Piet Rogie/Choreografie Prijs VSCD Pepmiddel

'IK HOUD NIET VAN hoofdrollen. Je komt ze nergens in mijn werk tegen. Persoonsverheerlijking kan ik niet verdragen.' Die ontboezeming deed de Belgische choreograaf Piet Rogie (1954) eind jaren tachtig tegenover de Volkskrant....

Vorig jaar ontving Rogie, artistiek leider van Compagnie Peter Bulcaen in Rotterdam, ook al de Choreografie Prijs van de VSCD, eveneens voor zijn oeuvre. Rogie bewaart zijn trofee op de vensterbank, een broche van zilver en goud in een prachtig kegeltje. 'Ik laat hem niet aan anderen zien. Soms, als ik de gordijnen heb opengedaan, kijk ik ernaar.' Die prijs kwam voor de choreograaf op een heel vreemd moment. De Raad voor de Kunst had net een negatief advies gegeven over zijn moderne dansgroep. 'Heel negatief. Zo van: stop maar.' Kort daarna volgde de prijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Rogie ziet dan ook het betrekkelijke van prijzen. 'Elke jury heeft iets willekeurigs. Als er andere mensen in hadden gezeten, had iemand anders de prijs gekregen.' Wat dat betreft is hij benieuwd naar het juryrapport van het Prins Bernard Fonds. 'Het rapport is heel geheim', zegt hij op samenzweerderige toon.

Hij is een beetje een laatbloeier, geeft hij toe. Als danser was Piet Rogie tot twee keer toe genomineerd voor de Nederlandse theaterdansprijs kan hij zich herinneren. 'Ik ben blij dat ik geen snel rijzende ster ben. Dat had ik ook niet aangekund, denk ik. Ik ben blij dat ik altijd mijn eigen tempo heb bepaald.' In die zin werken prijzen als een soort pepmiddel. 'Ze houden je op de been. Op je ene schouder zit twijfel, op de ander inspiratie. Prijzen geven aan: tot hier is het interessant, ga door.'

Na een dansopleiding in Antwerpen en een opleiding beeldende kunst in Gent kwam Rogie terecht bij Werkcentrum Dans en later het Penta Theater in Rotterdam. Drie jaar was hij artistiek leider van de multidisciplinaire groep, die de relatie tussen dans en beeldende kunst benadrukte. Tot 1989, toen Rotterdam de geldkraan dicht draaide. Toch denkt Rogie niet met rancune terug aan het stopzetten van de subsidie. 'Het was meer artistieke pijn', zegt hij nu. 'Je kon je ei niet kwijt.'

Met Hans Tuerlings (inmiddels met een eigen groep dansers actief) ging hij verder met Compagnie Peter Bulcaen, waarmee behoorlijke successen werden geboekt. Rogie maakte met de reeks Cargo/ Montage (1995), Naast ('96) en Nondescript, dat het afgelopen seizoen te zien was, indruk op recensenten.

'Het heeft lang geduurd voordat we serieus werden genomen', verzucht Rogie. De erkenning heeft hem goed gedaan, rust gebracht. 'Je krijgt een soort luchtigheid. Het publiek komt, de critici komen. Vroeger was ik rebelser, maar je moet wat te vertellen hebben. Als je nu van de carrousel dondert, ligt het aan jezelf.'A.L.

Meer over