Plaatjes en praatjes over heel Amsterdam

In 1772 brandde de eerste Amsterdamse Schouwburg af. Hij was in 1638 geopend met de opvoering van Vondels Gijsbrecht van Aemstel....

'Al mijn pruiken zijn weg, kleeren, wapens, enz. en mijn werk van twee jaar. (. . .) De bibliotheek met duizend toneelstukken, waar ik het beheer over had, is weg. Wij spelen een stuk zonder souffleur omdat er geen boeken zijn. Hoe alles weer opgebouwd moet worden, door ons mieren, weet ik niet!'.

Vier jaar later stond er een nieuwe Stadsschouwburg. Tekst, citaat en snippers - de kaartjes zijn het bekijken waard - halen een heel ver verleden iets dichterbij, een klein stukje geschiedenis van de stad ook. Het stukje met de negen kaartjes als illustratie heet 'Brand', dat er tegenover 'Stadsschouwburg' en dat gaat over de huidige. Er staat een foto van het gebouw bij uit 1926. In de tekst lees ik: 'Het theater was vooral ingericht voor de rijke Amsterdammers. Zij arriveerden met hun rijtuigen onder de kleine overkapping voor de schouwburg.' Ik heb nooit geweten dat die ruimte onder het balkon daarvoor bestemd was. ik wist ook niet, dat een van de architecten van de Stadsschouwburg A. L. Van Gendt was, dezelfde die het Concertgebouw ontwierp. Door een terugverwijzing naar de bladzijde 'Concertgebouw' leer je dat.

In 400 plaatjes met een tekst - nog altijd een schitterend procédé - beschrijft Mariëlle Hageman Amsterdam, van 1275, toen het allemaal begon, tot nu. Het allergrootste deel van het illustratiemateraal komt uit het Germeentearchief Amsterdam: oorkonden, documenten, historische en klein-historische, portretten, schilderijen, waaronder heel veel van historische gebouwen. Het plaatje is een incident; het heeft meestal met een enkele zaak of voorval te maken. De bijgaande tekst begint vaak met algemene vaststellingen, over de armoede in het oude Amsterdam bijvoorbeeld, en schrijft dan naar de bijzonderheid toe van het plaatje dat zo van incidenteel representatief wordt. De keuze van de plaatjes is vaak meesterlijk, de teksten zijn over het algemeen voortreffelijk: informatief, licht in de toon die per traditie bij het schrijven over Amsterdam hoort.

Het boek is in 15 hoofdstukken opgedeeld. Het eerste heet gewoon 'Amsterdam' en is een korte geschiedenis. In de volgende hoofdstukken wordt die geschiedenis in gebieden opgedeeld: Handel, Bestuur, Stadsontwikkeling (heel goed), Architectuur, Amsterdammers, Wonen, Werk, Onderwijs en wetenschap, Zorg, Geloof, Kunst, Oorlog, Orde, Amusement en Sport. Het over de plaatjes en praatjes verdeelde verhaal van elk hoofdstuk verloopt zo mogelijk chronologisch. Alle eeuwen krijgen evenveel aandacht.

Door verwijzingen worden teksten uit verschillende hoofdstukken op elkaar betrokken. Een voorbeeld. De allermooiste illustratie uit het boek is het portret van Paulina Sophia Roos. Zij moet in haar aangrijpende volwassen onschuld gefotografeerd zijn rond haar dertigste. Op het opgekamde haar draagt zij een witte muts, over haar donkere jurk een prachtige witte driehoek van katoen of linnen. In 1894 kwam zij, twaalf jaar oud, in het Burgerweeshuis in de Kalverstraat. Zij is er tot haar dood in 1958 gebleven. Zo werd zij de laatste wees. We worden terugverwezen naar een pagina over het Burgerweeshuis en naar een bladzijde over de Alteratie, de overgang van Amsterdam naar de reformatie in 1578; kort daarna werd het Sint-Luciënsklooster het Burgerweeshuis. En we krijgen natuurlijk in het hoofdstuk 'Architectuur' het in 1960 geopende nieuwe Burgerweeshuis van Aldo van Eyck te zien.

Een aardig hoofdstuk is 'Amsterdammers', met een mooie bladzijde over de naamgeving van vondelingen. Die werden verzonnen in het Aalmoezeniersweeshuis. In het voorjaar van 1823, zo blijkt uit de inschrijvingen, waren vogelnamen aan de beurt. Naamlozen gingen heten Arend Eend (die dubbel gevogeld werd), Johan Godtvriet Gans, Johannes Rijger, Jacob Kanarie, Willem Patrijs, enzovoort. Het allermooiste van dit hoofdstuk is natuurlijk dat Rembrandt van Rijn en Johan Cruyff als de twee bekendste Amsterdammers tegenover elkaar staan. Dat zie ik ze in Rotterdam met Erasmus en Moulijn niet zo gauw doen.

Velen weten veel over Amsterdam, Ze zullen veel herkennen, maar tegelijk het geluk van herkennen in deze vorm ervaren. Ik heb altijd een zwak gehouden voor het boek Amsterdam Historisch, een stadsgeschiedenis aan de hand van de collectie van het Amsterdams Historisch Museum. Het verscheen in 1975; de auteur is Marijke Carasso-Kok. Het boek moet mijn zwakte nu delen met dit Amsterdam-boek van Mariëlle Hageman.

Meer over