Pintscher niet bang voor hysterie

Werken van Matthias Pintscher door Claudia Barainsky, Dietrich Henschel, NDR-Sinfonieorchester en -Chor Hamburg o.l.v. Christoph Eschenbach. Teldec...

Jaco Mijnheer

Niet al te oude scheppende musici worden in Nederland meestal als groep behandeld ('De Matinee van de Jonge Componisten', 'Jonge Componistenproject'), maar in Duitsland lijkt rond opvallend talent altijd weer de hoop op een nieuwe Beethoven te zweven, en dan liefst één tegelijk.

In de jaren zeventig was Wolfgang Rihm de kandidaat, nu is de beurt aan de 30-jarige Matthias Pintscher, voor wie de kunstinstellingen in de rij staan. De Opera van Dresden en de Berliner Philharmoniker brachten werken van hem in première, hij heeft exclusieve contracten bij uitgeverij Bärenreiter en cd-label Teldec, hij is composer in residence bij het Amerikaanse Cleveland Orchestra, vanaf volgend jaar ook bij het nieuwe Dortmunder Konzerthaus, en werkt aan opdrachten van de Parijse Opéra Bastille, de Salzburger Festspielen en sterviolist Frank-Peter Zimmermann.

Net als Rihm destijds valt Pintscher op door zijn expressionistische, theatrale muziek, die het hysterische niet schuwt. Toch noemt hij in een recent interview Debussy als zijn grote voorbeeld, vanwege diens 'economisch gebruik van de middelen'.

Op zijn eerste cd bij Teldec, met drie werken voor vocale solisten en orkest, toont Pintscher zich een virtuoos componist. Zijn muziek, op teksten van Rimbaud, Mallarmé en Hans Henny Jahnn, is meeslepend, en Pintscher voelt zich blijkbaar op zijn gemak met het symfonische instrumentarium. Met een uitbundige orkestklank, die zich van het ene extreem naar het andere beweegt, pakt hij uit als Berg en Xenakis, maar toont hij zich ook verwant aan Nederlanders als Willem Jeths en Klas Torstensson. Pintscher is niet vreselijk origineel, maar wel erg goed.

Meer over