Plan tegen jeugdwerkloosheid is heilloos

Het plan van minister De Geus om werkloze jongeren verplicht stage te laten lopen werkt averechts, vinden Mirjam Janssen en Liny Bruijnzeel....

Mirjam Janssen Liny Bruijnzeel

Nu de jeugdwerkloosheid is opgelopen tot bijna 10procent komt het trauma uit de jaren tachtig weer boven. In 1983 zat bijna een op de vier jongeren zonder baan. Staatssecretaris De Geus van Sociale Zaken wil herhaling voorkomen. Daarom wil hij jonge werklozen verplicht naar een stage- of werkervaringsplaats sturen.

Het plan is wellicht begrijpelijk, maar lost de problemen niet op. De Geus laat zich te veel opjagen door een conjunctuur die even tegenzit. Om te beginnen handelt hij in strijd met zijn eigen beleid. De afgelopen jaren is gebleken dat speciale projecten voor werklozen vaak weinig of een averechts effect sorteerden. Slechts weinig werklozen met een Melkert- of I/D-baan stroomden door naar een reguliere baan.

Daarnaast dreigt De Geus te snel in te grijpen. Hij wil dat jongeren niet langer dan een half jaar werkloos zijn. Maar experimenten in Zwitserland bijvoorbeeld laten juist zien dat programma's aan het begin van de werkloosheid negatief uitpakken. Deelname aan zulke programma's bleek de actieve zoektocht naar werk flink te verminderen. Terwijl juist aan het begin van de werkloosheid de kansen op het vinden van een baan het grootst zijn. In Zwitserland waren jongeren die op eigen houtje een baan zochten dan ook succesvoller dan de deelnemers aan speciale programma's tegen werkloosheid.

Verder heeft het creëren van kunstmatige banen een verstorend effect op de arbeidsmarkt. Waarom zouden werkgevers nog ouderen en herintreedsters voor laagopgeleid werk inhuren als ze voor een prikkie jongeren kunnen krijgen?

Het plan van De Geus is bovendien geen oplossing voor twee problemen, die niet conjunctureel van aard zijn. Ten eerste verlaten veel jongeren het onderwijs zonder de zogenaamde startkwalificatie. Daardoor hebben zij een grotere kans op werkloosheid. Het gaat voor een groot deel om uitgevallen vmbo'ers. De instelling in 1999 van het vmbo, een samenvoeging van lbo en mavo, is een ramp voor veel leerlingen. Er is een schooltype ontstaan dat voor heel veel jongeren te theoretisch is. Ze verlaten gedesïllusioneerd zonder diploma het onderwijs. Dit schooltype kan daarom niet zo blijven voortbestaan. Wat is er tegen herinvoering van een ouderwetse ambachtsschool? Deze school hield veel praktisch ingestelde jongeren binnen het onderwijs en ze leerden er een vak waaraan behoefte bestond. De werkervaringsplaatsen van De Geus kunnen misschien wel wat gesjeesde vmbo'ers opvangen, maar preventie is nog altijd beter.

Ten tweede is het plan van De Geus waarschijnlijk te algemeen voor de echte probleemjongeren, die bijvoorbeeld kampen met schulden, gedragsstoornissen, gokverslaving, aanpassingsproblemen of andere moeilijkheden. Zij hebben behoefte aan intensieve persoonlijke begeleiding om eerst hun leven weer op orde te krijgen. Het is zinloos om deze jongeren zo maar bij een werkgever neer te zetten.

Kortom, probleemjongeren hebben geen baat bij dit plan en voor 'gewone' werkloze jongeren is het weggegooid geld.

Meer over