Pieter Hilhorst, columnist; Joost Zwagerman, schrijver; Max Pam, publicist

'Anil was een held. Toen ik studeerde was hij mijn idool, omdat hij als geen ander alledaagse observaties met maatschappelijke analyses wist te verbinden. Dat probeerden we ook toen we samen Het Blauwe Licht maakten, cultuursociologie beoefenen zonder dat iemand dat doorhad, zonder dat het verheven werd. Anil was vooruitstrevend. In 1991 heb ik een debat georganiseerd over islamkritiek naar aanleiding van een van zijn stukken. Later werd hij steeds verder in het hokje humorloos en politiek correct geduwd. Dat maakte hem grimmig. Badal was een ideeënroman. Ramdas schetst hoe een kosmopoliet tegen wil en dank in een maatschappelijke positie belandt die hij haat. Dat is niet zoals het was, Anil is een kosmopoliet gebleven, maar hij heeft wel ervaren hoe groot de verleiding was. Ik zag Anil regelmatig, maar dat het zo slecht met hem ging, wist ik niet. Het was een bijzonder iemand en dat is te weinig gezien.

'Met Stephan Sanders en Bas Heijne was Anil Ramdas de essayistische kracht van mijn generatie. Ramdas was een man met twee gezichten: de grimmige polemicus, en de sensibele beschouwer. Dat gevoelige zag ik vooral in wat ik zelf zijn beste boek vind: De papegaai, de stier en de klimmende bougainville uit1992. In zijn latere werk ontbreekt die sensibiliteit, naar mijn idee. We voerden een polemiek over zijn ideeën over PVV-stemmers. Het liep hoog op, omdat de kwestie ons beiden aan het hart ging. Anil had bewondering voor Job Cohen, voor zijn credo dat we de boel bij elkaar moeten houden. Dan moet je niet 1, 5 miljoen PVV-stemmers buitensluiten, vind ik. De ironie wil dat we de afkeer van de ideeën van Wilders delen. Ik weet niet welke demonen Ramdas plaagden, waardoor hij voor een vrijwillige dood koos. Ik kan me wel een voorstelling maken van de onpeilbare droevigheid die daarachter steekt.'

'Anil Ramdas vertegenwoordigde de multiculturele samenleving nog voordat het begrip bestond. We waren niet bevriend, maar ik heb hem vaak meegemaakt. Toen ik samen met Stan van Houcke bij Zomergasten werkte, hebben we hem aanbevolen als gast. Ik vond hem tamelijk briljant in die tijd, maar ik zag al wel dat hij met zichzelf in de knoei zat. Het idee dat iedereen tegen hem was, dat zat al in hem. Ramdas was geen man van het compromis. Hij heeft ook felle stukken tegen mij geschreven. Onze onenigheid begon toen hij in een stuk in NRC schreef dat mensen expres tegen hem aanliepen vanwege zijn donkere huidskleur. Dat geloofde ik niet. Ramdas is in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Waardoor weet ik niet. Maar toen ik Badal las, zijn laatste roman, liepen de rillingen over mijn rug. Hij schetst een meedogenloos zelfbeeld. Dit kan nooit goed aflopen, dacht ik.'

undefined

Meer over