ali Cyaankali echt niet gemener..

Paul de Leeuw: In heel Europa was er niemand zoals zij. . . Brommerpech BV PCD 480881-2.

Een week nadat Annie M.G. Schmidt was overleden zond de VARA het programma 'In heel Europa was er niemand zoals zij. . .' uit met liedjes van de leukste oma van Nederland/Europa, gezongen door Paul de Leeuw. Dat siert de VARA en typeert De Leeuw. Hij is alert, slim en zet meestal intuïtief de juiste stappen. Op die korte termijn was er geen tijd voor lange discussies over het repertoire, maar De Leeuw maakt dan geen fouten. En Cor Bakker zorgt ervoor dat niet obligaat de bekende arrangementen worden nagespeeld. Wel wordt De Leeuw soms in een te lage toonsoort gedwongen, waardoor hij wat diep uit de keel moet brommen.

Naast enkele prettig-onvermijdelijke nummers, waaronder een selectie uit Ja zuster nee zuster, is ook gekozen voor wat minder bekend werk, zoals Beton, een milieuliedje uit de musical Wat een planeet en het lieve kinderliedje Zomeravond, gezongen door de piepjonge Merel Ebbers. Jenny Arean laat het schrijnende liefdeslied Het is over uit haar onderbuik komen en Karin Bloemen zingt fraai verlangend Wat voor weer zou het zijn in Den Haag? De grote vondst is Annie de Rooy als Ali Cyaankali. Rotterdamser en gemener kan het echt niet.

Diverse joodse artiesten: Draaien, altijd maar draaien. Theater Instituut Nederland FAV 1-95194.

Een van de meest wrange liedjes uit het Nederlandse repertoire is Westerbork serenade van het duo Johnny and Jones uit 1944. Het tweetal (Max Kannewasser en Nol van Wezel) werkte in het doorgangskamp Westerbork, waar zij tevens met hun jazzy nummers medegevangenen vermaakten. Zo nu en dan mochten zij het kamp verlaten, maar ze weigerden onder te duiken. Wel namen zij in Amsterdam een aantal Westerbork-liederen op. Het lijkt alsof zij met hun teksten domweg willen negeren dat de dood hen op de hielen zit: 'Tussen de barakken, kreeg ik het te pakken op de hei.' Ze hebben de oorlog niet overleefd.

Jacques Klöters stelde een buitengewoon interessante cd samen, die hoort bij de tentoonstelling 'Dat is de kleine man. . .' in het Joods Historisch Museum, over honderd jaar joden in het Amsterdams amusement (1840-1940). Opvallend is dat, met uitzondering van Wos geween ist geween van Leo Fuld, nauwelijks te merken is dat het om joodse artiesten gaat. De teksten herinneren niet aan het joodse milieu en de ABN-uitspraak van Bob Scholte (met de AVRO-dagsluiting Goeden nacht en wel te rusten), Jean du Béla, Charles Aerts en Maurice Dumas (Jaapie is getrouwd!) is meer dan voldoende om het assimilatie-diploma te halen. Het zegt veel over de geringe acceptatie van het karakteristiek-joodse bij het Nederlandse publiek.

Verder laat het overzicht zien dat de sociale schetsen (De begrafenis van Manke Nelis) nog steeds goed meekunnen, maar dat de moppen van Louis Contran en de standwerker Cocadorus alleen maar cultuur-historische waarde hebben.

Gerard Cox: Uit liefde en respect voor zoveel moois. EMI 7243 8324812-4.

Het beste van Jules de Corte. EMI 0777-7-94943-2-3

Op het hoesje van de cd van Gerard Cox is hooguit aan de donkere bril op de neus van de Venus van Milo te zien dat de liedjes die Cox zingt, zijn geschreven door Jules de Corte. Dat is het enige smetje op deze uitgave. Cox bewijst een uitstekend vertolker te zijn van het ironische, nog vaker cynische, maar ook regelmatig lieflijke materiaal van De Corte. Enkele nummers weet hij zelfs iets warmer te maken dan De Corte met zijn tamelijk steriele stemgeluid. Uit de ruim drieduizend nummers hebben producent Robert Long en Cox er zestien gekozen die alle terreinen bestrijken: liefde, oorlog, menselijke gebreken en hatelijkheden.

Van de meester zelf is een 'Het beste van. . ' verschenen, met onder meer het prachtig zwarte Hallo Koning Onbenul. Alleen Jan, Piet en Klaas, een typische De Corte-tekst over de breekbare mens, staat op beide cd's. Ter geruststelling: geen Ik zou wel eens willen weten. PvdH

Meer over