Pip

Misschien is het zo inderdaad het beste. Naar een tentoonstelling gaan over honden en hun eigenaren. En in het betreffende museum dan, van een veilig af stand je, op een schilderij of foto zien hoe leuk ze zijn, honden....

Een leven zonder hond, kan dat? Jaren lang denk je van niet. Het idee neemt steeds vastere vormen aan. h-o-n-d. Dan je huisgenote nog. Avond aan avond zit je naast haar op de bank met alweer die hondenencyclopedie en de blik af en toe smachtend naar het plafond gericht. Hond! hond!

Op een zaterdagochtend in de lente van 1999 gebeurt het. Ze is de nacht ervoor op stap geweest en mogelijk een beetje al te schuldbewust, want dit keer ruikt ook zij in de relationele atmosfeer ineens ja, wat is het? Hond! Dat wil zeggen: zij wil straks best weleens gaan kijken op een hondenboerderij, zolang daarmee maar niet automatisch is gezegd dat zij in deze val zal trappen! En mocht dit onverhoopt wel het geval zijn (en reken daar maar niet op!), dan kan het niet anders of zij kiest de hond uit! Drie uur later valt haar scherpe oog op het enige hondje dat ermee doorkan. Op Pip. Piep klein, rasloos, elf weken pas, en helaas op dat ogenblik al voorzien van een droefsnoet die er nooit meer uit te boetseren zal blijken.

Dat is ergste niet. Wat wel erg raar is en blijft aan Pip: hij gelooft er zelf van begin af aan ook niet in, in zijn hondzijn. Liever was hij vermoedelijk een lavendelgeurbuiltje voor in de linnenkast. Naar buiten gaan is bijvoorbeeld voor Pip tot daaraan toe, maar als zijn buikje nat wordt omdat er dauwdruppels op de grassprietjes zitten, keert hij zijn droefpoeperdje resoluut naar de baas toe en is het op een holletje terug naar huis. Schreeu wen helpt niet. En Pip er zachte klappen voor geven leidt tot stress, en stress leidt tot nog meer haaruitval volgens de hondenencyclopedie. En nog meer haaruitval, nee dat wil je dus ook allemaal niet.

Met Pip, zachtjes winden latend aan je voeten, doe je dus alsnog weer een heel jaar lang de wanhoops-act met de hondenencyclopedie. Lieverd, in godsnaam: Hond! hond! Een hond die ten minste gewoon kan lopen en die je dus wat plezier teruggeeft voor al die liefde die je erin stopt. Een hond die lange zwerftochten wil maken. Zo'n Koos van Zomeren-hond waarmee je onderweg altijd wel wat literairs meemaakt. Lieverd?

Dan besluit de God van de Honden zelf maar tussenbeide te komen. Op een dag, ergens in 2001, net wanneer Pip gauw een drukje poep in het park neerlegt om dan gauw terug naar de centrale verwarming te spurten, verschijnt er een gigantische Dal ma tiër in Pips beeld. Helemaal niet zo'n lieve pup die ouders voor hun kinderen kopen nadat ze naar die Disney-film zijn geweest, nee gewoon een serieuze Dalmatiër die net zo lief je peuter doormidden bijt in het geval hij geen makkelijker slachtoffer tegenkomt dan jouw Pip. Pip! Hollen, pip! Maar het is al te laat. De Dalmatiër zet zijn tanden in de rechterachterpoot van Pip, schudt er eens flink mee, en laat het hondje dan voor dood achter. Pas veel later, op de operatietafel van de hondenchirurg komt er weer wat leven in. De dokter heeft Pips baasje dan juist voor een interessante keuze gesteld: of een nieuwe, roestvrijstalen achterpoot ter waar de van 5000 gulden. Of alleen een inbouwscharnierpen à 1500 gulden, waarbij Pip verplicht een maand rust moet houden in een klein kooitje en, als gevolg van die eenzame opsluiting, volgens de dokter het risico loopt 'ernstig van karakter te veranderen'.

We kiezen bibberend voor het laatste. Na vier weken gaat het kooitje voor het eerst weer open, en eruit strompelt Pip. Zijn droefsnoet heeft iets verbetens gekregen. Hij heeft zichzelf overleefd en nu is het wat Pip betreft de eerstkomende vijftien jaar een kwestie van gas terugnemen. Figuurlijk gesproken dan. Want letterlijk doe je er als bijna-dode hond natuurlijk niks aan als er een keer of twintig per dag per ongeluk toch wat oud gas ontsnapt. Maakt helemaal niet uit hoor, Pip. Fijne hond!

Meer over