Pizzabakker, internetbaas of effectenhandelaar

Amerikaanse ambassadeurs in Nederland zijn in de regel geen topdiplomaten. Het zijn vriendjes van de zittende president of grote geldschieters....

Dat George W. Bush voor het ambassadeurschap onder vrienden en donateurs werft, verbaast net zo min als het feit dat Nederland straks ‘een allerminst onbeduidend vriendje’ als Amerikaans ambassadeur krijgt, zegt Alfons Lammers, emeritus hoogleraar amerikanistiek.

‘Deze meneer heeft zo veel geld in Bush’ campagne gestopt, dat hij wel erg close moet zijn met de president. Je zou bijna spreken van een zware benoeming. Waaraan hebben we dat te danken?’

De zelf opgeworpen vraag is ook voor de hoogleraar amerikanistiek lastig te beantwoorden (‘Onze ervaringen met terreur?’ ‘We steunen de Irak-lijn en moeten we wakker worden gehouden?’). Ook miljardair Roland Arnall (65), door Bush voorgedragen als ambassadeur in Den Haag, heeft dezer dagen wel andere vragen te beantwoorden.

Diens bedrijf Ameriquest (hypotheekverstrekker) is onderwerp van justitieel onderzoek in de Verenigde Staten en zolang dat loopt dreigt de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken met opschorting van de benoeming.

Die houding van de Senaat sluit naadloos aan bij de opvatting van PvdA-Kamerlid Koenders. Hij vroeg eerder deze maand aan minister Bot van Buitenlandse Zaken waarom de Nederlandse regering van de zomer al had ingestemd met de komst van Arnall, terwijl de Senaat de kandidaat nog moest ‘wegen’.

De benoeming van een Amerikaans ambassadeur in Nederland is doorgaans een rimpelloze bedoening. Dat dat bij Arnall nu niet het geval is, betekent niet dat Nederland meteen een grote mond moet opzetten, vindt historicus Maarten Brands. ‘Als die meneer niet deugt, komt hij er bij zo’n senaatscommissie echt niet makkelijk mee weg. Ons past een afwachtende houding. Wij moeten nu niet denken de Amerikanen de les te kunnen lezen over moraliteit in het zakenleven. Ik wacht nog steeds op de eerste veroordeling in ons eigen Albert Heijn-schandaal.’

En ach, tempert Brands, Den Haag is voor de Amerikanen heus geen zware post. ‘We hebben hier wel eens eerder een merkwaardige patatbakker als ambassadeur gehad.’ (hij doelt op Pizza Hut-topman Howard Wilkins). ‘Ervaren diplomatieke krachten komen hier niet naartoe. Is ook nergens voor nodig. Sterker, heel Europa staat niet hoog op de lijst als het om ambassadeursposten gaat.’

De laatste topdiplomaat die tot het Amerikaanse ambassadeurschap in Nederland werd geroepen, was Paul Bremer III, de latere tijdelijk bestuurder van bezet Irak. Hij kwam in 1983 naar Den Haag toen Nederland zich in het kruisrakettendebat niet naar de Amerikaanse lijn voegde.

Na de periode-Bremer (1983-1986) kreeg Nederland weer als vanouds ambassadeurs die voor alles oog hadden voor de handelsrelatie.

John Shad (1987-1989), Howard Wilkins (1989-1992), Terry Dornbush (1994-1998), Cynthia Schneider (1998-2001) en huidige ambassadeur Clifford Sobel waren geen van allen carrière-diplomaten. Wel bevriend met en/of donateur van de dan zittende president.

De een was internet-ondernemer, de ander effectenhandelaar, een derde was bankier. Schenkingen aan de Democraten of Republikeinen om zo een diplomatieke post te bemachtigen zijn in de Verenigde Staten een gebruikelijk verschijnsel.

Brands: ‘Maar voor een topzakenman is Den Haag heus geen pretje. Sterker, John Adams, als eerste ambassadeur, vond Nederland al een straf.’

Adams schreef al eind 18de eeuw dat Nederlanders almaar beslissingen uitstellen en een voorliefde hebben voor het instellen van commissies.

Meer over