InterviewPieter Omtzigt

Pieter Omtzigt: ‘Ik heb nooit een politieke baas gehad’

Pieter Omtzigt Beeld Kiki Groot

 Als een vrijgevochten ­Kamerlid scoorde hij onverwacht hoog bij de CDA-lijsttrekkersverkiezing. Pieter Omtzigt wordt nu de running mate van Hugo de Jonge. Hoe ziet hij de toekomst van het CDA, Nederland en Europa?

De lijsttrekkersstrijd laat z’n sporen nog na in het CDA; het mandaat van de nieuwe leider Hugo de Jonge is kleiner dan verwacht en dreigt nu ook onderwerp te worden van twijfelDeze week ontstond ophef omdat zes CDA-leden, onder wie de vrouw van Pieter Omtzigt, die digitaal op hem hebben gestemd bij de interne verkiezingen om het lijsttrekkerschap, als antwoord kregen ‘bedankt voor uw stem op Hugo de Jonge’. 

Omtzigt wacht op uitleg van het partijbestuur en vertrouwt er op dat deze juist is. Verder wil hij er niets meer over zeggen en zich nu richten op de inhoud en zijn verhaal voor Nederland, dat hij als running mate van De Jonge wil brengen. 

We hoorden dat mensen in de top van het CDA druk op u uitoefenden om u kandidaat te stellen als lijsttrekker nadat Wopke Hoekstra zich had teruggetrokken. Is daar iets van waar?

‘Nee, druk niet. Ik heb een brief geschreven in de volle overtuiging dat ik een bijdrage kan leveren aan het CDA en aan de toekomst van Nederland. Ik heb een beperkt aantal mensen gesproken die ik echt hoog acht, maar vond het belangrijker wat mijn gezin en familie ervan vond. De manier waarop ik politiek bedrijf betekent dat ik veel steun heb buiten Den Haag.’

 Is uw kandidatuur de inspanning waard geweest?

‘Volgens mij ben ik best ver gekomen, van nul naar 49 procent in drie weken. Ik denk nooit in termen van investeringen en opbrengst in de politiek. Dan kan ik beter terug naar mijn oude vak econometrie, dat verdient ook beter.’

Wat heeft het u en de partij opgeleverd?

‘Dat de thema’s die ik de afgelopen jaren geagendeerd heb door meer mensen worden opgepakt. Als politicus kun je gaan voor de snelle quote. Voor mij zijn de lange lijnen van rechtsstaat en democratie – misschien ook door alles wat ik in Europa heb gedaan – belangrijker. De drive die erachter zit is ook dat het CDA eigenlijk gewoon een volkspartij moet worden.’

Als u zegt dat het CDA een volkspartij moet worden…

‘Zijn, blijven, worden..’

Dat wilden we vragen…

(Lachend.) ‘Dat dacht ik wel, dat je even het onderscheid wilde maken tussen die werkwoorden. Ik denk dat het een mooie ambitie is meer leden te krijgen, ook voor de interne discussie.

‘Ik bouw aan een verhaal. Je zult mij geen uilen van Minerva zien oplaten. Een volkspartij let op de noden van een samenleving  en die waren ook voor corona al groot: neem de volkshuisvestingproblemen, vooral voor jongeren die ook kampen met onzekere arbeidscontracten en grote studieschulden. Daardoor is de overgang van je 18de naar je 30ste, de tijd waarin je normaal gesproken gesetteld raakt en kinderen hebt, aanzienlijk moeilijker geworden.

‘Mensen voelen dat iets fundamenteel scheef zit in de verhouding tussen burger, overheid en maatschappelijke organisaties. Er is behoefte aan een nieuw sociaal contract waarin die macht en tegenmacht weer een plek hebben.’

U zegt nu heel veel tegelijk.

(Lachend) ‘Maar jullie zijn een grote krant, dus ik dacht…’

Sociaal contract is een begrip dat niet vaak wordt gebruikt. Mensen weten misschien niet wat u bedoelt.

‘We brengen het niet onder woorden, maar kennen het wel. Kijk naar de manier waarop we met de aardbevingsschade in Groningen omgaan. Dat laat zien dat er iets fundamenteel mis gaat met de verwachtingen van de burger. Of de Belastingdienst, die tienduizenden ouders in financiële problemen bracht, terwijl de echte boeven bij kinderopvanginstellingen liepen te klooien. Die vinden ze moeilijk om te pakken. Dat nieuwe sociaal contract heeft te maken met de verhouding die je als overheid en burger wilt hebben. Er is iets in de macht en tegenmacht dat heel erg mis is. Een van mijn concrete voorstellen is dat de overheid elke brief voorziet van een mailadres of een telefoonnummer met een contactpersoon, zodat je met een persoon in gesprek kunt over een besluit.’

Is het als lid van een partij die zelf de overheid heeft kunnen vormgeven, lastig de rechtsstaat als onderwerp te nemen?

‘Wij zeggen in het CDA weleens melig: er is geen onderwerp waar we ons de afgelopen honderd jaar niet intensief mee hebben bemoeid. Je hebt te maken met de noden van vandaag. Je zult burgers tegenmacht moeten bieden.

‘En we zijn onszelf gaan verbergen achter geheime en dus niet verifieerbare modellen. Je ziet het bij modellen rond elektrische auto’s die ook niet openbaar zijn, bij de automatische indicatoren die de Belastingdienst heeft gebruikt en bij de RIVM-modellen. Die hadden eerst als variabele dat de covidpatiënt gemiddeld tien dagen op de intensive care zou liggen. Nou, dat waren er dik twintig.’

Zegt u dat ook in verband met boerenprotesten tegen de stikstofmodellen?

‘Ook stikstofmodellen kunnen openheid gebruiken, waarmee ik niet zeg dat er geen stikstofprobleem is. Als je bij de veevoermaatregel als overheid moet zeggen: ja er is een persoon die het in zijn hoofd heeft maar hij is met vakantie en we hebben het niet op papier staan, dan wekt dat geen vertrouwen. Als mijn data en modellen niet openbaar zijn, kan ik in geen enkel wetenschappelijk tijdschrift publiceren.’

Bij politie, onderwijs, zorg en defensie, sectoren waar de overheid werkgever is of aan de geldkraan zit, wordt geklaagd over werklast, honorering en onderbezetting. Zit daar ook een structureel probleem?

‘Bij de Belastingdienst heeft de afvloeiingsregeling de problemen groter gemaakt. De andere overheidsdiensten ken ik iets minder goed. Verkeerd personeelsbeleid hebben we ook gezien bij de AIVD, die we eerst wilden afslanken en daarna weer op sterkte wilden brengen.

Dat heeft deels ook met politiek te maken. We nemen in Den Haag teveel tijd voor spoeddebatten, te weinig voor wetsbehandeling. Slow politics heeft voordelen.’

Hoe wilt u die slow politics terugbrengen?

‘Dat kan door de drempel voor spoeddebatten hoger te leggen. Tegelijk hoop ik dat tijd wordt vrijgemaakt voor artikelsgewijze behandeling van wetten. En ik zou de commissie Rijksuitgaven willen heroprichten. Een van onze kerntaken is toch controleren hoe het geld door de overheid is uitgegeven.’

‘Dat alles wordt in de hand gewerkt door politieke hijgerigheid: om in de Kamer te overleven is het belangrijk dat je zichtbaar bent, dat je politieke bazen tevreden zijn. Ik vind dat de bevolking bepaalt wie de parlementariërs zijn, en niet de politieke partijen.’

Heeft u zelf eigenlijk een politieke baas?

‘Wat mij betreft heb ik die nooit gehad. (Lachend.) Ik heb zeventien miljoen politieke bazen. Zowel leden als niet-leden beoordelen het werk wat je doet. Na 2012, toen ik niet eens op de lijst kwam, heb ik radicaal de knop omgezet en gezegd: ik doe het voor de mensen die mij dag en nacht aanschrijven en aanspreken. Dat kan ik zeggen, ik kan een voorkeurszetel halen en dat is over de jaren nog iets makkelijker geworden. Dat geeft me vrijheid.’

Ook de gedragingen van Kamerleden beïnvloeden de relatie tussen burger en overheid. Neem het weglopen van de coalitie voor een stemming over betere betaling van de zorg, vorige week. U was een van de weinige CDA’ers die bleven zitten. Waarom?

Draait met z’n bekertje water, grijnst. ‘Lekker water hier.’

Kwam er geen opdracht van de fractie: jongens, naar buiten, deze stemming moet niet doorgaan?

‘Ik koos om in de Kamer te blijven. We hadden naar de interruptiemicrofoon moeten gaan als partij, en moeten zeggen: morgenochtend om elf uur stemmen we als eerste, geen enkel probleem. Ik had zelf overigens ook naar die microfoon kunnen lopen, maar heb dat ook niet gedaan.’

Hoe verhoudt uw controlerende functie zich tot het werken in een politiek stelsel dat functioneert op basis van partij- en fractiediscipline?

‘Die fractiediscipline is een tweesnijdend zwaard. Als je een aantal keren zegt dat je de andere kant op gaat stemmen, wordt het moeilijker om zelf de fractie jouw kant op te laten bewegen. Daar zit een balans in die niet iedereen ziet.’

U bent nu officieel de running mate van Hugo de Jonge. Hebben jullie er al over gesproken dat de rechtsstaat een centraal onderwerp wordt voor het CDA?

‘We hebben het erover gehad, ik moet er wel bij zeggen dat we allebei even weg zijn geweest. Wat de rechtsstaat betreft hebben we uitdagingen met de georganiseerde criminaliteit en met ideologieën die onze rechtsstaat niet onderschrijven. Groepen die de sharia willen invoeren, vormen een bedreiging.

‘Hugo de Jonge en ik zien het als een taak van de overheid het blinde liberalisme aan banden te leggen. Het herinvoeren van het begrip volkshuisvesting is daarbij een bewuste keuze. Ik wil niet een samenleving waarbij een alleenstaande verpleegkundige of een docent aan de basisschool feitelijk in de stad geen woning kan huren of kopen.’

Het CDA was 20 jaar geleden een pro-Europese partij, begaan met de Europese integratie, zoals de CDU in Duitsland dat nog steeds is. Hoe zou u de huidige positie van het CDA typeren?

‘Hier wordt een schijntegenstelling gewekt. Het is een misvatting dat wanneer je voor Europa bent, je alles wat in de EU wordt voorgesteld goed vindt. Ik beoordeel Europa op zijn merites.

‘We zien landen die een stukje van hun rechtsstaat afbreken. Zo heeft Polen een politieke agenda om de rechterlijke macht onder directe controle van de regering te plaatsen. Dat is van groot belang voor Nederland want als onze rechtbanken de Poolse niet meer erkennen, zoals onlangs in Amsterdam gebeurde, is er een probleem. Dat we elkaars recht erkennen, is van groot belang als je zaken doet in een ander land. Strijden tegen corruptie en voor de rechtsstaat in andere lidstaten is misschien het meest pro-Europese sentiment dat je kunt bedenken.

‘Mijn andere fundamentele zorg betreft de financiën. De Europese Centrale Bank heeft maar één antwoord op elke vraag en dat is: meer opkoopprogramma’s. Ze hebben nu een opkoop die meer dan 60 procent van het bruto binnenlands product van de hele eurozone bevat, dus meer dan wat de gemeenschappelijke schuld van die staten überhaupt had mogen zijn.

‘Waar eindigt dit? Als straks een land in herstructurering moet, wat doen we er dan mee? Ik vind het heel gevaarlijk. Dus juist omdat ik die toekomst van Europa belangrijk vind, zit ik er hard in. Maar voor de helderheid: we zien wereldwijd gigantische schuivende panelen. Het hele idee dat Nederland als een volstrekt onafhankelijk land zou kunnen functioneren zonder zijn buren... Nee, joh, kom op.’

In de recente discussie over het Europese herstelplan verweten andere EU-landen Nederland dat het anderen de les voorschrijft.

‘Ik weet niet of wij het altijd op de meest diplomatieke manier uitgelegd hebben. Maar als je vanuit Europa zegt: u kunt gebruik maken van deze fondsen, kun je voorwaarden stellen.’

Wat vindt u van de uiteindelijke deal?

‘Die moeten we nog in de fractie bespreken en in de Kamer.’

Maar u presenteert zich als zelfstandig Kamerlid.

‘Dat was me nog niet opgevallen. (lacht) Ik wil graag weten hoe de details uitgewerkt worden, zoals die noodrem. Kan het gestopt worden als een land niet hervormt? Dat is cruciaal.’

Duitsland en Frankrijk formuleren hun toekomst in termen van Europa. Voor Nederland is het meer: wat levert het ons op: Europa als telraam.

‘Ik vind dat verwijt heel interessant, terwijl Nederland een grote nettobetaler is.’

Als volkspartij CDA Europa inderdaad zo belangrijk vindt, moet het dan niet over andere Europese zaken naar buiten treden dan alleen het telraam?

‘Bij de ECB gaat het niet over 100 miljoen meer of minder, maar over duizend miljard. Er is geen Kamerlid dat meer heeft kunnen profiteren van alles wat de Europese Unie geboden heeft: een opleiding van vier jaar in Florence; in Groot-Brittannië gestudeerd, daarna in Rome; tien jaar gewerkt in Noord-Italië, een tijdje in Denemarken gewoond...Ik zie alle voordelen en verdedig die ook. Maar we hebben wel problemen. Waarom heb ik moeite met de toetreding van Albanië? Omdat ik bang ben dat dit schade aan ons Europese project gaat toebrengen. Dan staan de ambassadeurs van grote landen weer op de stoep van: kunnen jullie niet even akkoord gaan? Nou nee, vandaag niet.’

U tikt af waar u allemaal nee tegen heeft gezegd. Zo komt Hoekstra of Rutte ook terug uit Brussel. Waartegen zegt u ja?

‘De interne markt is voor ons als handelsnatie van groot belang. En als je ziet hoe bijvoorbeeld de Europese Commissie er in slaagt om de tech-reuzen aan te pakken, dat kan echt alleen in Europees verband. Bepaalde dingen moeten misschien wel meer Europees worden afgestemd. Dat zijn we nu langzaam aan het uitvinden rond de covid-19-crisis.’

Meer over