Pijnlijke vrijheid

'Val dood' riep een werknemer in 1931 tegen zijn baas. Het gevolg was een ontslag op staande voet. De kantonrechter overwoog dat 'hoeveel er ook veranderd moge zijn tussen werkgever en werknemer ten bate van laatstgenoemde en hoewel wij leven in een tijd van nivellering', de opmerking 'val dood' niet...

'Ouwehoer' liet een werknemer zich in 1975 tegen zijn directeur ontvallen. De kantonrechter vond toen dat 'in het taalgebruik hier te lande in toenemende mate een voorkeur voor een vulgaire zegswijze valt te bespeuren. Mede daarom vond de rechter 'ouwehoer' geen reden voor een ontslag op staande voet.

In 1990 stelde een werknemer zijn baas voor 'zijn gezicht te verbouwen'. Geen reden voor ontslag vond de kantonrechter. Ook de opmerking 'hij is nog niet van me af, ik heb nog vrienden in de criminaliteit en ik zal hem koud laten maken' kon in 1990 door de beugel.

Volgens de Hoge Raad beschermt de vrijheid van meningsuiting 'in beginsel elke openbaarmaking van een - min of meer - weloverwogen gedachte of gevoelen, ongeacht de intenties van degene die zich uit. Het gebruik van aanstootgevende taal kan - daargelaten uiteraard de waarde van dergelijke uitingen - in beginsel ook als een openbaarmaking van een gedachte of gevoelen aangemerkt worden'.

De rechter in arbeidszaken volgt deze lijn en vindt in toenemende mate dat de werkgever vooral niet al te kleinzerig mag zijn.

Anders ligt het als de werknemer het bedrijf met zijn uitlatingen beschadigt. Dat was het geval in 1999 toen een serveerster tegen een klant zou hebben gezegd: 'Ik werk in een klote restaurant.' De werkneemster ontkende, maar de rechtbank stelde vast dat als de serveerster zich werkelijk zo zou hebben geuit, een ontslag op staande voet terecht zou zijn geweest. Aan schade aan de zaak wordt door de rechter zwaarder getild dan aan schade aan de ziel, zo lijkt het.

Maar gelukkig bestrafte de rechter ook de werknemer die tegen een klant over zijn zwangere collega zei: 'Weer zo'n bastaard erbij.' De zwangere collega had het gelaten aangehoord en tegen de klant gezegd dat de werknemer altijd zo praatte, ze wist al niet beter, maar het kwetste haar wel.

Deze rechter lijkt te hebben gedacht als Remco Campert die daags na de moord op Van Gogh in deze krant schreef dat vrijheid van meningsuiting toch iets anders is dan de vrijheid om mensen tot in hun ziel pijn te doen. Kijk, van zo'n man ga je houden.

Meer over